Beroep tegen een weigeringsbeslissing beroepskaart

Indien de beroepskaart geweigerd wordt, kan men een beroep indienen bij de gewestelijk bevoegde minister. Men dient dit beroep in binnen een termijn van dertig dagen, welke aanvangt op de dag die volgt op de datum van de betekening van de beslissing. Voor een geweigerde hernieuwingsaanvraag geldt dat de aanvrager zijn of haar zelfstandige activiteiten niet mag uitoefenen tijdens de hele duurtijd van de beroepsprocedure.

Het beroep moet schriftelijk worden ingediend bij de bevoegde overheid. Voor het Vlaamse Gewest is dit de Vlaamse minister bevoegd voor Werk p/a:

Departement Werk en Sociale Economie
Dienst Economische migratie
Koning Albert II-laan 35 bus 20
1030 Brussel
Tel: 02 553 08 80 - Fax: 02 553 44 22

De minister wendt zich onverwijld tot de Raad voor Economisch Onderzoek inzake Vreemdelingen en vraagt deze Raad om advies. Dit advies moet binnen de vier maanden uitgebracht worden. De Raad is een orgaan onafhankelijk van de administratie. Hij wordt voorgezeten door een magistraat of een advocaat, en is samengesteld uit ambtenaren die de verschillende departementen, betrokken bij deze materie, vertegenwoordigen. De Raad kan alle informatie, nuttig voor het onderzoek van het dossier opvragen.

De Raad kan de aanvrager uitnodigen om zijn belangen tijdens een hoorzitting te verdedigen. Men mag zich laten bijstaan door een persoon naar keuze. Indien men niet op de hoorzitting aanwezig kan zijn, kan men zich enkel door een advocaat laten vertegenwoordigen. Indien het onmogelijk is om aan de oproeping gevolg te geven, kan men een verdaging van de hoorzitting verkrijgen.

De Raad deelt zijn advies gelijktijdig aan de aanvrager en aan de minister mee. Bij gebrek aan een advies binnen de vooropgestelde termijn beslist de minister alleen. De minister beschikt over twee maanden om een beslissing te nemen, vanaf de ontvangst van het advies van de Raad of het verstrijken van de termijn van vier maanden indien er geen advies werd gegeven. Indien de minister binnen de twee maanden geen beslissing neemt, geldt het advies van de Raad als beslissing. Bij gebrek aan advies van de Raad en aan een beslissing van de minister binnen de vooropgestelde termijnen wordt het beroep verworpen.

De beslissing wordt onmiddellijk aan de aanvrager betekend. Men kan tegen deze beslissing een verzoek tot verbreking indienen bij de Raad van State binnen de zestig dagen die volgen op de dag volgend op de datum waarop men kennis van nam van de beslissing.