Werkzin-e
Nieuwsbrief Departement Werk & Sociale Economie - 22 juni 2010

Conjunctuur & Arbeidsmarkt:
Herstel van de Vlaamse arbeidsmarkt op til?

Conjuncturele ontwikkelingen

Hoewel er nog geen sprake is van serieus economisch herstel, lijkt de economie over het dieptepunt van de crisis heen te zijn. De Belgische economie kromp over heel 2009 met 3,0 procent. In het eerste kwartaal van 2010 bedroeg de economische groei 0,1 procent ten opzichte van het vorige kwartaal. Voor 2010 verwacht de Nationale Bank, voortgaand op de recente positieve kwartaalevoluties, een verdere toename van de economische activiteit met +1,0 procent. Maar de onzekerheden hieromtrent blijven onverminderd groot. De onrust op de (Europese) financiële markten maakt dat de algemene economische situatie als broos wordt ingeschat.

Uit de evolutie van de uitzendactiviteit - die een belangrijke voorspellende waarde voor de evolutie van de werkgelegenheid heeft - blijkt het herstel op de arbeidsmarkt ingezet te zijn. In april 2010 ging de uitzendactiviteit opnieuw in stijgende lijn voor de zevende maand op rij. Het aantal uitzenduren steeg met 2,3 procent ten opzichte van de vorige maand, zowel in het arbeiderssegment (+2,8 procent) als in het bediendensegement (+1,6 procent). Ook ten opzichte van april 2009 groeide de activiteit in de uitzendbranche. (+10,7 procent). Deze groei was vooral het resultaat van de activiteiten in het arbeiderssegment (+20,0 procent). In het bediendesegment was nog een lichte daling (-0,4 procent) waar te nemen tegenover vorig jaar.

Ook de tijdelijke werkloosheid geeft ons een goed idee over de toekomstige evolutie van de werkgelegenheid. Er bestaat immers een negatief verband tussen de twee. Wanneer de tijdelijke werkloosheid daalt, stijgt de werkgelegenheid, en omgekeerd. Figuur 1 laat zien dat het afgelopen crisisjaar massaal gebruik werd gemaakt van het stelsel van de tijdelijke werkloosheid. Over heel 2009 steeg het aantal tijdelijk werklozen met 61,5 procent op jaarbasis. Vooral in de tertiaire en secundaire sector nam de tijdelijke werkloosheid een hoge vlucht. Vanaf februari 2010 begon het aantal tijdelijk werklozen echter sterk terug te vallen. In april 2010 telde de RVA 114.600 tijdelijk werklozen. Dit zijn er bijna 32.000 minder dan in dezelfde periode vorig jaar, wat neerkomt op een daling van -21,7 procent.

Figuur 1: Evolutie van de tijdelijke werkloosheid (Vlaams Gewest; april 2007 - april 2010)

Figuur 1: Evolutie van de tijdelijke werkloosheid (Vlaams Gewest; april 2007 - april 2010)

Bron: RVA (Bewerking Departement WSE/Steunpunt WSE)

In het eerste kwartaal van 2010 was er ook sprake van een lichte afname van het aantal faillissementen. Er werden in totaal 1.391 faillissementen geregistreerd. Dit zijn er -1,3 procent minder dan een jaar voordien, toen de crisis zich sterk deed voelen in de faillissementstatistieken.
Het vertrouwen van de Vlaamse consumenten en ondernemers evolueerden al enige tijd in positieve zin, maar de recente onrust op de Europese financiële markt fnuikte echter de vooruitgang van de voorbije maanden. In de loop van mei 2010 verslechterde het Vlaams consumentenvertrouwen met min 4 tot min 6 punten. Ook het ondernemersvertrouwen daalde in mei opnieuw voor het eerst sinds maart 2009 met min 2,5 tot min 4,9 punten. Vooral in de verwerkende nijverheid, de dienstverlening aan bedrijven en in de handel ging het ondernemersvertrouwen er op achteruit. De stemming onder de bouwondernemers is daarentegen wel optimistischer geworden.

Dalende werkgelegenheid

De totale loontrekkende werkgelegenheid bleef verder dalen in het vierde kwartaal van 2009, maar wel minder snel dan in de vorige twee kwartalen (figuur 2). In het Vlaams Gewest nam het aantal loontrekkende werknemers af met -0,7 procent, dit is een daling met 14.000 werknemers op een jaar tijd. In het vorig kwartaal ging het nog om een daling van -1,4 procent. Niet alle sectoren krijgen in gelijke mate te maken met een teruglopende vraag. De crisis heeft het zwaarst doorgewogen in de industriële sectoren en de dienstensectoren.

Figuur 2: Evolutie van het aantal tewerkgestelde werknemers (Vlaams Gewest, 1ste kwartaal 2001 - 4de kwartaal 2009)

Figuur 2: Evolutie van het aantal tewerkgestelde werknemers (Vlaams Gewest, 1ste kwartaal 2001 - 4de kwartaal 2009)

Bron: RSZ (bewerking Departement WSE/Steunpunt WSE)

De werkzaamheidsgraad, die aantoont in welke mate de bevolking aan het werk is, is sinds het laatste kwartaal van 2008 beginnen dalen. Het jaargemiddelde 2009 kwam daarmee uit op 65,8 procent. Dit is 0,7 procentpunten lager dan in 2008, maar nog steeds 0,8 procentpunten hoger dan in 2006. De terugval van de werkgelegenheid betrof vooral jongeren (-3,0 procentpunten) en mannen (-1,1 procentpunten). Bij laag- en middengeschoolden trad ook een lichte daling op (respectievelijk -0,8 en -0,7 procentpunten), terwijl de werkzaamheidsgraad van hooggeschoolden zich stabiliseerde. Opvallend is dat de arbeidsdeelname van ouderen en vrouwen in 2009 bleef stijgen (respectievelijk +1,8 procentpunten en +3,2 procentpunten). Enerzijds is dit het gevolg van de geleidelijke verhoging van de pensioenleeftijd bij vrouwen en anderzijds als gevolg van het cohorte-effect. Sinds eind jaren ’60 is elke nieuwe generatie vrouwen meer werkzaam dan de vorige generaties en daalt de arbeidsdeelname van de oudere generaties ook minder dan vroeger. Omdat dit effect nu nog steeds (cumulatief) speelt, zorgt dit ervoor dat de negatieve impact van de economie op de arbeidsmarkt wordt gematigd.

Toenemende vraag naar arbeid

Ook de vraag naar arbeid is aanzienlijk verminderd als gevolg van de economische crisis, maar het keerpunt lijkt te zijn bereikt. Sinds het begin van 2010 stabiliseert het aantal openstaande vacatures en gaan ze zelfs opnieuw in stijgende lijn. In mei 2010 telde de VDAB bijna 40.400 openstaande vacatures. Dit zijn 2.255 openstaande vacatures (+5,9 procent) meer dan in mei 2009, maar nog steeds 9.155 openstaande vacatures (-18,5 procent) minder dan in mei 2008 (net voor de crisis uitbrak). Een groot deel van de openstaande vacatures is echter toe te schrijven aan een toename van het aantal tijdelijke jobs en studentenjobs.

Hoewel het aantal werkzoekenden stijgt, het aantal vacatures daalt, blijven er nog heel wat knelpuntvacatures. Dit komt omdat het aantal vacatures voor de knelpuntberoepen minder sterk daalde dan voor andere beroepen. Vooral het tekort aan technische profielen, verpleegkundigen, verzorgenden en schoonmakers raakt maar niet weggewerkt.

Oplopende werkloosheid

De dalende vraag naar arbeidskrachten, in combinatie met de dalende tewerkstelling heeft geleid tot een sterk oplopende werkloosheid die zich vanaf eind 2008 heeft ingezet. Eind december 2009 telde Vlaanderen al 23,8 procent niet-werkende werkzoekenden meer dan een jaar voordien. Op dat moment waren er bijna 220.400 niet-werkende werkzoekenden. Sinds begin 2010 loopt het stijgingsritme echter terug. Eind mei 2010 waren er ruim 195.700 niet-werkende werkzoekenden geregistreerd bij VDAB, een toename van 5,3 procent ten opzichte van een jaar eerder.

De gemiddelde werkloosheid kwam voor het jaar 2009 uit op 7,1 procent. Dit percentage is 1,2 procentpunten hoger dan in 2008, maar nog altijd 1,5 procentpunten lager dan in 2005. Niet alle bevolkingsgroepen werden even hard getroffen door de werkloosheid. De groepen die het ergst lijden onder de moeilijke situatie op de arbeidsmarkt zijn de jongeren, de laaggeschoolden en allochtonen. Vooral de stijging van de jeugdwerkloosheidgraad was aanzienlijk: van 11,3 procent in 2008 tot 15,5 procent in 2009.

Reeds uit het vorig kwartaalbericht bleek dat de oploop van de Vlaamse en Belgische werkloosheid  vanuit internationaal perspectief als bijzonder gematigd beschouwd kan worden. Uit de meest recente economische analyse en vooruitzichten van de OESO (mei 2010) blijkt dat België de crisis goed doorstaan heeft. De vooruitzichten voor de nabije toekomst en zeker voor 2011 zijn beter dan een jaar geleden werd gedacht. Het systeem van tijdelijke werkloosheid voor arbeiders en de tijdelijke uitbreiding ervan naar bedienden heeft meer jobs gered in België dan in andere landen.  Een reden waarom de bedrijven blijven vasthouden aan hun personeel is vermoedelijk uit besef dat zij na de crisis geconfronteerd kunnen worden met grote tekorten in (gekwalificeerd) personeel.

Conclusie

Na maandenlang slecht nieuws bevindt de Vlaamse economie zich opnieuw op een keerpunt. Er is eindelijk opnieuw sprake van enkele gunstige evoluties: de positieve economische groeiraming, de stijging van de uitzendactiviteit, het dalend gebruik van het systeem van tijdelijke werkloosheid, de toenemende vraag naar arbeid, de minder sterk oplopende werkloosheid. Het is echter nog te vroeg om vast te stellen of de gematigde ontwikkeling van de werkloosheid een kwestie is van uitstel of afstel. Het herstel is hiervoor nog te broos en met onzekerheden omgeven.

terug naar Werkzin-e