Doelgroepvermindering mentors - formaliteiten

Voor leerlingen/cursisten/stagiairs die de werkgever moet aangeven in Dimona of Dimona + DmfA (uitgezonderd Dimona DWD)

Geen bijzondere formaliteiten.
De werkgever sluit met de jongere gewoon de overeenkomst die ze van plan zijn te sluiten (leerovereenkomst, arbeidsovereenkomst, beroepsinlevingsovereenkomst, IBO-overeenkomst of instapstageovereenkomst).
Bij de indiensttreding doet de werkgever de normale Dimona-aangifte.
Voor de overeenkomsten die een DmfA vereisen gebeurt deze aangifte ook volgens de normale gang van zaken (voor ieder kwartaal, zolang de overeenkomst loopt).

Voor leerlingen/cursisten/stagiairs die de werkgever ofwel moet aangeven in Dimona met de code DWD (“Dimona Without DmfA”), ofwel niet moet aangeven in Dimona

Om voor deze categorie stagiairs een doelgroepvermindering voor “mentors” te kunnen krijgen moet de werkgever vooraf een overeenkomst sluiten met de instelling(en) of instantie(s) op die verantwoordelijk zijn voor de stages.

Naargelang het type van die stages kan die instelling of instantie bijvoorbeeld een secundaire technische school, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, de VDAB, Syntra Vlaanderen of een centrum voor volwassenenonderwijs zijn.

De werkgever kan zo’n overeenkomst met één enkele instelling of instantie sluiten of met meerdere tegelijk.

Met zo’n overeenkomst legt hij zijn verbintenis om stages te organiseren in zijn onderneming of instelling vast op papier.

De overeenkomst moet hierover duidelijk het volgende vermelden:

  • het aantal stagiairs, cursisten of leerkrachten (naargelang het geval) aan wie de werkgever de mogelijkheid geeft om tijdens de looptijd van de overeenkomst stage te lopen of een opleiding op de werkvloer te volgen
  • het totaal aantal uren dat deze stages en/of opleidingen in beslag zullen nemen tijdens de looptijd van de overeenkomst.      

Verder kan de overeenkomst, als men dit wenst, nadere afspraken bevatten in verband met de organisatie van de stages of opleidingen, de pedagogische omkadering en de spreiding in de tijd van de stages en opleidingen.

Duur van de overeenkomst

De overeenkomst kan gesloten voor een duur van maximum 1 jaar. Korter mag, langer niet.

Als men een overeenkomst sluit van meer dan 1 jaar, dan behandelen de bevoegde diensten ze als een overeenkomst van 1 jaar.

De begin- en einddatum van de overeenkomst moeten samenvallen met het begin (1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober) en het einde van een kalenderkwartaal (31 maart, 30 juni, 30 september of 31 december).
Dit is omdat RSZ-aangiftes, bijdragen en verminderingen altijd per kwartaal verwerkt worden.
Voorbeelden: 1-1-2015 tot 31-12-2015, 1-7-2015 tot 31-3-2015, 1-10-2015 tot 30-6-2015.
Niet goed: 1-9-2014 tot 30-6-2015 (begin schooljaar ≠ begin van een kwartaal).

Vormvereisten

De werkgever en de onderwijs- of opleidingsverstrekker stellen de overeenkomst op, dateren en ondertekenen ze.
Dit moet uiterlijk op de laatste dag van het eerste kwartaal gebeuren waarin de overeenkomst begint te lopen. Bv.: een overeenkomst van 1-7-2014 tot 30-6-2015 moet ten laatste op 30-9-2014 opgesteld, gedateerd en ondertekend worden.
Als zo’n overeenkomst te laat ondertekend wordt, dan is ze ongeldig.

Voor het overige gelden geen bijzondere vormvoorschriften: van zodra de hierboven reeds vermelde essentiële elementen aanwezig zijn, is de overeenkomst geldig.

Gemakshalve stelt de het Departement Werk en Sociale Economie het gebruik van een modelovereenkomst (docx / 0.05 MB) voor.

Voortzetting of hernieuwing

Wanneer een overeenkomst afloopt kan de werkgever zonder problemen een nieuwe sluiten, met dezelfde onderwijs- of opleidingsverstrekker(s) of met (een) andere.
Op het aantal opeenvolgende overeenkomsten staat geen beperking.

Het is evengoed mogelijk dat een werkgever pas na verloop van enige tijd (1 jaar, 3 jaar, …) een nieuwe overeenkomst aangaat.

Voor elke tweede of volgende overeenkomst gelden dezelfde regels als voor een eerste overeenkomst (zie hierboven).

Controle van het engagement

  • de werkgever sluit onmiddellijk een nieuwe overeenkomst

    Als de werkgever al een of meer vorige overeenkomsten heeft gehad, dan moet bij elke nieuwe overeenkomst een verklaring zitten van elk van de onderwijs- of opleidingsverstrekkers die bij die vorige overeenkomst(en) betrokken waren.
    Met deze verklaring moeten ze bevestigen of ontkennen dat de werkgever zijn engagementen, zoals vastgelegd in die vorige overeenkomst(en), effectief is nagekomen.

    Als zo’n verklaring niet bij de nieuwe overeenkomst gevoegd wordt, dan wordt het engagement, zoals vastgelegd in die vorige overeenkomst(en), geannuleerd.
      

  • de werkgever sluit niet onmiddellijk een nieuwe overeenkomst

    Als een overeenkomst afloopt en de werkgever niet van plan is om onmiddellijk een nieuwe overeenkomst te sluiten, dan moet hij apart een verklaring van elk van de onderwijs- of opleidingsverstrekkers die bij die vorige overeenkomst(en) betrokken waren aan het Departement Wek en Sociale Economie – Mentorkorting bezorgen.
    Hij heeft hiervoor 3 maanden de tijd.
      
    Als zo’n verklaring niet of te laat bezorgd wordt, wordt het engagement, zoals vastgelegd in  die overeenkomst, geannuleerd.

De gegevens en documenten die de werkgever aan de bevoegde dienst moet bezorgen

Om in aanmerking te komen voor de doelgroepvermindering voor “mentors” moet de werkgever de volgende gegevens en documenten bezorgen aan het Departement Wek en Sociale Economie – Mentorkorting:

  • zijn identificatiegegevens (benaming, adres, KBO-, RSZ- of DIBISS-nummer)
  • de identificatiegegevens van de werknemers die hij inzet als mentor (naam, voornaam en rijksregisternummer/INSZ)
  • voor elke mentor: het bewijs van de minimaal vereiste praktijkervaring; kunnen hiervoor dienen: 
    • een attest van de werkgever zelf en/of
    • een attest van een of meer vroegere werkgevers en/of
    • een kopie van de inschrijving van de mentor in de Kruispuntbank van Ondernemingen, indien hij vóór zijn activiteit als werknemer in loondienst een zelfstandige activiteit uitoefende in het beroep waarvoor de ervaring moet aangetoond worden
  • voor elke mentor:
    • ofwel een kopie van het getuigschrift van de gevolgde mentoropleiding (pdf)
    • ofwel een kopie van het ervaringsbewijs dat zijn competenties als mentor aantoont
    • ofwel een kopie van zijn pedagogisch diploma;
      zo’n diploma moet betrekking hebben op de competenties van het beroep of de functie waarin de mentor opleiding geeft. In het kader van de doelgroepvemindering voor mentors bedoelen wij met een pedagogisch diploma, een diploma die minstens de onderwijsbevoegdheid op het niveau van het hoger secundair onderwijs toelaat (de jongeren van onze doelgroep volgen minstens op dat niveau les).
  • als de werkgever een overeenkomst sloot met met een of meer onderwijs- of opleidingsverstrekkers, over de opleiding van “niet-Dimona-stagiairs”: een kopie van die overeenkomst(en);
    als deze overeenkomst aansluit op een vorige, dan moet hier ook de verklaring van de betrokken onderwijs- of opleidingsvertrekker(s) bij zitten, om te kunnen zien of de werkgever zijn verbintenissen van die vorige overeenkomst is nagekomen

Gemakshalve stelt het Departement Werk en Sociale Economie het gebruik van een modelformulier (docx / 0.05 MB) voor.

Het dossier moet bij het Departement toekomen, uiterlijk op de laatste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin de werkgever voor het eerst de doelgroepvermindering vraagt voor de mentor(s) van wie hij de gegevens meedeelt in dat dossier.
Als de werkgever het dossier te laat binnenstuurt, dan kan hij de doelgroepvermindering pas ten vroegste krijgen vanaf het kwartaal dat volgt op de datum waarop het dossier bij het Departement Wek en Sociale Economie – Mentorkorting toekomt.

Als het dossier in orde is maakt het Departement Wek en Sociale Economie de nuttige gegevens over aan de RSZ of de DIBISS (naargelang het type werkgever), zodanig dat die de gevraagde doelgroepverminderingen voor “mentors” met kennis van zaken kan controleren.

De aanduiding van de vermindering in de multifunctionele aangifte (DmfA of DmfAPPL)

De werkgever moet in zijn kwartaalaangifte aan de RSZ (DmfA) of DIBISS (DmfAPPL) de doelgroepvermindering aanduiden volgens de gebruikelijke techniek (verminderingscode 3800).

Meer informatie hierover vindt u in de instructies van de betrokken inningsdienst aan de bij hem aangesloten werkgevers:

 

 

 

 

 

 

 

 

Contact

Mentorkorting

Organisatie: 
Departement Werk en Sociale Economie
Dienst: 
Mentorkorting
Straat + nr: 
Koning Albert II laan 35 bus 20
Postcode: 
1030
Gemeente: 
Brussel
Telefoon: 
02 553 10 75