Werkzin-e
Nieuwsbrief Departement Werk & Sociale Economie - 6 juli 2017

Conjunctuur & Arbeidsmarkt: recente evolutie van de werkzaamheid in Vlaanderen en België, en de positie van Vlaanderen in Europa

In 2016 bereikte het aantal werkenden in Vlaanderen met 2,75 miljoen een recordhoogte. Sinds het begin van deze eeuw is de Vlaamse werkende bevolking vrijwel voortdurend blijven stijgen. Sinds het uitbreken van de crisis in 2008 zijn er ondanks de geringe economische groei toch meer dan 60.000 werkenden bijgekomen. Toch heeft deze positieve evolutie van de tewerkstelling maar weinig invloed gehad op de werkzaamheidsgraad in het Vlaams Gewest. Deze bleef sinds 2008 immers schommelen rond 72%. Hieronder gaan we wat dieper in op dit fenomeen, en reiken we een aantal verklaringen aan.

Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium EAK, Eurostat LFS (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE)

Bron: Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium EAK, Eurostat LFS (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE)

Eerste vaststelling in de figuur hierboven: tussen 2003 en 2008 steeg de Vlaamse werkzaamheidsgraad (= werkenden / bevolking) sneller dan het aantal werkenden. Dit betekent dat het aantal werkenden (de teller) sneller steeg dan de bevolking (de noemer). Nadien is de toename van het aantal werkenden vertraagd tot op hetzelfde niveau als de bevolkingsgroei. Het gevolg was een stabilisering van de werkzaamheidsgraad.

Ter illustratie: tussen 2003 en 2008 steeg de Vlaamse bevolking met 98.000 personen, maar steeg het aantal werkenden met niet minder dan 221.000 personen. Het gevolg was een snel stijgende werkzaamheidsgraad. Tussen 2008 en 2016 steeg de Vlaamse bevolking met 103.000 personen, en steeg het aantal werkenden slechts met 63.000 personen.


De geringe stijging van de werkzaamheidsgraad moet bovendien worden gezien in het kader van de demografische ontwikkelingen die het Vlaams Gewest kenmerken: verkleuring en vergrijzing. Het aantal 55-plussers en personen met een migratieachtergrond neemt toe, en hun werkzaamheidsgraad is een stuk lager dan gemiddeld. Naarmate deze groepen een groter aandeel in de bevolking uitmaken, trekken zij de gemiddelde werkzaamheidsgraad naar beneden.

Werkzaamheidsgraad 
(20-64 jaar)

 

evolutie t.o.v. 2015

Totaal

72,0%

+0,1 ppt.

55+

46,7%

+1,1 ppt.

Niet-EU

53,0%

-0,7 ppt.

Handicap

41,0%

-2,1 ppt.

Laaggeschoold

50,4%

-0,2 ppt.

Bron: Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium EAK, Eurostat LFS (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE)

Dit wordt in de tabel hieronder verder geïllustreerd. Tussen 2015 en 2016 is de Vlaamse bevolking op beroepsactieve leeftijd min of meer op hetzelfde niveau blijven hangen, doch deze ogenschijnlijke stabilisering blijkt het resultaat te zijn van een afname bij de bevolking geboren in Europa (-23.000, waarvan -17.800 in België geboren en -5.200 in de rest van Europa geboren) en een toename bij de bevolking geboren buiten EU (+28.700). De forse toename van het aantal personen geboren buiten EU (+28.700) resulteert enerzijds in een duidelijke stijging van het aantal werkenden (+12.900), maar anderzijds ook van het aantal werklozen en inactieven (+15.800). Doordat tevens de totale bevolking geboren buiten EU is gegroeid, blijkt het toenemende aantal werkenden niet voldoende om hun werkzaamheidsgraad te doen stijgen (Noot: Er zijn evenwel duidelijke verschillen naar scholingsniveau. Onder de laaggeschoolde bevolking geboren buiten EU stijgt het aantal werkenden opvallend veel sneller dan het aantal inactieven en werklozen dan bij de midden- en hooggeschoolden geboren buiten EU. Dit maakt dat de voor de werkzaamheid van laaggeschoolden geboren buiten EU sterke vooruitgang is geboekt (+3,1 ppt, 44,8% in 2016), terwijl die van midden- en hooggeschoolden achterbleef (-3,7 ppt., 59,3% in 2016)).

Totale bevolking op beroepsactieve leeftijd (20-64 jaar)

evolutie t.o.v. 2015

Totaal

3.812.100

5.700

0,1%

-55

2.949.800

-9.700

-0,3%

55+

862.300

15.400

1,8%

EU

3.484.800

-23.000

-0,7%

Niet-EU

327.300

28.700

9,6%

Zonder handicap

3.245.200

100

0,0%

Handicap

566.900

5.600

1,0%

Niet laaggeschoold

2.996.700

15.350

0,5%

Laaggeschoold

815.400

-9.650

-1,2%

Werkende bevolking (20-64 jaar)

evolutie t.o.v. 2015

Totaal

2.746.000

8.400

0,3%

-55

2.343.700

-8.100

-0,3%

55+

402.300

16.500

4,3%

EU

2.572.700

-4.500

-0,2%

Niet-EU

173.300

12.900

8,0%

Zonder handicap

2.513.300

17.800

0,7%

Handicap

232.700

-9.400

-3,9%

Niet laaggeschoold

2.334.700

14.800

0,6%

Laaggeschoold

411.300

-6.400

-1,5%

Bron: Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium EAK, Eurostat LFS (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE)

Ook bij de 55-plussers wordt een forse toename van het aantal werkenden vastgesteld tussen 2015 en 2016 (+16.500), wat zich vertaalt in een toename van hun werkzaamheidsgraad (+1,1 ppt.). Met een arbeidsdeelname van 46,7  procent zijn de 55-plussers goed op weg om de PACT 2020-doelstelling van 50 procent in 2020 te halen. De stijging is echter onvoldoende om impact te hebben op de globale werkzaamheidsgraad. De toenemende vergrijzing van de bevolking op beroepsactieve leeftijd  heeft eerder een remmende impact op de vooruitgang van de globale werkzaamheidsgraad. Anno 2016 is bijna één vierde van bevolking op beroepsactieve leeftijd 55 jaar of ouder. De verwachting is bovendien dat dat aandeel vanwege de pensionering van de babyboomgeneratie verder zal oplopen.  Hoe hoger hun aandeel in de beroepsactieve bevolking wordt, hoe groter hun impact op de globale werkzaamheidsgraad. Ook de 55-plussers zijn met een arbeidsdeelname van 46,7  procent goed op weg om de PACT 2020-doelstelling van 50 procent in 2020 te halen.

De bevolking met een arbeidshandicap op beroepsactieve leeftijd is nauwelijks toegenomen tussen 2015 en 2016. De terugval in hun werkzaamheid is voornamelijk te wijten door de forse afname van het aantal werkenden met een arbeidshandicap (-9.400) en een nog forsere toename van inactieven met een arbeidshandicap (+18.100).

Ondanks het feit dat de tewerkstelling in het Vlaams Gewest  een stijging optekent, stellen we voor de beschouwde periode toch een stagnering van de werkzaamheidsgraad vast, terwijl de werkzaamheidsgraad in de andere twee gewesten wel is gegroeid. Er bestaan immers enorme verschillen tussen de demografische evoluties van het Vlaams Gewest en de andere twee gewesten die een jonger bevolkingsprofiel hebben, minder hard met de vergrijzing worden geconfronteerd en meer divers is (in BR).  Hier staat tegenover de Vlaanderen een bijzonder hoge werkzaamheidsgraad kent bij 25-49-jarigen (85,2%). Dit is de hoogste werkzaamheidsgraad bij deze leeftijdsgroep in heel Europa, met uitzondering van Zweden (zie verder). De groeimarge binnen deze leeftijdsgroep is dus beperkt.

Positie van Vlaanderen in Europa

Na het uitbreken van de economische crisis in 2008, daalde de Europese werkzaamheidsgraad (bij 20-64-jarigen) van 70,3% in 2008 naar 68,4% in 2012-2013. Sindsdien zien we een duidelijk herstel, waarbij het pre-crisisniveau in 2016 voor het eerst overstegen werd (71,1%).

In vergelijking met het Europese gemiddelde is de Vlaamse werkzaamheidsgraad eerder stabiel gebleven. Zij schommelde de ganse periode rond de 72%. De impact van de crisis was dus aanvankelijk milder, maar nu gaat het herstel ook trager dan gemiddeld in Europa.

Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium EAK, Eurostat LFS (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE)

Bron: Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium EAK, Eurostat LFS (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE)

Wanneer we naar de resultaten van de individuele EU-lidstaten kijken, merken we dat het vooral de Oost-Europese landen zijn die tussen 2012 en 2016 vooruitgang hebben geboekt. Deze landen kenden voor de crisis al een stevige groei, zagen deze de afgelopen jaren tijdelijk onderbroken, maar hernemen nu hun oude ontwikkelingspatroon. Wanneer we naar de West-Europese lidstaten kijken, blijkt Vlaanderen sinds 2012 even veel (of even weinig) vooruitgang te hebben geboekt als Frankrijk en Nederland, en blijven ook Duitsland en Zweden ruim onder het gemiddelde.

Bron: Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium EAK, Eurostat LFS (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE)

Onderstaande tabel toont de Europese lidstaten + de Belgische gewesten, gerangschikt volgens de werkzaamheidsgraad bij 20-64-jarigen in 2016. Vlaanderen blijft net boven het Europese gemiddelde. Wanneer we echter naar de evolutie tussen 2012 en 2016 kijken, blijken er verschillende landen achter Vlaanderen te liggen die ons in de komende jaren mogelijk zullen voorbijsteken. Het gaat dan om landen als Hongarije, Portugal, Ierland, Slovakije en Polen.

globaal

55-64 jaar

personen geboren buiten EU

WZH

12-'16

WZH

12-'16

WZH

12-'16

Zweden

81,2

+2,3%

75,5

+3,4%

64,9

+4,8%

Duitsland

78,7

+2,3%

68,6

+11,4%

nb

nb

Noorwegen

78,6

-1,6%

72,6

+2,4%

64,5

-2,9%

Verenigd Koninkrijk

77,6

+4,7%

63,4

+9,1%

69,6

+7,2%

Denemarken

77,4

+2,7%

67,8

+11,5%

63,4

+9,5%

Nederland

77,1

+0,7%

63,5

+10,2%

58,9

-4,2%

Tsjechië

76,7

+7,3%

58,5

+18,7%

78,3

+1,8%

Estland

76,6

+6,1%

65,2

+7,8%

70,5

+4,3%

Litouwen

75,2

+9,8%

64,6

+25,0%

69,7

+7,4%

Oostenrijk

74,8

+0,5%

49,2

+18,3%

60,1

-4,9%

Finland

73,4

-0,8%

61,4

+5,5%

53,4

-8,6%

Letland

73,2

+7,5%

61,4

+16,3%

63,1

+0,8%

Vlaams Gewest

72,0

+0,7%

46,7

+15,2%

53,0

+2,3%

Hongarije

71,5

+16,1%

49,8

+38,0%

68,4

-1,7%

EU-28

71,0

+3,8%

55,3

+13,6%

61,2

+2,7%

Luxemburg

70,7

-1,0%

39,6

-3,4%

59,9

-6,0%

Portugal

70,6

+6,5%

52,1

+12,0%

71,2

+4,4%

Ierland

70,3

+10,4%

57,2

+16,0%

61,9

+7,1%

Slovenië

70,1

+2,6%

38,5

+17,0%

64,9

-1,4%

Frankrijk

70,0

+0,9%

49,8

+11,9%

54,5

-3,9%

Slovakije

69,8

+7,2%

49,0

+13,7%

68,4

+9,4%

Malta

69,6

+10,3%

44,0

+26,8%

69,3

+5,2%

Polen

69,3

+7,1%

46,2

+19,4%

66,3

+4,7%

Cyprus

68,8

-2,0%

52,0

+2,6%

65,2

-9,2%

Bulgarije

67,7

+7,5%

54,5

+19,3%

65,6

nb

België

67,7

+0,7%

45,4

+15,0%

49,1

+2,7%

Roemenië

66,3

+2,3%

42,8

+2,9%

nb

nb

Spanje

63,9

+7,2%

49,1

+11,8%

59,6

+9,6%

Waals Gewest

62,6

+0,2%

42,8

+15,2%

46,9

+3,6%

Italië

61,6

+1,1%

50,3

+24,8%

61,3

-2,4%

Kroatië

61,4

+5,7%

38,1

+1,6%

54,7

+13,0%

Brussels H. Gewest

59,8

+2,6%

47,0

+12,1%

45,5

+1,3%

Griekenland

56,2

+2,2%

36,3

-0,5%

54,8

+6,8%

Bron: Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium EAK, Eurostat LFS (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE

Eén reden voor de zwakke groei van de Vlaamse werkzaamheidsgraad, ligt in het feit dat we bij 25-49-jarigen reeds de op één na hoogste werkzaamheidsgraad hebben (85,2%). De groeimarge is hier dus beperkt. Heel wat van de Oost-Europese landen die nu zo’n sterke groei kennen, en van de landen die Vlaanderen op de hielen zitten in de werkzaamheidsrangschikking, hebben hier nog wel veel groeimarge. Ook in de andere gewesten is de werkzaamheidsgraad bij deze groepen laag.

grafiek

Bron: Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium EAK, Eurostat LFS (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE)

De middelmatige positie van Vlaanderen in Europa wordt in belangrijke mate verklaard door onze lage werkzaamheid bij 55-plussers. Door de beleidsinspanningen van de Vlaamse en federale overheden van de afgelopen 10 jaar, is deze wel sterk gestegen. Met een toename van 40,5% in 2008 naar 46,7% in 2016 steeg de Vlaamse werkzaamheidsgraad bij 55-plussers met niet minder dan +15,2%.

grafiek

Bron: Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium EAK, Eurostat LFS (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE)

Ook personen die buiten de EU geboren zijn hebben in Vlaanderen een lage werkzaamheidsgraad en kende slechts een beperkte groei ten aanzien van 2012. Bij ruim één derde van de EU-landen wordt geen stijging van de werkzaamheidsgraad opgetekend, en is de werkzaamheidsgraad van personen geboren buiten EU zelfs verder gedaald. 

Bron: Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium EAK, Eurostat LFS (Bewerking Steunpunt Werk/Departement WSE)

 


terug naar Werkzin-e