Non-discriminatie regelgeving

Hier vind je een beknopt overzicht terug van de relevante regelgeving op Europees, federaal en Vlaams niveau.

De Europese regelgeving is van belang om het ontstaan van de huidige non-discriminatie regelgeving beter te begrijpen. De federale wetgeving geeft een overzicht van een aantal materies die zijn voorbehouden voor de federale overheid. De Vlaamse regelgeving is voor ons van belang en om die reden gaan wij hier wat dieper op in.
 

Europese Unie

Het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van 30 maart 2010 (hierna VWEU) is de basis voor de werking van de Europese Unie. Het bevat een aantal verwijzingen naar beschermde criteria zoals nationaliteit (art 18 VWEU), geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid (art. 19 VWEU).

Zoals je merkt, heeft de EU belangrijke doelstellingen opgenomen in dit verdrag. Om deze doelstellingen te kunnen bereiken kan het onder andere richtlijnen uitvaardigen. Richtlijnen zijn rechtshandelingen die bindend zijn ten aanzien van het resultaat. Dit betekent dat België niet meteen gebonden is door zo’n richtlijn. België zal deze richtlijn eerst moeten omzetten in nationale wetgeving zodat het bindend wordt en wij ons hierop kunnen beroepen.

In het kader van discriminatie heeft de EU 4 belangrijke richtlijnen uitgevaardigd die van belang zijn bij de totstandkoming van het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid.

  1. Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming
  2. Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep
  3. Richtlijn 2004/113/EG van de Raad van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten
  4. Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (herschikking) 

 

Federaal

Ook de federale wetgeving is het resultaat geworden van de omzetting van de 4 Europese Richtlijnen (link Europese Unie). De onderstaande drie wetten van 10 mei 2007 vormen voortaan de juridische basis voor de bestrijding van discriminatie.

  1. Wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden gewijzigd door de wet van 10 mei 2007.
      
    De wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden verbiedt discriminatie op grond van nationaliteit, een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming.
      
  2. Wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie.
      
    De wet ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie verbiedt discriminatie op grond van leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, taal, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap, een fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst.
      
  3. Wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen.
      
    De wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen verbiedt elke vorm van discriminatie op grond van geslacht. Discriminatie op basis van geslachtsverandering, genderidentiteit en genderexpressie worden hieraan gelijkgesteld. 

Je kan deze regelgeving consulteren via het Belgisch Staatsblad.

 

Vlaanderen

Decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt (pdf)

Het begrip ‘evenredige participatie’ houdt in dat de deelname aan de arbeidsmarkt in verhouding staat tot de samenstelling van de beroepsbevolking. Zo kan de evenredige participatie van kansengroepen worden gewaarborgd. VDAB onderscheidt vier kansengroepen: personen van een allochtone origine, kortgeschoolden, personen met een arbeidshandicap en ouderen(55-plussers).

Het begrip ‘gelijke behandeling’ houdt de afwezigheid in van elke vorm van directe of indirecte discriminatie of intimidatie op de arbeidsmarkt.

Toepassingsgebied

Dit decreet is van toepassing op arbeidsmateries waarvoor Vlaanderen bevoegd is.

Zo is het overeenkomstig artikel 3 van het decreet van toepassing op:

  1. de intermediaire organisaties en personen die zich bezig houden met beroepskeuzevoorlichting, beroepsopleiding, loopbaanbegeleiding en arbeidsbemiddeling;
  2. de Vlaamse diensten en het Vlaams overheidspersoneel en onderwijspersoneel, hun bepalingen en arbeidsvoorwaarden;
  3. de andere werkgevers en werknemers voor wat betreft de beroepsopleiding en tewerkstelling van gehandicapten.

Beschermde criteria

De gronden op basis van de welke geen onderscheid mag worden gemaakt zijn geslacht, een zogenaamd ras, etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.
  

Decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid

Dit decreet is het resultaat van de omzetting van de 4 Europese Richtlijnen (link Europese Unie). Het bewerkstellingen van een tolerante samenleving waarin verschillen tussen personen erkend en gewaardeerd worden, het bestrijden en voorkomen van discriminatie, het creëren van de voorwaarden opdat eenieder volwaardig kan participeren aan de Vlaamse samenleving en het bewerkstelligen van gelijke kansen van sociale groepen die geconfronteerd worden met achterstellingen of uitsluiting zijn de doelstellingen die dit decreet nastreeft.

Toepassingsgebied

Dit decreet is van toepassing op begrensde materies waarvoor Vlaanderen bevoegd is.

  1. de voorwaarden voor toegang tot arbeid in loondienst of als zelfstandige en tot een beroep, met inbegrip van de selectie- en aanstellingscriteria, ongeacht de tak van activiteit en op alle niveaus van de beroepshiërarchie, met inbegrip van bevorderingskansen, alsook de werkgelegenheids- en arbeidsvoorwaarden, met inbegrip van ontslag en beloning (*);
  2. de toegang tot alle vormen en alle niveaus van beroepskeuzevoorlichting, beroepsopleiding, voortgezette beroepsopleiding en omscholing, met inbegrip van praktijkervaring (*);
  3. de arbeidsbemiddeling en wedertewerkstelling (*);
  4. de gezondheidszorg;
  5. het onderwijs;
  6. het aanbod van, de toegang tot, de levering en het genot van goederen en diensten die publiekelijk beschikbaar zijn – al dan niet tegen betaling –, met inbegrip van huisvesting;
  7. de sociale voordelen;
  8. de toegang tot en de deelname aan een economische, sociale, culturele of politieke activiteit die buiten de privésfeer worden aangeboden.

(*) Dit decreet geldt in het algemeen niet voor materies met betrekking tot de arbeidsmarkt. De algemene regel is dat dit decreet enkel van toepassing is indien het decreet van 8 mei 2002 geen soelaas biedt.

Beschermde criteria

De beschermde kenmerken zijn veel ruimer dan het decreet van 8 mei 2002: geslacht, genderidentiteit, genderexpressie, leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, taal, gezondheidstoestand, handicap, fysieke of genetische eigenschap, sociale positie, nationaliteit, zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of nationale of etnische afstamming.
  

Wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en –banen (pdf)

Met de zesde staatshervorming werd het Vlaamse gewest vanaf 1 juli 2014 bevoegd voor de dienstencheques. Een dienstencheque is een betaalmiddel waarvoor het Vlaamse Gewest een financiële bijdrage levert. Iedere meerderjarige persoon die in het Vlaamse Gewest zijn hoofdverblijfplaats heeft, kan dankzij dienstencheques tegen een gunstige prijs een beroep doen op huishoudhulp. Meer informatie over dienstencheques.

De bepalingen die raken aan het arbeidsrecht (de belangrijkste voorbeelden zijn o.a. arbeidsvoorwaarden, welzijn van de werknemer, arbeidsovereenkomst en loon) blijven federale bevoegdheid.

Toepassingsgebied

Het decreet is van toepassing op de dienstencheque-onderneming tegenover zijn klanten en werknemers.

Beschermde criteria

De beschermde criteria zijn leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, taal, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap, een fysieke of genetische eigenschap en sociale afkomst.
  

Decreet private arbeidsbemiddeling van 10 december 2010 (pdf)

In dit decreet zijn er een beperkt aantal bepalingen opgenomen met betrekking tot discriminatie. De meest gekende vorm van arbeidsbemiddeling is uitzendarbeid. Uitzendkantoren vallen dus ook onder deze regelgeving. Zo zijn deze kantoren verplicht om overeenkomstig artikel 5, 7° van het decreet iedere werknemer te behandelen op een objectieve, respectvolle en niet-discriminerende wijze.
 

Het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004

Dit decreet bepaalt de bevoegdheden van de sociaalrechtelijke inspecteurs voor een aantal materies. In het kader van discriminatie zijn zij bevoegd om op te treden voor de volgende regelgeving:

  1. Wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en –banen
  2. Decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt
  3. Decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling

De inspecteurs zijn dus niet bevoegd om op te treden voor het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid.

De inspecteurs kunnen bij een inbreuk op de discriminatiewetgeving en voor zover de feiten vatbaar zijn voor strafvervolging, een administratieve geldboete opleggen.

Contact

Hetisgauwgebeurd

Organisatie: 
Departement Werk & Sociale Economie
Straat + nr: 
Koning Albert II laan 35 bus 20
Postcode: 
1030
Gemeente: 
Brussel