Activiteiten verricht buiten de woning van de gebruiker

Dit omvat:

Boodschappen doen

Het betreft kleine boodschappen om te voorzien in de dagelijkse behoeften van de gebruiker (bijvoorbeeld: de post, de bakker of de apotheker). Worden o.a. NIET als dagelijkse behoeften beschouwd: de aankoop van meubels, huishoudtoestellen, audio-visuele toestellen, warme maaltijden en de periodieke bedeling van kranten en tijdschriften. De ondernemingen die de activiteit boodschappendienst aanbieden, mogen zich niet met dienstencheques laten betalen voor het leveren van hun eigen goederen of van goederen die het voorwerp hebben gevormd van hun diensten.

Strijken buiten de woning van de gebruiker

Het betreft het strijken in een lokaal van de onderneming of bij de werknemer thuis (evenals het verstelwerk aan het te strijken linnen). Worden beschouwd als strijken, het strijken zelf en de volgende aanverwante activiteiten:

  • het registreren: de ontvangst van het door de klant gebrachte te strijken linnen, het registreren van de te strijken stukken en het opstellen van een ontvangstbewijs;
  • het sorteren: het sorteren van het te strijken linnen volgens productieproces;
  • het controleren: de kwaliteitscontrole en de eindcontrole na het strijken;
  • het verzamelen: het gestreken linnen opnieuw per klant sorteren;
  • het verpakken: het gestreken linnen inpakken;
  • het bestellen: het afhalen van het gestreken linnen in het strijkatelier door de klant en het afhandelen van de betaling.

Het verstelwerk aan het linnen en de andere hiervoor beschreven activiteiten zijn activiteiten die behoren bij het strijken van het linnen en die dus niet los van het strijken mogen verricht worden. Het verstelwerk aan het linnen moet in strikte zin worden opgevat. Het mag in geen geval gaan om confectie- of retoucheerwerk.

De andere activiteiten worden NIET beschouwd als strijken en mogen niet met dienstencheques worden betaald: bijvoorbeeld, het vervoer van het te strijken of gestreken linnen mag niet met dienstencheques worden betaald.

Het begeleid vervoer van personen met beperkte mobiliteit

Het betreft de hulp bij verplaatsingen van gebruikers met beperkte mobiliteit of van een minderjarig mindervalide kind van een gebruiker (bijvoorbeeld de gebruiker naar de dokter of naar de winkel brengen), indien voldaan is aan één van de volgende voorwaarden:

  • De gebruiker die geholpen wordt bij deze verplaatsing (de gebruiker of zijnminderjarig kind) is een mindervalide, dit wil zeggen een persoon die als dusdanig is erkend door één van de volgende instellingen:
    • Het "Agence wallonne pour l’Intégration des Personnes handicapées";
    • De "Service bruxellois francophone des Personnes handicapées";
    • Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
    • De “Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung sowie für die besondere soziale Fürsorge”.

In deze hypothese moet het vervoer van de privépersoon of van zijn minderjarig mindervalide kind gebeuren in een aangepast voertuig waarvoor de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Transport een attest heeft afgeleverd.

of

De gebruiker die een tegemoetkoming geniet voor hulp aan bejaarden, een inkomensvervangende tegemoetkoming of een integratietegemoetkoming, op basis van de wet van 27 december 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap.

of

De gebruiker of zijn kind, jonger dan 21 jaar, aan wie minstens 7 punten werd toegekend op de zelfredzaamheidsschaal (opgenomen in bijlage bij het ministerieel besluit van 30 juli 1987 tot vaststelling van de categorieën en van de handleiding voor de evaluatie van de graad van zelfredzaamheid met het oog op het onderzoek naar het recht op de integratietegemoetkoming), en die hiervoor beschikken over een attest van de Algemene Directie Personen met een Handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid.

of

De gebruiker die 60 jaar of ouder is en prestaties geniet van een door de bevoegde overheid erkende dienst voor gezins- en bejaardenhulp.

of

Het kind van een gebruiker die een verhoogde kinderbijslag geniet voor gehandicapte kinderen of het kind dat aan een zware ziekte lijdt.

In de 4 laatste hypothesen is er voor het vervoer geen aangepast voertuig vereist.

Het moet gaan om activiteiten of diensten die werk scheppen.

Indien u er niet zeker van bent dat een bepaalde activiteit toegelaten is, neem dan contact op met het departement WSE op het nummer 02/553 19 00.