Betaalde sportbeoefenaar - elementen van bezoldiging

Voor de toepassing van dit artikel moet men het loonbegrip hanteren dat geldt in het kader van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars. Zoals uitdrukkelijk bepaald is dit het loonbegrip van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon van de werknemers (de zogenaamde Loonbeschermingswet).

Deze wet verstaat onder loon:

  • het loon in geld waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever;
  • de fooien of het bedieningsgeld waarop de werknemer recht heeft ingevolge zijn dienstbetrekking of krachtens het gebruik;
  • de in geld waardeerbare voordelen waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever.
    […]

Voor de toepassing van deze wet moeten evenwel niet als loon worden beschouwd:

  1. de vergoedingen rechtstreeks of onrechtstreeks door de werkgever betaald:
    a) als vakantiegeld;
    b) die moeten worden beschouwd als een aanvulling van de vergoedingen verschuldigd tengevolge van een arbeidsongeval of een beroepsziekte;
    c) die moeten worden beschouwd als een aanvulling van de voordelen toegekend voor de verschillende takken van de sociale zekerheid;
  2. de uitkeringen in speciën of in aandelen of deelbewijzen aan de werknemers overeenkomstig de toepassing van de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen. ”

Zullen bijgevolg worden beschouwd als loon voor de toepassing van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars, en dus ook voor de toepassing van artikel 9, 11° van het K.B. van 9 juni 1999:

  • het vaste brutoloon,
  • wedstrijdpremies,
  • tekenpremies,
  • allerhande voordelen in natura waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking aanspraak heeft (huisvesting, wagen, maaltijden, GSM, reiskostenvergoeding …).

Zullen daarentegen niet als loon worden beschouwd:

  • vakantiegeld,
  • groepsverzekeringen die een aanvulling vormen van de voordelen toegekend door de verschillende takken van de sociale zekerheid (bv. pensioenfonds, hospitalisatieverzekering).

De voordelen in natura die de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking ontvangt moeten schriftelijk worden geschat en ter kennis van de werknemer gebracht bij zijn indienstneming (artikel 6, § 1, tweede lid, van de Loonbeschermingswet).

Deze voordelen in natura mogen één vijfde van het totale brutoloon niet overschrijden, dan wel twee vijfden niet overschrijden wanneer de werkgever een huis of een appartement ter beschikking stelt van de werknemer.

Als loon in natura mogen alleen worden verstrekt (artikel 6, § 2, van de Loonbeschermingswet):

  1. de huisvesting;
  2. gas, elektriciteit, water, verwarming en brandstof;
  3. het genot van een grond;
  4. voedsel gebruikt op de plaats waar de arbeid wordt verricht;
  5. gereedschap, dienst- of werkkleding en het onderhoud ervan, voor zover de werkgever krachtens een wets- of reglementsbepaling niet verplicht is die te verstrekken of te onderhouden;
  6. het voor de arbeid nodige materieel of materieel dat ten laste van de werknemer is overeenkomstig zijn dienstbetrekking of het gebruik.

Werknemers Buitenlandse Nationaliteit

Terug naar startpagina Werknemers buitenlandse nationaliteit

Contact en openingsuren