E Toelating tot arbeid van rechtswege - vrijstellingen

1. Met voorafgaandelijke Limosa-aangifte

De volgende personen zijn van rechtswege toegelaten tot arbeid, voor zover voldaan werd aan de voorafgaandelijke Limosa-aangifte conform titel IV, hoofdstuk 8, afdeling 2 van de programmawet (I) van 27 december 2006 tot voorafgaande melding voor gedetacheerde werknemers en zelfstandigen. Dit wil bijgevolg zeggen dat zij geen bijkomende administratieve formaliteit dienen te vervullen. 

In geval van vrijstelling moeten er dus door de betrokkenen geen aanvraagdossiers meer worden ingediend en er worden door de dienst Economische migratie geen attesten van vrijstelling afgeleverd.

Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de werkgever om na te gaan of de beoogde tewerkstelling voldoet aan de voorwaarden die gelden voor één van de vrijgestelde categorieën. Is dit het geval, dan kan hij de buitenlandse werknemer onmiddellijk in dienst nemen zoals om het even welke Belgische werknemer.

  • de handelsvertegenwoordigers met hoofdverblijf in het buitenland, die hun klanten in België bezoeken, voor rekening van in het buitenland gevestigde ondernemingen zonder bijhuis in België, op voorwaarde dat hun verblijf in België niet langer duurt dan drie opeenvolgende maanden;
  • de personen die naar België gekomen zijn om, voor rekening van een in het buitenland gevestigde onderneming, door de Belgische nijverheid geleverde goederen in ontvangst te nemen, op voorwaarde dat hun verblijf in België niet langer duurt dan drie opeenvolgende maanden;
  • de in het buitenland verblijvende journalisten die verbonden zijn aan in het buitenland uitgegeven dagbladen of in het buitenland gevestigde persagentschappen of radio- of televisiestations, die naar België komen voor de uitoefening van hun opdracht, op voorwaarde dat hun verblijf in België niet langer duurt dan drie opeenvolgende maanden;
  • de werknemers die tewerkgesteld worden in een buitenlandse onderneming, die naar België komen om een opleiding te volgen in de Belgische zetel van de groep van ondernemingen waartoe hun onderneming behoort, in het kader van een opleidingsovereenkomst tussen de zetels van de groep van ondernemingen, op voorwaarde dat hun verblijf in België niet langer duurt dan drie opeenvolgende maanden;
  • de leidinggevende-ICT, specialist-ICT of stagiair-werknemer-ICT die zijn recht op kortetermijnmobiliteit uitoefent, op voorwaarde dat de bezoldiging niet minder gunstig is dan die van vergelijkbare functies overeenkomstig toepasselijke wetten, collectieve overeenkomsten of praktijken, conform artikel 79;
  • de onderdaan van een derde land die in het kader van onderzoek zijn recht op kortetermijnmobiliteit uitoefent, op voorwaarde dat aan de tewerkstelling inkomsten verbonden zijn die de werknemer in staat stellen te voorzien in zijn behoeften of in die van zijn gezin, conform artikel 76, §1, eerste lid;
  • de werknemers die geen onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die tewerkgesteld zijn door een onderneming die gevestigd is in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of de Zwitserse Bondsstaat en die zich naar België begeven om diensten te verrichten, op voorwaarde dat: a) die werknemers, in de lidstaat van de Europese Economische Ruimte of de Zwitserse Bondsstaat waar ze verblijven, beschikken over een recht op verblijf of een verblijfsvergunning van meer dan drie maanden; b) die werknemers wettig tewerkgesteld zijn in de lidstaat waar ze verblijven en de vergunning ten minste geldig is voor de duur van het in België uit te voeren werk; c) die werknemers in het bezit zijn van een regelmatige arbeidsovereenkomst; d) die werknemers beschikken over een paspoort en een verblijfsvergunning van een duur die minstens gelijkwaardig is met de duur van de dienstverlening om hun terugkeer naar hun land van oorsprong of verblijf te verzekeren; e) de dienstverrichting er niet louter in bestaat arbeidskrachten ter beschikking te stellen.

In het eerste lid, 5°, wordt verstaan onder kortetermijnmobiliteit in het kader van ICT: het recht waarover de onderdaan van een derde land die in het bezit is van een geldige vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon, die afgegeven is door een andere lidstaat, beschikt om op het Belgische grondgebied te verblijven en te werken in elke entiteit die in België is gevestigd en die tot de onderneming of dezelfde groep van ondernemingen behoort te werken, gedurende een maximale periode van 90 dagen binnen elke periode van 180 dagen.

In het eerste lid, 6°, wordt verstaan onder kortetermijnmobiliteit in het kader van onderzoek: het recht waarover de onderdaan van een derde land beschikt die in het bezit is van een geldige vergunning voor onderzoeker, die afgegeven is door een andere lidstaat, om op het Belgische grondgebied te verblijven om er een deel van hun onderzoek uit te voeren, gedurende een periode van 180 dagen binnen elke periode van 360 dagen.
 

2. Niet onderworpen aan voorafgaandelijke Limosa-aangifte

Daarnaast zijn tevens van rechtswege toegelaten tot arbeid, de gedetacheerde werknemers die niet onderworpen zijn aan een voorafgaandelijke Limosa-aangifte conform artikel 1 van het koninklijk besluit van 20 maart 2007 tot uitvoering van het Hoofdstuk 8 van Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006 tot voorafgaande melding voor gedetacheerde werknemers en zelfstandigen, op voorwaarde dat hun verblijf in België niet langer duurt dan drie opeenvolgende maanden. De volgende categorieën van gedetacheerde werknemers worden uit het toepassingsgebied van het Hoofdstuk 8 van Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006 gesloten :

  • de werknemers tewerkgesteld in de sector van het internationaal vervoer van personen of goederen, tenzij deze werknemers cabotageactiviteiten op het Belgisch grondgebied verrichten;
  • de werknemers die naar België worden gedetacheerd voor de initiële assemblage en/of de eerste installatie van een goed, die een wezenlijk bestanddeel uitmaakt van een overeenkomst voor de levering van goederen en die noodzakelijk is voor het in werking stellen van het geleverde goed en die uitgevoerd wordt door gekwalificeerde en/of gespecialiseerde werknemers van de leverende onderneming, wanneer de duur van de bedoelde werken niet meer dan acht dagen bedraagt. Deze afwijking geldt evenwel niet voor activiteiten in de bouwsector;
  • de werknemers die als gespecialiseerde technici tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever en naar België komen om dringende onderhoudswerken of dringende reparatiewerken uit te voeren aan machines of apparatuur die door hun werkgever geleverd werden aan de in België gevestigde onderneming in dewelke de reparaties of het onderhoud plaatsvinden, mits hun verblijf nodig voor de activiteiten, niet meer dan 5 dagen per kalendermaand bedraagt;
  • de werknemers die naar België komen voor het bijwonen van wetenschappelijke congressen;
  • de werknemers die naar België komen voor het bijwonen van vergaderingen in beperkte kring, mits hun aanwezigheid op deze vergaderingen maximum 60 dagen per kalenderjaar niet overschrijdt, met een maximum van 20 opeenvolgende kalenderdagen per vergadering;
  • de werknemers die door een overheidsdienst worden tewerkgesteld;
  • de leden van een diplomatieke of consulaire zending;
  • de werknemers die in het buitenland verblijven, er tewerkgesteld worden door een in het buitenland gevestigde werkgever en die naar België komen om aan internationale sportwedstrijden deel te nemen evenals de scheidsrechters, begeleiders, officiële vertegenwoordigers, personeelsleden en alle andere personen geaccrediteerd en/of erkend door internationale of nationale sportfederaties, voorzover hun verblijf in het land, nodig voor deze activiteiten, de duur van de sportproef en hoogstens 3 maanden per kalenderjaar niet overschrijdt;
  • de artiesten met internationale faam evenals de begeleiders waarvan de aanwezigheid vereist is voor het schouwspel op voorwaarde dat hun verblijf in België, nodig voor deze activiteiten, niet meer dan 21 dagen per kwartaal bedraagt;
  • de vorsers en de leden van een wetenschappelijk team die in het buitenland verblijven en door een universiteit of een wetenschappelijke instelling gevestigd in het buitenland worden tewerkgesteld, die in België aan een wetenschappelijk programma in een onthaaluniversiteit of een wetenschappelijke instelling deelnemen, op voorwaarde dat hun verblijf, nodig voor deze activiteiten, niet meer dan 3 maanden per kalenderjaar bedraagt.
     

3. Toelating om te werken wegens specifieke verblijfssituatie

Verschillende specifieke verblijfssituaties geven ook mogelijkheden om te werken, zoals ze bepaald werden door de federale overheid in het Koninklijk Besluit van 2 september 2018 houdende de uitvoering van de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden.

Deze personen moeten geen toelating tot arbeid aanvragen bij een gewestelijke overheid (Vlaams, Waals of Brussels Hoofdstedelijk), maar bekomen via hun gemeentelijke administratie (dienst bevolking en/of vreemdelingenzaken) een verblijfsdocument wegens hun specifieke verblijfssituatie. Uit die verblijfssituatie (en het bijhorende verblijfsdocument) vloeit dan automatisch ook hun toelating om te werken voort en dat dus zonder een expliciete (actieve) aanvraag tot die toelating om te werken door de betrokken buitenlander.

De hieronder vermelde categorieën van specifieke verblijfssituaties en -documenten bestonden veelal voorheen tot eind 2018 in KB 9/6/1999 (houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers) enerzijds als categorie binnen de vrijstellingen (zoals bepaald in het toenmalige artikel 2) of anderzijds als categorie binnen de arbeidskaart C (zoals bepaald in het toenmalige artikel 17).

Let wel: de concrete details van iedere hieronder vermelde categorie dient men terug te vinden in KB 2/9/2018. De informatie en/of documentatie aangaande die specifieke verblijfssituatie dient een buitenlander zelf aan te tonen en/of te bekomen via zijn gemeentelijke administratie (dienst bevolking en/of vreemdelingenzaken).
Belangrijk: aangezien verblijf een bevoegdheid is van de federale overheid, draagt de Vlaamse gewestelijke dienst Economische migratie dus geen verantwoordelijkheid noch enige bevoegdheid inzake deze verblijfskwesties en weerhoudt de dienst zich van onderzoek, informatie of verklaringen inzake specifieke verblijfssituaties en de eventueel bijhorende toelating om te werken.

Het KB 2/9/2018 bepaalt dat volgende buitenlanders toelating om te werken krijgen:

  • onderdanen van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte en Zwitserse Bondsstaat (art.4);
  • houders van bijzondere verblijfstitels wegens het uitoefenen van een ambt (art.5);
  • echtgenoot en kinderen van die houders van bijzondere verblijfstitels wegens het uitoefenen van een ambt - mits wederkerigheidsakkoord (art.6);
  • onderdanen die werken in kader van hun leerovereenkomst of hun opleiding in het kader van het alternerend leren (art.7);
  • in België erkende vluchtelingen (art.8);
  • onderdanen die werken in kader van verplichte stage ten behoeve van hun studies in België, in Europese Economische ruimte of Zwitserse Bondsstaat (art.9);
  • volgende concrete houders van bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister - tijdelijk verblijf:
    - leerlingen in kader van een leerovereenkomst of een overeenkomst voor alternerend leren (art.10,1°);
    - buitenlandse studenten die studeren in Belgische onderwijsinstelling (art.10,2°);
    - begunstelingen van internationale akkoorden inzake vakantie-werk (work-holiday) (art.10,3°);
    - humanitair geregulariseerden (art.10,4°);
    - subsidiair beschermden (art.10,5°);
    - tijdelijk beschermden (art.10,6°);
    - niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (art.10,7°);
    - erkende gezinsherenigers (art.10,8°);
    - slachtoffers mensenhandel (art.10,9°);
    - echtgenoot en kinderen van die houders van bijzondere verblijfstitels wegens het uitoefenen van een ambt (art.10,10°);
  • houders van bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister - onbepaalde duur (art.11);
  • houders van identiteitskaart voor vreemdeling (art.12);
  • houders van verblijfsvergunning "EG-langdurig ingezetene" (art.13);
  • houders van verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie (art.14);
  • houders van een duurzame verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie (art.15);
  • gezinsherenigers-in-onderzoek met EU-onderdanen die houder zijn van Bijlage 19ter (art.16);
  • echtgenoten van Belgen of van onderdanen van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte die houder zijn van Bijlage 15 als grensarbeider (art.17);
  • volgende houders van attest van immatriculatie - model A:
    - gezinsherenigers-in-onderzoek met niet-EU-onderdanen (art.18,1°);
    - slachtoffers mensenhandel (art.18,2°);
    - asielzoekers (art.18,3°);
  • volgende houders van Bijlage 35 die in beroep zijn bij Raad voor Vreemdelingenbetwistingen:
    - gezinsherenigers-in-onderzoek met EU-onderdanen (art.19,1°);
    - gezinsherenigers-in-onderzoek met niet-EU-onderdanen (art.19,2°);
    - asielzoekers (art.19,3°);
  • alle hierboven vermelde buitenlanders (uitgezonder art.5 en 6, namelijk de houders van bijzondere verblijfstitels wegens het uitoefenen van een ambt en de echtgenoot en kinderen van die houders van bijzondere verblijfstitels wegens het uitoefenen van een ambt - mits wederkerigheidsakkoord) die tijdelijk in bezit zijn van Bijlage 15 in afwachting van hun eigenlijke verblijfsdocument.

Let wel: de concrete details van iedere hierboven vermelde categorie dient men terug te vinden in KB 2/9/2018. De informatie en/of documentatie aangaande die specifieke verblijfssituatie dient een buitenlander zelf aan te tonen en/of te bekomen via zijn gemeentelijke administratie (dienst bevolking en/of vreemdelingenzaken).
Belangrijk: aangezien verblijf een bevoegdheid is van de federale overheid, draagt de Vlaamse gewestelijke dienst Economische migratie dus geen verantwoordelijkheid noch enige bevoegdheid inzake deze verblijfskwesties en weerhoudt de dienst zich van onderzoek, informatie of verklaringen inzake specifieke verblijfssituaties en de eventueel bijhorende toelating om te werken.