B2-1 Wetenschappelijk onderzoek & onderwijs - Navorser

Algemene bepalingen

Dit betreft personen die als navorser tewerkgesteld zijn in een universiteit, in een inrichting van hoger onderwijs, een erkende wetenschappelijke instelling of een onderzoeksafdeling op voorwaarde dat de bezoldiging van de buitenlandse werknemer minstens 100% bedraagt van het gemiddeld bruto jaarloon. Voor 2019 bedraagt dit 41.868 euro. Zij dienen houder te zijn van een doctoraat op proefschrift of een academische titel die daarmee gelijkgesteld kan worden (BVR (pdf / 0.17 MB) art.17,4°).
De bezoldiging bedraagt minstens 80% van het gemiddeld bruto jaarloon voor de werknemer, verbonden door een arbeidsovereenkomst met een in België gevestigde werkgever, voor zover de werknemer de leeftijd van dertig jaar niet heeft bereikt.
 

Hoe aanvragen

Het aanvraagdossier dient te bestaan uit:

  • een volledig ingevuld formulier “aanvraag tot toelating tot arbeid voor bepaalde duur met gecombineerde vergunning (docx / 0.07 MB)”.
    Wanneer het gaat om een werkgever die in het buitenland gevestigd is, moet de aanvraag worden ingediend via een mandataris die op regelmatige basis in België verblijft, en die hiertoe door de buitenlandse werkgever werd gemachtigd. Wanneer de aanvraag wordt ingediend door een mandataris of gemachtigde, dient een kopie te worden toegevoegd van het identiteitsdocument van de betrokken mandataris.
    belangrijk: op de nieuwe aanvraagformulieren worden specifieke gegevens gevraagd die voorheen mogelijk niet voorkwamen op de 'oude' aanvraagformulieren. Zo wordt er heden steeds gevraagd naar concrete ondernemings- of vestigingsnummers van betrokken ondernemingen, of naar concrete rijksregister- of BISnummers van betrokken personen. Dit staat ten dienste van een correcte identificatie en tevens voor het ophalen van authentieke gegevens uit verschillende externe digitale databanken. Het gebruik van die authentieke bronnen worden noodzakelijk geacht voor het correct verwerken van de ondernemings- en persoonsgegevens door de Dienst Economische Migratie.
    Ook wordt er heden bij een tewerkstelling steeds gevraagd naar de ISCO-code van de concrete functie of job die uitgevoerd zal worden. Deze  International Standard Classification of Occupations wordt gebruikt voor het classificeren van beroepen in een gedefinieerde set van groepen volgens de taken die verricht worden. De concrete codes en bijkomende uitleg kan u terugvinden bij Statbel - voor onze aanvraagformulieren dient u steeds een viercijferige ISCO-code op te geven van de concrete functie of job die uitgevoerd zal worden
    ;
  • een kopie van de buitenlandse identiteitskaart of een kopie van de persoonsgegevens van het internationaal paspoort wanneer de werknemer nog niet in België aanwezig is op het ogenblik van de indiening van de aanvraag, of een kopie van de Belgische verblijfsvergunning wanneer de werknemer reeds in België aanwezig is op het ogenblik van de indiening van de aanvraag;
  • een fotokopie van het identiteitsbewijs van de werkgever of dat van zijn volmachthouder;
  • in geval van detachering, een kopie van het document, afgegeven door de buitenlandse instelling, dat verklaart dat de socialezekerheidswetgeving van dat land van toepassing blijft tijdens de tewerkstelling op het Belgische grondgebied, of, als een internationale overeenkomst daarover ontbreekt, een verklaring van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid dat de voorwaarden om onderworpen te zijn aan het Belgische stelsel voor werknemers, niet vervuld zijn;
  • in geval van detachering een attest, ondertekend door de werkgever, waarin hij de duur van de detachering bepaalt, alsook de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de duur van de detachering;
  • een fotokopie van het universitaire diploma van de betrokkene, namelijk het bewijs dat hij houder is van een doctoraat op proefschrift of van een academische titel die als gelijkwaardig wordt beoordeeld, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan;
  • een fotokopie van de arbeidsovereenkomst, vermeld in titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, of, in geval van detachering, een fotokopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en zijn werkgever die in het buitenland is gevestigd, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan
  • het programma van het wetenschappelijk onderzoek, met vermelding van de begin- en einddatum, de bezoldiging of subsidie;
  • voor een gesubsidieerde navorser het bewijs van de toekenning van de subsidie;
  • het bewijs van de betaling van de retributie (art.61/25-5, §1, 2° van Wet 15/12/1980);
  • een getuigschrift waaruit blijkt dat de onderdaan van een derde land niet veroordeeld is geweest wegens misdaden of wanbedrijven van gemeen recht, als hij ouder is dan achttien jaar. Als het getuigschrift opgesteld is in het buitenland, wordt het gelegaliseerd;
  • een medisch attest waaruit blijkt dat de onderdaan van een derde land niet is aangetast door een van de ziekten bedoeld in de bijlage bij Wet 15/12/1980;
  • het bewijs dat de onderdaan over een ziektekostenverzekering beschikt die alle risico's in België voor hemzelf en zijn familieleden dekt.

Bij een aanvraag tot verlenging of hernieuwing van een lopende arbeidsvergunning en arbeidskaart B dient het dossier te bestaan uit:

  • een volledig ingevuld formulier “aanvraag tot toelating tot arbeid voor bepaalde duur met gecombineerde vergunning (docx / 0.07 MB)”.
    belangrijk: op de nieuwe aanvraagformulieren worden specifieke gegevens gevraagd die voorheen mogelijk niet voorkwamen op de 'oude' aanvraagformulieren. Zo wordt er heden steeds gevraagd naar concrete ondernemings- of vestigingsnummers van betrokken ondernemingen, of naar concrete rijksregister- of BISnummers van betrokken personen. Dit staat ten dienste van een correcte identificatie en tevens voor het ophalen van authentieke gegevens uit verschillende externe digitale databanken. Het gebruik van die authentieke bronnen worden noodzakelijk geacht voor het correct verwerken van de ondernemings- en persoonsgegevens door de Dienst Economische Migratie.
    Ook wordt er heden bij een tewerkstelling steeds gevraagd naar de ISCO-code van de concrete functie of job die uitgevoerd zal worden. Deze  International Standard Classification of Occupations wordt gebruikt voor het classificeren van beroepen in een gedefinieerde set van groepen volgens de taken die verricht worden. De concrete codes en bijkomende uitleg kan u terugvinden bij Statbel - voor onze aanvraagformulieren dient u steeds een viercijferige ISCO-code op te geven van de concrete functie of job die uitgevoerd zal worden
    ;
  • een kopie van de Belgische verblijfsvergunning van de betrokken werknemer;
  • het bewijs dat hij over een ziektekostenverzekering beschikt die alle risico’s in België voor hemzelf en zijn familieleden dekt;
  • een fotokopie van het identiteitsbewijs van de werkgever of dat van zijn volmachthouder;
  • een kopie van de arbeidsovereenkomst en het programma van het wetenschappelijk onderzoek (met vermelding van de begin- en einddatum, de bezoldiging of subsidie) indien deze gewijzigd is ten opzichte van de vorige tewerkstellingsperiode;
  • een fotokopie van de loonfiches of loonafrekeningen voor de volledige periode van de toelating tot arbeid die verstrijkt, of een fotokopie van de individuele rekening na een volledig kalenderjaar waarin de betrokkene heeft gewerkt;
  • het bewijs van inschrijving in het Limosakadaster als de aanvraag gaat over een detachering binnen het toepassingsgebied van titel IV, hoofdstuk 8, van de programmawet (I) van 27 december 2006.

Elementen van bezoldiging

BVR (pdf / 0.17 MB) art.77 stelt dat de bezoldigingsbedragen de tegenprestatie vormen van uitgevoerde arbeidsprestaties en zijn met zekerheid bekend bij de aanvang van de tewerkstelling van de werknemers in België.

De toeslagen die rechtstreeks verbonden zijn aan de detachering van de werknemer, worden beschouwd als een deel van de loonvoorwaarden, als die niet uitgekeerd worden als vergoeding van onkosten die daadwerkelijk gemaakt zijn in verband met de detachering, zoals reiskosten, verblijfskosten en kosten voor voeding.