Wie kan u aanwerven om te werken in het kader van de dienstencheques ?

De erkende onderneming kan elke activiteit uitoefenen waarvoor zij is erkend op voorwaarde dat een arbeidsovereenkomst wordt gesloten met één of meerdere werknemers om deze activiteiten uit te voeren.  Een zelfstandige of een vennoot zonder arbeidsovereenkomst mag geen prestaties leveren tegen betaling met dienstencheques.

Dit betekent dus dat de ondernemer die een natuurlijke persoon is of de zaakvoerder van een onderneming met rechtspersoonlijkheid geen arbeidsovereenkomst kan sluiten met zichzelf. Hij mag bijgevolg zelf geen prestaties verrichten in ruil voor dienstencheques.

Voorwaarden

Indien u buitenlandse werknemers aanwerft, in het kader van een arbeidsovereenkomst dienstencheques, moeten ze voldoen aan de wetgeving op de vreemdelingen en aan de wetgeving met betrekking tot de tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten.

De dienstencheque-werknemers moeten aangegeven worden in DIMONA.

U moet bijkomende werkgelegenheid creëren

Het systeem van de dienstencheques moet extra werkgelegenheid scheppen in de onderneming. U moet zich ertoe verbinden enkel het bijkomende arbeidsvolume vanaf uw erkenning met dienstencheques te laten betalen. Dat betekent dat u geen bestaande personeelsleden mag ontslaan met als bedoeling ze daarna weer aan te werven in het kader van de dienstencheques.

Van deze verplichting kan afgeweken worden via een overeenkomst tussen de Minister van Werk enerzijds en de betrokken ondernemingssector, een groep erkende ondernemingen of één erkende onderneming anderzijds.

Wanneer dergelijke overeenkomst gesloten wordt, dient men echter rekening te houden met het soort activiteit dat uitgeoefend wordt en het feit of de betrokken bedrijfssector, groepering van erkende ondernemingen of de erkende onderneming reeds bestond en deze activiteit reeds uitoefende vóór de inwerkingtreding het dienstenchequesysteem bij hetzelfde type van gebruikers.

U mag het systeem van de dienstencheques niet cumuleren met volgende tewerkstellingsmaatregelen 

GESCO-overeenkomst

Er bestaat een cumulatieverbod tussen de subsidie in het kader van de dienstencheques en de vrijstelling van betaling van werkgeversbijdragen aan de RSZ, toegekend in toepassing van artikel 7 van KB nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van de door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen of van artikel 99, 1ste lid, van de programmawet van 30 december 1988.

Dit betekent dat de erkende ondernemingen geen werknemers kunnen aanwerven met GESCO-contracten (Gesubsidieerde Contractueel) met het oog op het uitvoeren van prestaties in het kader van de dienstencheques.

Sociale maribel

Er bestaat ook een cumulatieverbod tussen de subsidie voor dienstencheques en de financiering van werk met toepassing van het KB van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector.

Dit betekent dat de erkende ondernemingen geen werknemers met sociaal maribelstatuut kunnen aanwerven om dienstenchequeactiviteiten te verrichten.

Ze kunnen wel een werknemer met sociaal maribelstatuut aannemen voor de omkadering van deze activiteiten, zonder deze met dienstencheques te betalen.

Voor meer informatie over dit verbod kunt u zich richten tot de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg.

De tewerkstelling van werknemers in een IBO

Dienstenchequewerknemers moeten aangeworven zijn met een arbeidsovereenkomst dienstencheques. Dat betekent dat het systeem van de dienstencheques niet gebruikt kan worden voor werknemers die een individuele beroepsopleiding volgen in een onderneming (IBO), aangezien er tijdens deze opleidingsperiode geen arbeidsovereenkomst is. De twee systemen zijn niet cumuleerbaar voor dezelfde uren. Een werknemer mag echter deeltijds werken in het kader van de dienstencheques en een individuele beroepsopleiding volgen in een onderneming tijdens de uren waarin hij niet onder arbeidsovereenkomst dienstencheques is.

Het aanwerven van werknemers in het kader van artikel 60, § 7 van de wet betreffende de OCMW's

Een werknemer aangeworven via het artikel 60, § 7 van de  organieke wet van 08.07.1976 op de openbare centra voor maatschappelijk welzijn mag niet met dienstencheques betaald worden.

Relatie tussen de werknemer en de gebruiker

De werknemer mag geen bloedverwant of aanverwant tot de tweede graad zijn van de gebruiker of een gezinslid van de gebruiker, en mag ook niet dezelfde woonplaats hebben als de gebruiker. Een dienstenchequewerknemer mag dus niet werken:

  • bij zijn ouders, grootouders, schoonouders, aangetrouwde grootouders;
  • bij zijn kinderen of kleinkinderen;
  • bij zijn broers en zussen, schoonbroers en schoonzussen;
  • bij elke persoon, al dan niet familie, met wie hij op hetzelfde adres samenwoont.

Een werknemer mag geen enkele activiteit uitoefenen waarvan hijzelf of zijn partner (al dan niet gehuwd) begunstigde is. Eigen huishoudelijk werk verrichten in het kader van het systeem van de dienstencheques kan dus in geen geval.