Nieuwe EU-onderdanen

Algemeen principe

Binnen de EU geldt in principe het vrij verkeer van werknemers voor onderdanen van de Unie. Dit wordt vertaald in artikel 2, eerste lid, 1° van het KB van 9/6/99 dat stelt dat de onderdanen van een lidstaat van de EU (en onder bepaalde voorwaarden sommige van hun bloed- en aanverwanten) vrijgesteld zijn van de verplichting tot het verkrijgen van een arbeidskaart.

Overgangsfase nieuwe toetreders

De bestaande lidstaten krijgen als gevolg van de bepalingen van de toetredingsakten de mogelijkheid om in een overgangsfase het vrije verkeer van werknemers en de vrije toegang tot hun arbeidsmarkt voor onderdanen van de nieuwe toetredende landen geheel of gedeeltelijk te beperken.

Deze overgangsfase beloopt, vanaf de datum van toetreding, maximum 7 jaar en werd opgesplitst in drie periodes van achtereenvolgens twee, drie en twee jaar. Vóór het aflopen van iedere periode dienen de betrokken lidstaten aan de Europese Commissie mede te delen of en onder welke voorwaarden zij de toegang tot hun arbeidsmarkt alsnog wensen te beperken.

Eventuele overgangsmaatregelen tijdens de eerste periode van twee jaar zijn automatisch van toepassing wanneer de lidstaat naar aanleiding van de toetreding, haar vigerende wetgeving in die zin aanpaste.
Indien de overgangsfase na twee jaar nog wordt verlengd, dan dient de commissie hiervan vooraf in kennis te worden gesteld.
Indien men de overgangsmaatregelen ook na vijf jaar nog wenst te behouden, dan volstaat niet alleen de voorafgaande kennisgeving, maar dienen de betrokken lidstaten een dossier voor te leggen waarin wordt aangetoond dat er gegronde redenen zijn om te veronderstellen dat er zich bij volledige openstelling ernstige verstoringen op op hun arbeidsmarkt zouden voordoen.

Land dat op 1 juli 2013 is toegetreden: Kroatië

Met ingang van 1 juli 2013 is ook Kroatië toegetreden tot de Europese Unie. Ten aanzien van deze nieuwe lidstaat werd in de toetredingsakten, onder meer met betrekking tot het vrij verkeer van werknemers, in eenzelfde overgangsregeling voorzien als deze van toepassing op de landen die op 1 mei 2004 en die op 1 januari 2007 zijn toegetreden. België besliste opnieuw om van deze mogelijkheid gebruik te maken.
Voor onderdanen van dit land is vanaf1 juli 2015 het vrij verkeer van werknemers volledig van toepassing, wat impliceert dat zij vanaf deze datum vrijgesteld zijn van de verplichting tot het voorafgaand verkrijgen van een arbeidskaart.

Landen die op 1 januari 2007 zijn toegetreden:

Roemenië en Bulgarije.

Voor onderdanen van deze landen is sinds 1 januari 2014 het vrij verkeer van werknemers volledig van toepassing, wat impliceert dat zij vanaf deze datum vrijgesteld zijn van de verplichting tot het voorafgaand verkrijgen van een arbeidskaart.

Landen die op 1 mei 2004 zijn toegetreden:

Polen, Hongarije, Estland, Letland, Litouwen, Tsjechië, Slovenië, Slowakije, Cyprus en Malta.

Onderdanen van deze landen zijn sinds 1 mei 2009 vrijgesteld zijn van de verplichting tot het voorafgaand verkrijgen van een arbeidskaart.

Tewerkstelling in een knelpuntberoep

Met ingang van 1 mei 2006 werd er een versoepeling ingevoerd wanneer het om een tewerkstelling gaat in een zogenaamd “knelpuntberoep”.

In toepassing van het KB goedgekeurd op de ministerraad van 21 april 2006 dient er met ingang van 1 mei 2006 niet langer rekening te worden gehouden met de toestand van de arbeidsmarkt wanneer het gaat om een tewerkstelling in een beroep waarvan de bevoegde overheid erkend heeft dat er zich een tekort aan arbeidskrachten voordoet.

Hiertoe werden door de bevoegde Gewesten in overleg met de sociale partners, lijsten opgesteld waarin de betrokken beroepen worden opgesomd.
Op 5 mei 2006 heeft de Vlaamse regering haar goedkeuring gehecht aan een lijst van beroepen waarvoor zich in het Vlaamse Gewest tekorten voordoen op de arbeidsmarkt.
De lijst van de in het Vlaamse Gewest erkende knelpuntberoepen (pdf / 0.07 MB) (pdf) werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 18 mei 2006.

Waar sinds 1 mei 2004 bij de aanvraag tot tewerkstelling van nieuwe EU-toetreders geen geneeskundig attest en geen type-arbeidsovereenkomst meer diende te worden voorgelegd, wordt voor een tewerkstelling in een knelpuntberoep nu ook afgeweken van de voorwaarde bepaald in artikel 4 §2 van de wet van 30 april 1999 waarin gesteld wordt dat “de arbeidsvergunning niet wordt toegekend wanneer de buitenlandse onderdaan België is binnengekomen om er te worden tewerkgesteld vooraleer de werkgever de arbeidsvergunning heeft bekomen”.

Dit betekent concreet dat, wanneer het gaat om een aanvraag tot tewerkstelling in een knelpuntberoep:

  • er geen bijkomend arbeidsmarktonderzoek door de VDAB moet worden uitgevoerd;
  • er geen geneeskundig attest moet worden toegevoegd waarin de geschiktheid van de betrokken werknemer wordt bevestigd;
  • er geen type-arbeidsovereenkomst conform het KB van 9 juni I999 dient te worden voorgelegd;
  • de arbeidsvergunning kan worden toegekend zelfs indien de betrokken werknemer al in België is met de intentie om hier te werken nog vooraleer een werkgever hiertoe een arbeidsvergunning heeft aangevraagd en bekomen.

Werknemers Buitenlandse Nationaliteit

Terug naar startpagina Werknemers buitenlandse nationaliteit

Contact en openingsuren