Arbeidskaart A - wetgeving

Opgelet: deze regelgeving is maar geldig tot en met 31 december 2018. Vanaf 1 januari 2019 gaat de nieuwe regelgeving van kracht inzake toelatingen tot arbeid!

Artikel 16 van het Koninklijk Besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers stelt:
 

De arbeidskaart A wordt toegekend aan de buiten­landse onderdaan die, gedurende een periode van tien jaar onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag, bewijst dat hij vier jaar arbeid met een arbeidskaart B en in de loop van een wettig en ononderbroken verblijf heeft verricht.

De termijn van vier jaar arbeid bepaald in het eerste lid wordt teruggebracht tot drie jaar voor de onderdanen van de landen waarmee België door internati­onale overeenkomsten of akkoorden inzake de tewerkstelling van werknemers verbonden is.

De termijn van vier jaar arbeid bedoeld in het eerste lid en de termijn van drie jaar arbeid bedoeld in het tweede lid worden respectievelijk verminderd met één jaar, indien de echtgenote of de kinderen van de buitenlandse onder­daan samen met hem wettig verblijven.

Voor de toepassing van de voorgaande leden worden met arbeidsperioden gelijkgesteld de perioden van algehele arbeidsongeschiktheid als gevolg van een beroepsziekte, een arbeidsongeval of een ongeval op de weg naar en van het werk, die zich voordeden op een moment dat de betrokkene op regelmatige wijze door een in België gevestigde werkgever werd tewerkgesteld.

Het verblijf wordt geacht ononderbroken te zijn :

  • wanneer de onderbreking tussen twee opeenvol­gende verblijfsperioden niet meer dan een jaar beloopt;
  • wanneer de afwezigheid het gevolg is van de dienstplicht, op voorwaarde dat de betrokkene binnen zestig dagen na het volbrengen van de dienstperiode naar België terugkeert.

Komen niet in aanmerking de jaren arbeid gedekt door arbeidskaarten die werden toegekend :

  • aan de gespecialiseerde techniekers, bedoeld in artikel 9,9°;
  • aan de stagiairs, bedoeld in afdeling 1 van hoofdstuk VI;
  • aan de au pair-jongeren, bedoeld in afdeling 2 van hoofdstuk VI;
  • aan werknemers die door een arbeidsovereen­komst met een in het buitenland gevestigde werkgever verbonden blijven;
  • om te werken als navorser of gasthoogleraar aan een universiteit, een instelling van hoger onderwijs of een erkende wetenschappelijke instelling;
  • om te werken als hooggeschoold personeel, bedoeld bij artikel 9, 6 ;
  • op grond van artikel 9, 16° of 17°.
  • aan de werknemers die een opleiding volgen op basis van artikel 9, eerste lid, 18° en 19°.

Werknemers Buitenlandse Nationaliteit

Terug naar startpagina Werknemers buitenlandse nationaliteit

Contact en openingsuren