De toekenning van de doelgroepvermindering

Beperkingen

De werkgever kan misschien wel een aantal werknemers inzetten als begeleider van stagiairs, leerlingen of cursisten op de werkvloer, en misschien voldoen al deze mentors wel aan alle toekenningsvoorwaarden, maar dat wil niet zeggen dat de werkgever dan voor elk van deze mentors een doelgroepvermindering krijgt. Er zijn namelijk beperkingen:

Beperkingen voor de jongeren die de werkgever moet aangeven in Dimona en/of DmfA (uitgezonderd Dimona DWD):

Het aantal stagiairs/personen in opleiding: de werkgever kan slechts 1 doelgroepvermindering krijgen per begonnen schijf van 5 jongeren in opleiding.

Voorbeelden:
2 leerlingen Syntra = 1 vermindering
4 “industriële” leerlingen + 4 IBO’s (<26 jaar) = 2 verminderingen. 

Beperkingen voor de jongeren en leerkrachten die de werkgever ofwel moet aangeven in Dimona met de code DWD (“Dimona Without DmfA”) ofwel niet moet aangeven:

  • het aantal stagiairs/personen in opleiding: zelfde principe als voor de andere groep: de werkgever kan slechts 1 doelgroepvermindering krijgen per begonnen schijf van 5 stagiairs/personen in opleiding.
  • het aantal uren stage of opleiding die vermeld worden in de overeenkomsttussen de werkgever en de onderwijs- of opleidingsverstrekker(s): de werkgever kan slechts 1 doelgroepvermindering krijgen per volledige schijf van 400 uren voor overeenkomsten van 1 jaar (4 kwartalen).

    Duurt de overeenkomst minder lang, dan gaat het om een schijf van 100 uren, vermenigvuldigd met het aantal kwartalen waarin de overeenkomst loopt.

    Wiskundig uitgedrukt:

    (V = aantal toegekende verminderingen;
    U = aantal uren stage of opleiding, vermeld in de overeenkomst
    K = aantal kwartalen waarin de overeenkomst geldt)

    Formule

    het resultaat van deze deling wordt altijd afgerond naar de lagere eenheid.

    De werkelijke spreiding van de uren stage of opleiding in de tijd en de verdeling daarvan over de verschillende kwartalen die gedekt worden door de overeenkomst, hebben geen invloed op de manier waarop de doelgroepvermindering toegekend wordt.

    Voorbeelden:
    260 uren voor een overeenkomst van 1 jaar geven geen recht op vermindering (260 / (100 x 4) = 0,65 --> 0)
    260 uren voor een overeenkomst van ½ jaar (2 kwartalen) geven recht op 1 vermindering in elk van de 2 kwartalen van dat halfjaar (260 / (100 x 2) = 1,3 --> 1)
    600 uren voor een overeenkomst van 1 jaar geven recht op 1 vermindering in elk van de 4 kwartalen van dat jaar (600 / (100 x 4) = 1,5 --> 1)
    600 uren voor een overeenkomst van ½ jaar (2 kwartalen) geven recht op 3 verminderingen in elk van de 2 kwartalen van dat halfjaar (600 / (100 x 2) = 3 --> 3)
      

  • uiteindelijk resultaat op basis van deze 2 waarden: de laagste waarde bepaalt het aantal verminderingen.

    Voorbeelden:

    Duur van de overeenkomst

    Aantal stagiairs/
    leerlingen/cursisten

    Aantal uren stage
    of opleiding

    Maximum aantal toegestane
    verminderingen in elk gedekt kwartaal

    4 kwartalen

    2

    600

    1

    4 kwartalen

    3

    3000

    1

    3 kwartalen

    8

    1200

    2

    2 kwartalen

    6

    300

    1

      

  • combinatie van meerdere overlappende overeenkomsten:

    de berekening van het maximum aantal verminderingen gebeurt apart voor elk kwartaal waarin de overeenkomst overlappen:

    (1) voor elke overeenkomst die in het kwartaal in kwestie loopt: het aantal uren stage/opleiding delen door het aantal kwartalen waarin de overeenkomst loopt (niet afronden)
    (2) de resultaten die men zo voor elke overeenkomst krijgt, samentellen; zo krijgen we het aantal uren stage/opleiding van alle overlappende overeenkomsten samen voor dat kwartaal in kwestie;
    (3) het resultaat van de optelsom in (2) delen door 100 en afronden naar beneden;
    (4) het aantal stagiairs/personen in opleiding van alle overeenkomsten samentellen, delen door 5 en afronden naar boven
    (5) het maximum aantal verminderingen in het kwartaal in kwestie is gelijk aan het laagste van de resultaten van de bewerkingen in (3) en (4)

  • de werkgever heeft “Dimona/DmfA-jongeren” samen met “niet-Dimona-stagiairs”:

    de berekening van het maximum aantal verminderingen apart maken, per categorie. Ook hier altijd per kwartaal rekenen.
    De resultaten van de 2 bewerkingen worden dan gewoon samengeteld. 

Tenslotte:
het aantal doelgroepverminderingen kan natuurlijk nooit groter zijn dan het aantal mentors dat de werkgever in dienst heeft.
PM: mentors = de werknemers die aan alle mentorvoorwaarden voldoen en die de werkgever als mentor bij de bevoegde dienst heeft aangegeven.

  

Periode van de vermindering

  • voor “Dimona/DmfA-jongeren”:

    de werkgever kan de doelgroepvermindering vragen vanaf het kwartaal van indiensttreding (Dimona IN) tot en met het kwartaal van uitdiensttreding (Dimona OUT), waarbij het eerste en het laatste kwartaal volledig meetellen
    (er wordt geen rekening gehouden met het feit dat in- of uitdiensttredingen niet noodzakelijk samenvallen met de eerste of laatste dag van een kwartaal)
      

  • voor “niet-Dimona-stagiairs”:
    de werkgever kan de doelgroepvermindering vragen voor elk kwartaal dat in de geldigheidsperiode ligt van zijn overeenkomst(en) met de betrokken onderwijs- of opleidingsverstrekker

Maar…: als de werkgever zijn “mentordossier” niet op tijd bij de Afdeling Werkgelegenheidsbeleid – Mentorkorting binnen stuurt – dit wil zeggen: niet voor het einde van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin hij de vermindering kan beginnen toepassen (begonnen overeenkomst met onderwijs- of opleidingsverstrekker(s) en/of indiensttreding van een “Dimona-DmfA-jongere”) – dan kan hij de vermindering maar toepassen vanaf het kwartaal waarin zijn dossier bij de Afdeling Werkgelegenheidsbeleid toekomt.

Voor dossiers die niet in orde zijn, geldt uiteraard hetzelfde: de werkgever mag de vermindering maar toepassen vanaf het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarbinnen zijn dossier bij de Afdeling Werkgelegenheidsbeleid toekomt.

  

Mentors voor wie de vermindering toegekend wordt

De doelgroepvermindering kan enkel toegekend worden op de socialezekerheidsbijdragen die de werkgever verschuldigd is voor de werknemers die aan de gestelde voorwaarden voldoen en die hij als “mentor” heeft aangegeven bij het Departement Wek en Sociale Economie – Mentorkorting.

Voor het overige is de werkgever vrij om in elk kwartaal waarin hij de doelgroepvermindering kan toepassen (zie hierboven: Periode van de vermindering), te kiezen voor welke “mentor(s)” hij dit precies doet op zijn kwartaalaangifte, in het geval dat hij over verscheidene werknemers beschikt die hij kan inzetten voor de begeleiding van stages of opleidingen, die aan de voorwaarden voldoen en die aan het Departement werden aangegeven. Anders gezegd: de werkgever mag vrij “van mentors wisselen”, bijvoorbeeld in functie van het soort stages of opleidingen die in hij de loop van het jaar in zijn onderneming of instelling laat doorgaan. Niet alle stages of opleidingen kunnen door dezelfde mentor(s) begeleid worden…

Bovendien hoeft de werkgever zich niet te beperken tot de “mentors” die hij bij zijn allereerste “aanvraagdossier” heeft meegedeeld aan het Departement Wek en Sociale Economie – Mentorkorting. Hij heeft het recht om later, op om het even welk ogenblik, bijkomende werknemers als “mentor” aan te geven bij het Departement, van zodra zij aan de opgelegde voorwaarden voldoen. Het Departement zorgt er dan voor dat hun gegevens aan de bevoegde inningsdienst meegedeeld worden, zodanig dat deze weet vanaf welk kwartaal de doelgroepvermindering toegepast mag worden op de werkgeversbijdragen voor die nieuwe “mentors” (uiteraard wanneer voldaan is aan alle andere toekenningsvoorwaarden).

  

Bedrag van de vermindering

Het basisverminderingsbedrag is 800 euro per kwartaal.

Als het bedrag van de verschuldigde bijdragen kleiner is dan dit bedrag, dan is het bedrag van de werkelijk toegekende vermindering natuurlijk maar even groot.

Hetzelfde geldt wanneer de doelgroepvermindering voor “mentors” gecombineerd wordt met een structurele bijdragevermindering: als het normaal verschuldigd bijdragebedrag kleiner is dan het bedrag van die twee verminderingen samen, dan wordt de toegekende vermindering beperkt tot dat verschuldigd bijdragebedrag.

Als de mentor geen volledige prestaties heeft in een bepaald kwartaal (bv. bij halftijds werken of wanneer hij maar gedurende 1 maand gewerkt heeft in dat kwartaal), dan wordt het bedrag van de (combinatie van) vermindering(en) ook aangepast.

De volledige technische uitleg hierover kunt u nalezen in de instructies van de betrokken inningsdienst aan de bij hem aangesloten werkgevers:

  

Annulering van de vermindering

De bevoegde inningsdienst zal doelgroepverminderingen voor “mentors” die via de kwartaalaangifte gevraagd werden, annuleren wanneer hij vanwege de Afdeling Werkgelegenheidsbeleid – Mentorkorting niet de nodige gegevens omtrent die vermindering kreeg.

Volgende fouten zijn mogelijk, bij wijze van voorbeeld:

  • de vermindering wordt gevraagd in een kwartaal dat niet binnen de geldigheidsduur valt van een overeenkomst tussen de betrokken werkgever en onderwijs- of opleidingsverstrekker(s)
  • de vermindering wordt gevraagd voor een werknemer die niet op de lijst van mentors voorkomt zoals voornoemde Afdeling Werkgelegenheidsbeleid die aan de inningsdienst bezorgde
  • de werkgever vraagt de vermindering voor te veel mentors. 

De doelgroepvermindering wordt ook geannuleerd wanneer een werkgever na afloop van een overeenkomst met (een) onderwijs- of opleidingsverstrekker(s), geen verklaring van die onderwijs- of opleidingsverstrekker(s) aan voornoemde Afdeling Werkgelegenheidsbeleid bezorgt om aan te tonen dat hij de engagementen uit die overeenkomst is nagekomen.

  • Als de werkgever onmiddellijk een nieuwe overeenkomst sluit, dan moet hij bij elke nieuwe overeenkomst een verklaring voegen van elk van de onderwijs- of opleidingsverstrekkers die bij de vorige overeenkomst(en) betrokken waren.
  • Als de werkgever niet onmidellijk een nieuwe overeenkomst sluit, dan moet hij apart een verklaring van elk van de onderwijs- of opleidingsverstrekkers die bij de vorige overeenkomst(en betrokken waren bezorgen. Deze verklaring moet binnen de 3 maanden na afloop van de overeenkomst(en) bezorgd worden.

Elke annulering heeft betrekking op alle mentorverminderingen die de werkgever voor “niet-Dimona-stagiairs” heeft toegepast in alle kwartalen die door de afgelopen overeenkomst gedekt worden.

Annulering heeft als gevolg dat de inningsdienst aan de werkgever vraagt om het bedrag van de onterecht toegepaste verminderingen toch nog te betalen.

Contact

Mentorkorting

Organisatie: 
Departement Werk en Sociale Economie
Dienst: 
Mentorkorting
Straat + nr: 
Koning Albert II laan 35 bus 20
Postcode: 
1030
Gemeente: 
Brussel
Telefoon: 
02 553 10 75