Beleidskader 1998 tot heden

Eind jaren ’90 waren de Vlaamse overheid en de Vlaamse sociale partners het eens over het belang van het wegwerken van de achterstanden van allochtonen en van het bestrijden van discriminatie op de arbeidsmarkt. Die eensgezindheid vertaalde zich in het Vesoc-actieplan voor de bevordering van de werkgelegenheid van allochtonen (1998), waarin evenredige arbeidsdeelname (EAD) werd nagestreefd en gestimuleerd via de ondersteuning van 'positieve actieplannen allochtonen'.

In 2001 kwamen twee andere groepen in de scope: personen met een arbeidshandicap en ouderen. Er werden specifieke Vesoc-actieplannen opgesteld om nieuwe inzichten en methodieken te ontwikkelen ter verbetering van de arbeidsmarktpositie van die groepen.

Vanaf 2002 werden de drie genoemde kansengroepen –allochtonen, ouderen en personen met een arbeidshandicap– op een meer geïntegreerde en inclusieve manier benaderd. Daarnaast was er ook horizontale aandacht voor de gelijke kansen van man en vrouw in de bedrijven. Deze geïntegreerde benadering kreeg zijn neerslag in het Vesoc-actieplan van 2002 en in het decreet houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt van 8 mei 2002 (pdf). De ’positieve actieplannen’ werden diversiteitsplannen.

Het pact van Vilvoorde (22 november 2001) ambieerde een verhoging van de werkzaamheidsgraad (doelstelling 3) en een evenredige arbeidsparticipatie (doelstelling 5). Tegen die achtergrond werden in Vlaanderen duidelijke groeiscenario's voor de kansengroepen allochtonen en personen met een arbeidshandicap afgesproken. Die groeiscenario's werden vastgelegd in de gemeenschappelijke platformteksten van 3/12/02 en 2/12/03, met concrete engagementen van alle betrokken partijen.

Op alle niveaus werd nu een geïntegreerd beleid gevoerd:

  • Op macroniveau waren er de structurele projecten van de sociale partners en eigen organisaties van kansengroepen, op mesoniveau was er het diversiteitsluik binnen de sectorconvenants, en op microniveau de diversiteitsplannen en beste praktijken in ondernemingen, organisaties en lokale besturen.
  • Vertegenwoordigers van de georganiseerde kansengroepen (allochtonen en personen met een arbeidshandicap) werden structureel betrokken bij het beleid van evenredige arbeidsdeelname en diversiteit via de Commissie Diversiteit van de SERV.
  • De structurele beleidspartners waaronder de sociale partners en vertegenwoordigende organisaties van kansengroepen werden vanaf 2003 ook betrokken bij de uitvoering via eigen structurele EAD-projecten die het streven naar evenredige participatie van kansengroepen verder moesten ondersteunen en uitbouwen.
  • Stap voor stap evolueerden we naar een mainstreaming van het diversiteitsbeleid. Er ontstonden meer dwarsverbanden tussen het beleid van evenredige arbeidsdeelname en diversiteit enerzijds en het opleidingsbeleid, het Levenslang Leren beleid, competentiemanagement, loopbaandienstverlening en kwaliteit van de arbeid anderzijds.

Binnen de ontwikkeling naar een meer inclusief beleid bleef de nodige specifieke, categoriale aandacht gaan naar de verschillende kansengroepen en de categorieën daarbinnen. De hoger genoemde gemeenschappelijke platformteksten van 3/12/02 en 2/12/03 waren daar een voorbeeld van.

Op drie domeinen werden acties ondernomen:

  • het verbeteren van de tewerkstellingskansen van personen uit de kansengroepen,
  • (indirecte) discriminatie tegengaan en
  • achterstanden of beperkingen helpen wegwerken.

Daarmee focuste het beleid zowel op de vraag- als op de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. De nadruk lag immers zowel bij ondernemingen en instellingen (via de ondersteuning van een HRM-beleid voor kansengroepen) als bij de kansengroepen zelf (via empowerment en ondersteuning vanuit individuele trajecten, opleiding en levenslang leren).

Het beleid speelde in 2006 in op de vergrijzing en ontgroening van de Vlaamse arbeidsmarkt door de ontwikkeling van het Expertisecentrum Leeftijd en Werk en de uitbreiding van de werking rond de EAD-projecten met 13 projectontwikkelaars Leeftijd en Werk. Het Expertisecentrum Leeftijd en Werk streefde naar een omslag in het denken over ouderen op de Vlaamse arbeidsmarkt en naar een brede invoering van leeftijdsbewust personeelsbeleid. Het Expertisecentrum richtte zich op de actoren en intermediairen die zich bezig hielden met loopbaanbeleid en met ouder wordende werknemers en werkzoekenden.

Sinds eind jaren ’90 evolueerde het diversiteitsbeleid dus van een sterk categoriale benadering van bepaalde kansengroepen naar een geïntegreerd en inclusief beleid.

In de huidige ‘Focus op Talent’-benadering wordt die verbreding van de aanpak nog verder doorgetrokken. Er wordt nu immers niet langer gefocust op kansengroepen maar op het zichtbaar en inzetbaar maken van de talenten van iedereen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Het wegwerken van drempels en vooroordelen is hier een heel belangrijke hefboom.

Contact

Afdeling Beleid

Organisatie: 
Departement Werk en Sociale Economie
Straat + nr: 
Koning Albert II-laan 35 bus 20
Postcode: 
1030
Gemeente: 
Brussel
Telefoon: 
02 553 09 43