Antidiscriminatiebeleid

Om elk talent een kans te geven, bestrijden we discriminatie op de arbeidsmarkt. In navolging van de resolutie van 28 oktober 2015 (pdf) betreffende sensibilisering, preventie en handhaving inzake discriminatie op de arbeidsmarkt van personen met een migratieachtergrond, werkt het departement Werk en Sociale Economie haar antidiscriminatiebeleid verder uit. Binnen de aanpak van discriminatie op de arbeidsmarkt is ervoor gekozen in te zetten op sensibilisering, zelfregulering, en versterkte controles.
 

Actieplan ter Bestrijding van Arbeidsgerelateerde Discriminatie (ABAD)

Het Actieplan ter Bestrijding van Arbeidsgerelateerde Discriminatie (pdf / 0.36 MB) vormt de rode draad doorheen het antidiscriminatiebeleid.

Het ABAD dateert van 2008. Het is dus geen nieuw plan, maar het moet regelmatig geactualiseerd  worden. Ook de nieuwe overgedragen bevoegdheden uit de laatste staatshervorming - onder meer de reglementering dienstencheques - maakten een actualisering nodig. De laatste actualisatie dateert van 2016.

Met het vorig actieplan werden reeds een aantal successen geboekt :

  • de koppeling van antidiscriminatie aan instrumenten van het loopbaan- en diversiteitsbeleid, die resulteerde in een checklist Diversiteit voor de inspecteurs;
  • de ontwikkeling van de digital “toolbox Talentontwikkelaar” met instrumenten voor non-discriminatiebeleid;
  • de ontwikkeling van het e-Div instrument voor opleiding en vorming over discriminatiewetgeving onder leiding van Unia;
  • de publicatie van de diversiteitsbarometer werk, eveneens onder leiding van Unia;
  • de herkomstmonitor, onder leiding van het Departement WSE.

Naast een aantal verbeteringen wordt in het vernieuwde ABAD ingezet op aanvullende acties met betrekking tot non-discriminatie. Dit op het vlak van :

  • sensibilisering via een campagne, instrumenten en toolboxen;
  • preventieve bestrijding via opleiding en vorming;
  • strijd op sectoraal niveau via het instrument van de sectorconvenants en meer specifiek bij dienstencheque-ondernemingen;
  • anti-discriminatie als prioriteit bij handhaving en de monitoring van discriminatie.
      

Sensibilisering

In overleg met o.m. de sociale partners lanceren we een sensibiliseringscampagne om het thema van discriminatie bespreekbaar te maken op de werkvloer. Dit is een brede campagne die gericht is op alle vormen van discriminatie en alle werknemers en werkgevers in Vlaanderen. Hierbij wordt het thema discriminatie op een duidelijke manier onder de aandacht gebracht om de bewustwording en kennis bij de bevolking te vergroten. Achterliggend willen wij slachtoffers of getuigen van discriminatie ook informeren over waar ze terecht kunnen om hiervan melding te maken.

De zichtbaarheid en duidelijkheid van het meldpunt discriminatie van de afdeling Toezicht en Handhaving werd verbeterd. Na de campagne en op basis van de verwachte, verhoogde instroom van meldingen zal een grondige evaluatie worden uitgevoerd met het oog op de best mogelijke kwaliteit.

Het wegwerken van vooroordelen en een ‘mindswitch’ op het terrein zijn onderdelen van het focus-op-talentbeleid.
 

Zelfregulering

Via het instrument van de sectorconvenants zetten we maximaal in op zelfregulering om discriminatie vanuit de sectoren zelf te bestrijden. De sectorconvenants 2017-2017 zijn de eerste waarin non-discriminatie expliciet als thema werd opgenomen. In die convenants worden ondernemingen gestimuleerd om sectorale gedragscodes inzake discriminatie op te stellen, afspraken te maken over klachtenprocedures en systemen van zelfregulering en zelfcontroles op te zetten.

Ook tijdens de looptijd van de convenants werden de sectoren verder aangemoedigd om rond het thema van non-discriminatie te werken. Eind 2016 werd een communicatie gericht aan alle sectoren om het belang van het thema non-discriminatie te benadrukken en op te roepen om voldoende acties op te nemen die gericht zijn op het bewerkstelligen van een degelijk uitgewerkt non-discriminatiebeleid. Hierbij bezorgden we de sectoren een aantal bouwstenen voor een zelfregulerend beleid inzake non-discriminatie. Dat biedt niet alleen mogelijke acties aan, maar schept ook de mogelijkheid om het draagvlak rond discriminatiebestrijding binnen de sector en organisatie te vergroten. 

Bouwstenen voor een zelfregulerend beleid inzake non-discriminatie

 
In de nieuwe generatie sectorconvenants 2018-2019 zal discriminatie als een verplicht thema waar sectoren op moeten inzetten, naar voren geschoven worden.  Een sectorale gedragscode non-discriminatie wordt dan een minimumvereiste. Sectoren die reeds een non-discriminatiecode hebben, moeten bijkomende acties opzetten. Dat kan bijvoorbeeld gaan om een concretisering van de gedragscode in sectorale afspraken rond meldings- en klachtenprocedures of om in elk bedrijf een vertaling van de gedragscode in het arbeidsreglement voorzien. Daarnaast vragen we aan alle sectoren om in te zetten op zelfregulering en zelfcontrole. Gerichte steekproeven (in kaart brengen van discriminatie a.d.h.v. onderzoek, monitoring, praktijktesten) kunnen daar als sensibiliserend instrument deel van uitmaken.

Verder stelden we eind maart 2017 samen met de dienstenchequesector een actieplan op om discriminatie binnen de sector aan te pakken. Praktijktesten, georganiseerd door de werkgeversorganisaties, horen daar bij. We wijzigden ook de erkenningsvoorwaarden die betrekking hebben op non-discriminatie in de wet dienstencheques.
 

Versterkte controles

Binnen de afdeling Toezicht en handhaving werd het aantal controles inzake discriminatie verhoogd en staat een betere samenwerking met andere spelers inzake discriminatie voorop. (Jaarverslag 2016 ATH (pdf)).

Contact

Hetisgauwgebeurd

Organisatie: 
Departement Werk & Sociale Economie
Straat + nr: 
Koning Albert II laan 35 bus 20
Postcode: 
1030
Gemeente: 
Brussel