Arbeidskaart C - Wie komt in aanmerking

Belangrijke wijziging vanaf 1/1/2019: arbeidskaart C verdwijnt

 

De arbeidskaart C wordt op 1 januari 2019 afgeschaft.
Wie in aanmerking komt voor een arbeidskaart C, mag vanaf dan werken op grond van zijn tijdelijke verblijfstitel. De toelating tot arbeid vloeit automatisch voort uit de specifieke verblijfssituatie van betrokkene.

U kunt dus geen arbeidskaart C  meer aanvragen. Zodra u uw verblijfskaart vernieuwt, zal de nieuwe identiteitskaart een vermelding “toegang arbeid: onbeperkt” bevatten. Deze vermelding is beschrijvend, het recht op werken volgt rechtstreeks uit het KB van 2/9/2018. Heeft u hier nog vragen over, dan kan u terecht bij uw gemeente.

Wie een aanvraag arbeidskaart C voor 1 januari 2019 heeft ingediend, zal wel nog een arbeidskaart C afgeleverd krijgen.

 

In artikel 17 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 wordt een limitatieve opsomming gegeven van de verschillende categorieën van personen die in aanmerking kunnen komen voor een arbeidskaart C.

Op 29/3/2011 verscheen in het BS het KB van 13 maart 2011 tot wijziging van artikel 1,2 en 17 van het KB van 9/6/99. Dit KB heeft o.m. tot doel de bepalingen van voormeld artikel 17 in overeenstemming te brengen met de inmiddels gewijzigde verblijfswetgeving.

Een arbeidskaart C kan worden toegekend:

a) aan de buitenlandse onderdanen die een asielaanvraag hebben ingediend na 31 mei 2007 en die vier maanden na hun asielaanvraag nog geen betekening van de beslissing hebben gekregen van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen totdat een beslissing wordt betekend door deze laatste, of, in geval van beroep, totdat een beslissing wordt betekend door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen;

b) aan de buitenlandse onderdanen die een asielaanvraag hebben ingediend vóór 1 juni 2007, waarvan de aanvraag ontvankelijk werd verklaard of waarover nog geen beslissing werd betekend met betrekking tot de ontvankelijkheid, tot wanneer een beslissing wordt betekend inzake de gegrondheid van hun aanvraag tot erkenning als vluchteling door de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen of, in geval van beroep, door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen;

KB 29 oktober 2015 (BS 9 november 2015) verkortte de 'wachtperiode' van zes maanden naar een periode van vier maanden - zie Recente wijzigingen.

Voor asielaanvragen ingediend na 31 mei 2007 moet als vertrekpunt voor de berekening van de vier maanden steeds de datum van indiening van de aanvraag bij de Dienst Vreemdelingenzaken worden genomen:

  • Indien er binnen de vier maanden na indiening van de asielaanvraag een weigeringsbeslissing wordt betekend door het CGVS dan vervalt het recht op een arbeidskaart C, zelfs al wordt er tegen deze weigeringsbeslissing beroep ingesteld bij de RVV.
     
  • Indien er binnen de vier maanden geen beslissing door het CGVS werd betekend, dan komt de betrokkene in aanmerking voor een arbeidskaart C tot op het ogenblik dat er een beslissing wordt betekend door het CGVS. Is de beslissing van het CGVS op dat ogenblik negatief, en gaat betrokkene hiertegen in beroep bij de RVV, dan behoudt hij het recht op een arbeidskaart C tot er een beslissing door de RVV wordt betekend.

In sommige gevallen wordt echter de beslissing van het CGVS door de Raad voor Vreemdelingenbetwisting vernietigd. Een vernietigingsbeslissing door de RVV heeft (anders dan een bevestigings- of verwerpingsbeslissing) tot gevolg dat de eerste beslissing van het CGVS dient te worden aanzien als nooit te hebben bestaan. Het dossier wordt op dat ogenblik door de RVV terug verwezen naar het CGVS voor een nieuwe (eerste) beslissing. Ook in dit geval blijft evenwel de begindatum voor de berekening van de periode van vier maanden de initiële datum waarop de aanvraag werd ingediend bij de Dienst Vreemdelingenzaken.

2° aan de buitenlandse onderdanen die erkend zijn voor de subsidiaire beschermingsstatus gedurende de periode waarbinnen hun verblijf is beperkt;

De subsidiaire beschermingsstatus is een verblijfsstatuut dat bij wet van 15 september 2006 in de verblijfswetgeving werd opgenomen ter uitvoering van de Europese Richtlijn 2004/83/EG van 29 april 2004 inzake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatslozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft, en de inhoud van de verleende bescherming.

Bedoeling ervan is een tijdelijke bescherming te verlenen aan vreemdelingen die niet voor de vluchtelingstatus in aanmerking komen en die bewijzen dat er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat, wanneer zij naar hun land van herkomst terugkeren, zij een reëel risico zouden lopen op ernstige schade.

Aan personen die op deze basis tot een verblijf werden toegelaten kan een arbeidskaart C worden toegekend, en dit voor de duur van hun verblijf.

3° aan de buitenlandse onderdanen die, in het kader van de strijd tegen de mensenhandel, een verblijfsvergunning hebben ontvangen in toepassing van artikel 110bis van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;

Hiermee worden bedoeld: de personen die mogelijks het slachtoffer van mensenhandel zijn, rond wie een onderzoek in dit kader wordt opgestart.

4° aan de buitenlandse onderdanen die tot een verblijf gemachtigd werden in toepassing van artikel 9ter van de wet van 15 december 1980, die in het bezit zijn van een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister;

Hiermee worden de personen bedoeld die om medische redenen werden geregulariseerd en in het bezit werden gesteld van een elektronische identiteitskaart A / Bewijs van Inschrijving in het Vreemdelingenregister met de vermelding “tijdelijk verblijf” en geldig voor één jaar.

5° aan de buitenlandse onderdanen die tot een verblijf gemachtigd werden in toepassing van artikel 9bis van de wet van 15 december 1980, voor zover de verlenging van de machtiging tot verblijf afhankelijk wordt gemaakt van tewerkstelling, behalve als het buitenlandse onderdanen betreft die een verblijfsvergunning toegekend kregen nadat een werkgever in België voor hen een aanvraag om arbeidsvergunning had ingediend;

Hiermee worden de personen bedoeld die omwille van buitengewone omstandigheden (meestal als humanitaire redenen omschreven) werden geregulariseerd. Aan deze personen wordt in principe een elektronische identiteitskaart A / Bewijs van Inschrijving in het Vreemdelingenregister toegekend met de vermelding “tijdelijk verblijf” en geldig voor één jaar.

Wanneer de verlenging van dit verblijfsdocument door de Dienst Vreemdelingenzaken afhankelijk wordt gesteld van o.m. “een geldige arbeidskaart met recente bewijzen van effectieve tewerkstelling (arbeidsovereenkomst, loonfiches,….) + een recent attest waaruit blijkt dat betrokkene op geen enkel ogenblik ten laste is van de Belgische Staat (of OCMW),….” dan komt de begunstigde in aanmerking voor een arbeidskaart C.

De voorwaarde van tewerkstelling dient uitdrukkelijk te zijn opgenomen in de begeleidende brief waarmee de Dienst Vreemdelingenzaken de beslissing meldt aan de gemeente.
Het gaat hier dus niet om de diverse categorieën van werknemers bedoeld in artikel 9 van het KB van 9 juni 1999 (zoals de hooggeschoolden, beroepssporters, schouwspelartiesten, navorsers, gasthoogleraren, enz…). Deze personen moeten immers eerst een B-kaart bekomen, op grond waarvan hen dan een tijdelijk verblijf wordt toegekend. De verlenging van hun verblijf zal uitdrukkelijk afhankelijk worden gesteld van het voorleggen van een nieuwe arbeidskaart B.

6° aan de buitenlandse onderdanen die het voorrecht inroepen van een recht op verblijf op basis van artikel 10 van de wet van 15 december 1980 of van een recht op verblijfsvergunning op basis van artikel 10bis van dezelfde wet, tijdens de periode van onderzoek van de aanvraag tot erkenning van het verblijfsrecht alsook tijdens het beroep voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, met uitzondering van de:

  • familieleden van buitenlandse onderdanen wier verblijf beperkt is tot de duur van een arbeidskaart of van een beroepskaart of van de uitoefening van een zelfstandige activiteit,
  • familieleden van buitenlandse onderdanen bedoeld in artikel 2, 1e lid, 4° (behalve als het onderdanen zijn van een land dat met België verbonden is door een akkoord van wederkerigheid), 6°, 7°, 12°, 14°, 15°, 25 en 26°,
  • familieleden van een student;

Hiermee worden de buitenlandse onderdanen beoogd die een aanvraagprocedure lopende hebben tot gezinshereniging met een familielid dat al toegelaten of gemachtigd is om tijdelijk of definitief in België te verblijven.
Deze personen zullen gedurende de periode van onderzoek van hun aanvraag in principe in het bezit zijn van een Attest van Immatriculatie, of van een bijlage 35 wanneer hun aanvraag initieel werd geweigerd en zij om herziening van deze beslissing hebben verzocht.
Komen echter niet in aanmerking:

  • De familieleden van arbeidsmigranten (inclusief de familieleden van de vreemdeling die de status van langdurig ingezetene heeft gekregen in een andere EU-lidstaat en nadien in België tot een verblijf wordt gemachtigd in het kader van een economische activiteit).
    Mogelijks kunnen deze wel (in toepassing van art 9, 16° of 17° van dit KB) in aanmerking komen voor een arbeidsvergunning en een arbeidskaart B, indien daartoe door een werkgever een conforme aanvraag zou worden ingediend.
  • Komen evenmin in aanmerking voor een arbeidskaart C: de echtgenoten van studenten.

7° aan de buitenlandse onderdanen die een definitieve gunstige beslissing hebben verkregen betreffende een verblijfsrecht op basis van artikel 10 van de wet van 15 december 1980 of betreffende een verblijfsvergunning op basis van artikel 10bis van de voorvermelde wet met uitzondering van de:

  • familieleden van buitenlandse onderdanen wier verblijf beperkt is tot de duur van een arbeidskaart of van een beroepskaart of van de uitoefening van een zelfstandige activiteit,
  • familieleden van buitenlandse onderdanen bedoeld in artikel 2, 1e lid, 4° (behalve als het onderdanen zijn van een land dat met België verbonden is door een akkoord van wederkerigheid) 6°, 7°, 12°, 14°, 15°, 25° en 26°
  • familieleden van een student;

Hiermee worden de buitenlandse onderdanen beoogd wiens aanvraag tot gezinshereniging positief werd beslist, en die op grond hiervan in het bezit werden gesteld van een elektronische identiteitskaart A / Bewijs van Inschrijving in het Vreemdelingenregister geldig voor één jaar en met de vermelding “tijdelijk verblijf”.
Komen echter niet in aanmerking:

  • De familieleden van arbeidsmigranten (inclusief de familieleden van de vreemdeling die de status van langdurig ingezetene heeft gekregen in een andere EU-lidstaat en nadien in België tot een verblijf wordt gemachtigd in het kader van een economische activiteit).
    Mogelijks kunnen deze wel (in toepassing van art 9, 16° of 17° van dit KB) in aanmerking komen voor een arbeidsvergunning en een arbeidskaart B, indien daartoe door een werkgever een conforme aanvraag zou worden ingediend.
  • Komen evenmin in aanmerking voor een arbeidskaart C: de echtgenoten van studenten..
8° aan de personen die een recht op verblijf hebben om studies te volgen in België in een onderwijsinrichting in België voor arbeidsprestaties buiten de schoolvakanties, voor zover hun tewerkstelling twintig uren per week niet overschrijdt en deze verenigbaar is met hun studies;

In principe zal de student in het bezit worden gesteld van een elektronische identiteitskaart A / Bewijs van Inschrijving in het Vreemdelingenregister geldig voor de duur van de studies en met de vermelding “tijdelijk verblijf”.

Gedurende de schoolvakanties geldt er evenmin een beperking van de tewerkstelling tot twintig uren per week.

9° aan de echtgenoot en aan de kinderen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt van diplomaten en consuls alsook de echtgenoot van andere titularissen van een bijzondere verblijfstitel indien zij onderdaan zijn van een land waarmee België verbonden is via een wederkerigheidsakkoord;

Het betreft hier in principe de echtgenoten van personen die in het bezit zijn van een bijzondere identiteitskaart afgeleverd door de protocollaire diensten van het ministerie van buitenlandse zaken, voor zover er een bilateraal akkoord is met het land van de betrokkene waarin uitdrukkelijk gestipuleerd wordt dat deze personen recht hebben op vrije toegang tot de arbeidsmarkt.

België is via een wederkerigheidsakkoord verbonden met de VSA, Nieuw-Zeeland, Australië, Canada, Kroatië, Peru, Chili, Turkije, Brazilië, de Filipijnen, Servië, Montenegro, Albanië en Bosnië-Herzegovina.

10° aan de personen die gemachtigd werden te verblijven als begunstigden van de tijdelijke bescherming bedoeld bij artikel 57/29 van de wet van 15 december 1980 door de Minister die de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen onder zijn bevoegdheden heeft of door diens gemachtigde.

Het betreft hier personen aan wie in toepassing van de Europese Richtlijn 2001/55/EG een tijdelijk statuut wordt toegekend in geval van massale toestroom van ontheemden naar lid-Staten van de Europese Unie.
Deze categorie vereist steeds een voorafgaand besluit van de Raad van de Europese Unie.
Momenteel zijn er echter geen personen die onder dit statuut vallen.

Op 26/07/2013 verscheen in het BS het KB van 17/07/2013 tot wijziging van het KB van 9/6/1999 (pdf). Dit KB heeft voornamelijk tot doel de gedeeltelijke omzetting van de Europese Richtlijnen 2004/38/EG en 2004/114/EG, alsook het implementeren van de specifieke verblijfsdocumenten inzake (vrijstellingen van) arbeidskaarten.
Artikel 17 van het KB van  9 juni 1999 wordt daarbij aangevuld met het volgende:

De arbeidskaart C is geldig ten aanzien van buitenlandse onderdanen die aan de voorwaarden voldoen bedoeld in het eerste lid (art.17,1° tot en met 17,10°), maar die tijdelijk in het bezit zijn van een document overeenkomstig de bijlage 15 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, omdat zij in afwachting zijn van de afgifte van het verblijfsdocument.

Werknemers Buitenlandse Nationaliteit

Terug naar startpagina Werknemers buitenlandse nationaliteit

Contact en openingsuren