B1-1 Specifiek looncriterium - Hooggeschoolde

Algemene bepalingen

Het betreft personen die in het bezit zijn van een diploma van hoger of universitair onderwijs (of hiermee gelijkgesteld) en die een jaarlijks bruto minimumloon verdienen (BVR (pdf / 0.17 MB) art. 17,1°).

Het diploma dient uitgereikt te zijn door een onderwijsinstelling dat erkend is als hogere onderwijsinstelling door de staat waarin het instituut is gevestigd (een diploma of getuigschrift van een private onderwijsinstelling wordt dus niet erkend).
De studies moeten minstens drie jaar hebben geduurd, of minstens geleid hebben tot onderwijskwalificatie niveau 5. Het betreft dus diploma's die gelijkgeschakeld zijn volgens de Vlaamse Kwalificatieniveau's: niveau 5 = HBO5-gegradueerde, niveau 6 = bachelor of niveau 7 = master.

De bezoldiging bedraagt minstens 100% van het gemiddeld bruto jaarloon. Voor 2019 bedraagt dit: 41.868 euro.

De bezoldiging bedraagt minstens 80% van het gemiddeld bruto jaarloon voor de werknemer (dit betekent dus 33.494,40 euro), verbonden door een arbeidsovereenkomst met een in België gevestigde werkgever, voor zover de werknemer:
 a) ofwel de leeftijd van dertig jaar niet heeft bereikt;
 b) ofwel tewerkgesteld wordt als verpleegkundige;
 

Hoe aanvragen

Let op: gelieve het aanvraagformulier en de gevraagde documenten LOS in te dienen en ze dus NIET AAN ELKAAR TE NIETEN voor verzending naar onze dienst!

Het aanvraagdossier dient te bestaan uit:

  • een volledig ingevuld formulier “aanvraag tot toelating tot arbeid voor bepaalde duur met gecombineerde vergunning (docx / 0.07 MB)
    Wanneer het gaat om een werkgever die in het buitenland gevestigd is, moet de aanvraag worden ingediend via een mandataris die op regelmatige basis in België verblijft, en die hiertoe door de buitenlandse werkgever werd gemachtigd. Wanneer de aanvraag wordt ingediend door een mandataris of gemachtigde, dient een kopie te worden toegevoegd van het identiteitsdocument van de betrokken mandataris.
    belangrijk: op de nieuwe aanvraagformulieren worden specifieke gegevens gevraagd die voorheen mogelijk niet voorkwamen op de 'oude' aanvraagformulieren. Zo wordt er heden steeds gevraagd naar concrete ondernemings- of vestigingsnummers van betrokken ondernemingen, of naar concrete rijksregister- of BISnummers van betrokken personen. Dit staat ten dienste van een correcte identificatie en tevens voor het ophalen van authentieke gegevens uit verschillende externe digitale databanken. Het gebruik van die authentieke bronnen worden noodzakelijk geacht voor het correct verwerken van de ondernemings- en persoonsgegevens door de Dienst Economische Migratie.
    Ook wordt er heden bij een tewerkstelling steeds gevraagd naar de ISCO-code van de concrete functie of job die uitgevoerd zal worden. Deze  International Standard Classification of Occupations wordt gebruikt voor het classificeren van beroepen in een gedefinieerde set van groepen volgens de taken die verricht worden. De concrete codes en bijkomende uitleg kan u terugvinden bij Statbel - voor onze aanvraagformulieren dient u steeds een viercijferige ISCO-code op te geven van de concrete functie of job die uitgevoerd zal worden
    ;
  • een kopie van de buitenlandse identiteitskaart of een kopie van de persoonsgegevens van het internationaal paspoort, en tevens wanneer de werknemer reeds in België aanwezig is op het ogenblik van de indiening van de aanvraag, een kopie van de Belgische verblijfsvergunning;
  • een fotokopie van het identiteitsbewijs van de werkgever of dat van zijn volmachthouder;
  • het bewijs van de betaling van de retributie (artikel 1/1 van de wet van 15 december 1980);
  • een getuigschrift waaruit blijkt dat de onderdaan van een derde land niet veroordeeld is geweest wegens misdaden of wanbedrijven van gemeen recht, als hij ouder is dan achttien jaar. Als het getuigschrift opgesteld is in het buitenland, dient het gelegaliseerd èn vertaald te zijn (Nederlands, Frans of Engels);
  • een medisch attest (of Franstalige versie) waaruit blijkt dat de onderdaan van een derde land niet is aangetast door een van de ziekten bedoeld in de bijlage bij de wet van 15 december 1980;
  • het bewijs dat hij over een ziektekostenverzekering beschikt die alle risico’s in België voor hemzelf en zijn familieleden dekt;
  • in geval van detachering, een kopie van het document, afgegeven door de buitenlandse instelling, dat verklaart dat de socialezekerheidswetgeving van dat land van toepassing blijft tijdens de tewerkstelling op het Belgische grondgebied, of, als een internationale overeenkomst daarover ontbreekt, een verklaring van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid dat de voorwaarden om onderworpen te zijn aan het Belgische stelsel voor werknemers, niet vervuld zijn;
  • in geval van detachering een attest, ondertekend door de werkgever, waarin hij de duur van de detachering bepaalt, alsook de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de duur van de detachering;
  • een fotokopie van de arbeidsovereenkomst, vermeld in titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, of, in geval van detachering, een fotokopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en zijn werkgever die in het buitenland is gevestigd, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan;
  • een fotokopie van de diploma's van het hoger onderwijs die de werknemer heeft behaald, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan.

Bij een aanvraag tot verlenging of hernieuwing van een lopende arbeidsvergunning en arbeidskaart B dient het aanvraagdossier twee maanden voor het einde van de lopende vergunning te worden ingediend. Het dossier dient te bestaan uit:

  • een volledig ingevuld formulier “aanvraag tot toelating tot arbeid voor bepaalde duur met gecombineerde vergunning (docx / 0.07 MB)”.
    belangrijk: op de nieuwe aanvraagformulieren worden specifieke gegevens gevraagd die voorheen mogelijk niet voorkwamen op de 'oude' aanvraagformulieren. Zo wordt er heden steeds gevraagd naar concrete ondernemings- of vestigingsnummers van betrokken ondernemingen, of naar concrete rijksregister- of BISnummers van betrokken personen. Dit staat ten dienste van een correcte identificatie en tevens voor het ophalen van authentieke gegevens uit verschillende externe digitale databanken. Het gebruik van die authentieke bronnen worden noodzakelijk geacht voor het correct verwerken van de ondernemings- en persoonsgegevens door de Dienst Economische Migratie.
    Ook wordt er heden bij een tewerkstelling steeds gevraagd naar de ISCO-code van de concrete functie of job die uitgevoerd zal worden. Deze  International Standard Classification of Occupations wordt gebruikt voor het classificeren van beroepen in een gedefinieerde set van groepen volgens de taken die verricht worden. De concrete codes en bijkomende uitleg kan u terugvinden bij Statbel - voor onze aanvraagformulieren dient u steeds een viercijferige ISCO-code op te geven van de concrete functie of job die uitgevoerd zal worden
    ;
  • een kopie van de buitenlandse identiteitskaart of een kopie van de persoonsgegevens van het internationaal paspoort, en tevens een kopie van de Belgische verblijfsvergunning;
  • het bewijs dat hij over een ziektekostenverzekering beschikt die alle risico’s in België voor hemzelf en zijn familieleden dekt;
  • een fotokopie van het identiteitsbewijs van de werkgever of dat van zijn volmachthouder;
  • een kopie van de arbeidsovereenkomst indien deze gewijzigd is ten opzichte van de vorige tewerkstellingsperiode;
  • een fotokopie van de loonfiches of loonafrekeningen voor de volledige periode van de toelating tot arbeid die verstrijkt, of een fotokopie van de individuele rekening na een volledig kalenderjaar waarin de betrokkene heeft gewerkt;
  • in geval van detachering, een kopie van het document, afgegeven door de buitenlandse instelling, dat verklaart dat de socialezekerheidswetgeving van dat land van toepassing blijft tijdens de tewerkstelling op het Belgische grondgebied, of, als een internationale overeenkomst daarover ontbreekt, een verklaring van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid dat de voorwaarden om onderworpen te zijn aan het Belgische stelsel voor werknemers, niet vervuld zijn - zelfs indien een dergelijk document reeds bij de aanvraag tot toelating tot arbeid van de voorgaande tewerkstelling voorzien werd;
  • in geval van detachering het attest, ondertekend door de werkgever, waarin hij de duur van de detachering bepaalt, alsook de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de duur van de detachering - zelfs indien een dergelijk document reeds bij de aanvraag tot toelating tot arbeid van de voorgaande tewerkstelling voorzien werd;
  • het bewijs van inschrijving in het Limosakadaster als de aanvraag gaat over een detachering binnen het toepassingsgebied van titel IV, hoofdstuk 8, van de programmawet (I) van 27 december 2006.
     

Elementen van bezoldiging

BVR (pdf / 0.17 MB) art. 77 stelt dat de bezoldigingsbedragen de tegenprestatie vormen van uitgevoerde arbeidsprestaties en zijn met zekerheid bekend bij de aanvang van de tewerkstelling van de werknemers in België.

De toeslagen die rechtstreeks verbonden zijn aan de detachering van de werknemer, worden beschouwd als een deel van de loonvoorwaarden, als die niet uitgekeerd worden als vergoeding van onkosten die daadwerkelijk gemaakt zijn in verband met de detachering, zoals reiskosten, verblijfskosten en kosten voor voeding.