B2-4 Wetenschappelijk onderzoek & onderwijs - Onderzoeker gastovereenkomst

Afdeling 4 van Hoofdstuk 8 van het BVR (pdf / 0.17 MB) voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek (alsook studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of aupairactiviteiten). Voor de toepassing van deze afdeling zijn de bepalingen van titel II, hoofdstuk 4 van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 van toepassing.

Evenwel treedt hoofdstuk 8 pas in werking op de dag van de inwerkingtreding van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 - zie artikel 85 van het BVR (pdf / 0.17 MB).

Hierdoor kan men voor een onderzoeker met een gastovereenkomst nog geen gecombineerde vergunning aanvragen en blijft de 'oude' regelgeving van kracht, met name de van rechtswege vrijstelling zoals bepaald door artikel 2,26° van KB 9 juni 1999:

"Zijn vrijgesteld van de verplichting tot het verkrijgen van een arbeidskaart: de onderzoekers die naar België komen om onderzoek te doen bij een erkende onderzoekinstelling in het kader van een gastovereenkomst, in de gevallen, onder de voorwaarden en volgens de nadere regelen bepaald bij de artikelen 61/10 tot 61/12 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en bij het koninklijk besluit van 8 juni 2007 houdende de voorwaarden voor erkenning van de onderzoeksinstellingen die in het kader van onderzoeksprojecten gastovereenkomsten met onderzoekers uit niet EU-landen willen afsluiten en tot vaststelling van de voorwaarden waaronder dergelijke gastovereenkomsten kunnen worden afgesloten.
De duur van de vrijstelling wordt beperkt tot de duur van het onderzoeksproject die wordt vastgelegd in de door de onderzoeker en de erkende onderzoeksinstelling afgesloten gastovereenkomst. Haar geldigheid is beperkt tot de onderzoeksactiviteit voor dewelke ze werd toegekend alsook tot de onderzoeksinstelling bedoeld in het eerste lid met wie de buitenlandse onderdaan voor dewelke deze vrijstelling werd toegekend, samenwerkt
"