Erkenning van uitzendbureaus - toepassingsgebied

Vlaamse Gewest

De regelgeving is van toepassing op elk bureau dat uitzendactiviteiten verricht in het Vlaamse Gewest. Onder het toepassingsgebied van uitzendbureau vallen derhalve:

  • Zowel Belgische als buitenlandse bureaus;
  • Zowel natuurlijke personen als rechtspersonen.

Bureaus die gevestigd zijn in een ander Belgisch Gewest, de Duitstalige Gemeenschap, of in het buitenland vallen dus ook onder de toepassing van de regelgeving indien ze activiteiten in het Vlaamse Gewest verrichten.

Uitzendactiviteiten

Onder de noemer uitzendactiviteiten valt het geheel van diensten uitgeoefend door een tussenpersoon die gericht zijn op het in dienst nemen van werknemers om hen ter beschikking te stellen van gebruikers met het oog op de uitvoering van tijdelijke arbeid.

De erkenningsplicht geldt dus niet enkel voor het louter aangaan van de bijzondere arbeidsrelatie, eigen aan het uitzendgebeuren. Ze geldt voor het geheel van diensten uitgeoefend door een tussenpersoon die gericht zijn op de totstandkoming van uitzendarbeid of de vermelde bijzondere arbeidsrelatie.

Andere activiteiten van private arbeidsbemiddeling zoals “het bijstaan van werknemers bij het zoeken van een nieuwe tewerkstelling” of “het bijstaan van werkgevers bij het zoeken naar geschikte werknemers” zijn niet onderworpen aan een erkenningsplicht. Het fundamentele onderscheid tussen deze activiteiten van private arbeidsbemiddeling en uitzendactiviteiten zit hem in de aard van de arbeidsrelatie die uit de bemiddelingsactiviteit voortvloeit. Zo wordt werving en selectie met het oog op de totstandkoming van uitzendarbeid wél beschouwd als deel uitmakend van “het geheel van diensten” zoals bepaald in artikel 3 §1 van het decreet betreffende private arbeidsbemiddeling van 10 december 2010, en bijgevolg onderworpen aan de erkenningsplicht.

 

Het verbod op franchising

De erkenningsverplichting voor uitzendactiviteiten geldt intuitu personae. Er is geen enkele constructie toegestaan die het mogelijk maakt de erkenningsverplichting te omzeilen. Het inschakelen van derden voor het verrichten van de uitzendactiviteiten van een bureau  - een zgn. franchisesysteem - zonder dat deze derde over een eigen erkenning als uitzendbureau beschikt is dus niet toegelaten. De franchisenemer kan geen gebruik maken van de erkenning van de franchisegever. Een derde kan bijgevolg nooit in de plaats treden van een erkend uitzendbureau en taken verrichten die als één en ondeelbaar geheel behoren tot de kern van het uitzendgebeuren zonder hiervoor over de vereiste erkenning te beschikken.

 

Driepartijenrelatie

Uitzendarbeid veronderstelt een overeenkomst tussen drie partijen: het uitzendbureau, een gebruiker en een uitzendkracht.

De situatie waarbij het uitzendbureau werknemers uitzendt binnen de eigen organisatie betreft slechts 2 partijen, aangezien het uitzendbureau hierbij tevens de gebruiker is. Dit wordt dan ook als een inbreuk beschouwd. De bepalingen in de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers laten immers een dergelijke constructie niet toe, aangezien deze  afbreuk doet aan de vereiste triangulaire relatie.

 

Het verschil tussen uitzendactiviteiten en (onder)aanneming

Bij uitzendarbeid ligt het werkgeverschap bij het uitzendbureau. Wanneer de werknemer ter beschikking wordt gesteld van een klant-gebruiker, vindt er een overdracht van het werkgeversgezag plaats van het uitzendbureau naar de klant-gebruiker.

Dit is niet zo in het geval van (onder)aanneming. De (onder)aannemer sluit voor de uitvoering van (delen van) een opdracht een overeenkomst met een opdrachtgever, waarbij het werkgeversgezag over de werknemers niet wordt overgedragen.

Zodra er ook maar enigszins sprake is van gezagsuitoefening door de gebruiker gaat het om uitzend en is een erkenning vereist. Worden door de bepalingen in de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers evenwel niet beschouwd als de uitoefening van werkgeversgezag door de gebruiker:

  • Het geven van richtlijnen met betrekking tot de naleving van de verplichtingen die op de gebruiker rusten inzake het welzijn op het werk. Zo kan de gebruiker werknemers verplichten bepaalde werkkledij te dragen of om een bepaalde veiligheidsuitrusting te gebruiken.
  • De instructies die worden gegeven aan de werknemers van de werkgever in uitvoering van een geschreven overeenkomst tussen de gebruiker en de werkgever, op voorwaarde dat
    • in deze geschreven overeenkomst uitdrukkelijk en gedetailleerd is bepaald welke instructies precies door de gebruiker mogen worden gegeven aan de werknemers van de werkgever;
    • dit instructierecht van de gebruiker het werkgeversgezag van de werkgever op geen enkele wijze uitholt;
    • de feitelijke uitvoering van deze overeenkomst tussen de gebruiker en de werkgever volledig overeenstemt met de uitdrukkelijke bepalingen van voormelde geschreven overeenkomst.

    Deze voorwaarden moeten cumulatief worden vervuld. Wanneer er geen schriftelijke overeenkomst tussen de gebruiker en de werkgever werd opgesteld, deze overeenkomst niet aan bovenvermelde voorwaarden voldoet, of de feitelijke uitvoering van de geschreven overeenkomst niet overeenstemt met de in de overeenkomst opgenomen uitdrukkelijke bepalingen, is er automatisch sprake van een uitoefening van werkgeversgezag en dus van onrechtmatige terbeschikkingstelling.
     
    Bovenvermelde voorwaarden zijn niet van toepassing op de instructies met betrekking tot het welzijn op het werk. Deze mogen door de gebruiker aan de werknemers worden gegeven zonder dat er een geschreven overeenkomst bestaat tussen de werkgever en de gebruiker.

Contact

Dienst Economische migratie en regulering

Organisatie: 
Departement Werk en Sociale Economie
Straat + nr: 
Koning Albert II laan 35 bus 20
Postcode: 
1030
Gemeente: 
Brussel
Land: 
België
Telefoon: 
02 553 08 59
Fax: 
02 553 44 22