Werkzin-e
Nieuwsbrief Departement Werk & Sociale Economie - 6 juli 2017
Geert Janssens, hoofdeconoom ETION

"Participatief ondernemen – meer dan een businessmodel"

Geert Janssens, hoofdeconoom ETION

Bedrijven zijn alsmaar vaker op zoek naar businessmodellen die hen in staat stellen om te overleven in een disruptieve omgeving. De uitdaging is om noodzakelijke hervormingen vroegtijdig te identificeren en ze vervolgens zonder al te veel frictie te implementeren. Wondermodellen bestaan er niet maar ‘participatief ondernemen’ is alvast een aanpak die medewerkers zodanig betrokken maakt dat zijzelf de drijvende kracht worden van de noodzakelijke verandering.

Dat we leven en werken in een kennismaatschappij weet iedereen. Het blijft niettemin een moeilijke opdracht om het economisch weefsel adequaat te organiseren in functie van die nieuwe realiteit. Ondernemingen zijn daarom voortdurend op zoek naar organisatiemodellen die niet alleen in staat zijn om kennis te ontwikkelen maar ook om ze nuttig te gebruiken en snel te laten doorstromen naar de plaatsen waar ze het meest rendeert. De tijd dat men die processen volledig van bovenaf kon plannen, ligt reeds een hele tijd achter ons. Het Taylorisme, dat gekend staat om een verregaande arbeidsdeling en specialisatie, heeft zijn beste tijd gehad. In een diensten- en kenniseconomie verdwijnen de redenen waarom het Taylorisme goed heeft gewerkt in snel tempo.

Waardecreatie wordt een zaak van mensen die samenwerken, vaak in functie van de noden van klanten. Dat veronderstelt medewerkers die vanuit een sterk gevoel van betrokkenheid bereid zijn om kennis te delen. Tenminste indien ze daartoe de kans krijgen en dat vraagt op haar beurt om een omgeving met een hoge mate van autonomie en zelfsturing. Wanneer mensen inspraak krijgen dan stijgt hun gevoel van betrokkenheid. Essentieel is dat medewerkers het gevoel hebben dat hun eigen bijdrage een wezenlijk onderdeel is voor de totstandkoming van het eindresultaat. Op die manier voelen ze zich letterlijk mede-eigenaar van het productieproces.

Ook het eigenaarschap van veranderingsprocessen kan op die wijze gedelegeerd worden tot op niveau van de werkvloer. Een veranderingstraject wordt daardoor ook een verbeteringstraject. Medewerkers die de verandering helpen vorm geven, begrijpen bovendien veel beter waarom die noodzakelijk is en zijn daardoor mentaal veel meer wendbaar. In een disruptieve omgeving waarin leven of dood afhangt van de snelheid waarmee men schakelt, maakt dat een enorm verschil. Immers, verandering wekt van nature wrevel op en door die te vermijden, krijgt een onderneming een wezenlijk voordeel op de concurrentie.

Mensen de kans geven tot kennisdeling is een goed begin maar ze daarvoor belonen, ligt in het verlengde van een participatieve aanpak. Internationaal onderzoek leert dat organisatorische inspraak en juridische vormen van eigenaarschap onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. In vergelijking met andere landen is mede-aandeelhouderschap van werknemers bij ons een weinig voorkomende praktijk. Ook deelname in de winst of de resultaten van de onderneming blijft beperkt tot enkele uitzonderingen.

Om in ons land een echte eigenaarsmentaliteit tot stand te brengen, is er bijgevolg nood aan een nieuwe architectuur. Een transparant en fiscaal vriendelijk kader voor winst- en aandelenparticipatie is een noodzakelijk sluitstuk tot het creëren van een eigenaarsmentaliteit waarmee we de middeleeuwse tegenstellingen tussen arbeid en kapitaal kunnen omruilen voor een innovatieve cultuur van gedeeld ondernemerschap. Dit kader ontbreekt tot op heden.

terug naar Werkzin-e