Met ingang van 1 mei 2006 werd er ten aanzien van dit algemene principe een versoepeling ingevoerd wanneer het om een tewerkstelling gaat in een zogenaamd “knelpuntberoep”.
In toepassing van het KB goedgekeurd op de ministerraad van 21 april 2006 dient er met ingang van 1 mei 2006 niet langer rekening te worden gehouden met de toestand van de arbeidsmarkt wanneer het gaat om een tewerkstelling in een beroep waarvan de bevoegde overheid erkend heeft dat er zich een tekort aan arbeidskrachten voordoet.
Hiertoe werden door de bevoegde Gewesten in overleg met de sociale partners, lijsten opgesteld waarin de betrokken beroepen worden opgesomd.
Op 5 mei 2006 heeft de Vlaamse regering haar goedkeuring gehecht aan een lijst van beroepen waarvoor zich in het Vlaamse Gewest tekorten voordoen op de arbeidsmarkt.
De lijst van de in het Vlaamse Gewest erkende knelpuntberoepen(PDF)
werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 18 mei 2006.
Waar sinds 1 mei 2004 bij de aanvraag tot tewerkstelling van nieuwe EU-toetreders geen geneeskundig attest en geen type-arbeidsovereenkomst meer diende te worden voorgelegd, wordt voor een tewerkstelling in een knelpuntberoep nu ook afgeweken van de voorwaarde bepaald in artikel 4 §2 van de wet van 30 april 1999 waarin gesteld wordt dat “de arbeidsvergunning niet wordt toegekend wanneer de buitenlandse onderdaan België is binnengekomen om er te worden tewerkgesteld vooraleer de werkgever de arbeidsvergunning heeft bekomen”.
Dit betekent concreet dat, wanneer het gaat om een aanvraag tot tewerkstelling in een knelpuntberoep:
Voor de aanvraag tot tewerkstelling in een knelpuntberoep werd ook een aparte procedure uitgewerkt met een specifiek aanvraagformulier.
Het aanvraagdossier moet zoals steeds worden ingediend door de werkgever bij de provinciale migratiedienst.
De aanvraag om een arbeidsvergunning wordt geacht te zijn ingediend:
Pas wanneer het dossier volledig en conform is, wordt het geacht te zijn ingediend.
Bij onvolledige of onjuiste informatie vraagt de migratiedienst onverwijld de ontbrekende of juiste informatie op.
In dat geval zal de aanvraag pas worden geacht te zijn ingediend bij ontvangst door de administratie van de gevraagde ontbrekende documenten of gegevens.
Het aanvraagdossier dient volgende documenten te bevatten:
(naar downloadpagina met de formulieren)
Het volledige aanvraagdossier wordt door de werkgever ingediend bij de provinciale migratiedienst (via post of afgifte)
OPMERKING: Aanvragen voor tewerkstelling seizoen- en gelegenheidswerk
De aanvragen voor seizoen- en gelegenheidswerk kunnen zoals reeds voorheen het geval was, rechtstreeks bij de centrale migratiedienst te Brussel worden ingediend.
(Zie verder voor uitgebreidere toelichting m.b.t. seizoenarbeid.)
Wanneer blijkt dat het dossier volledig is (d.w.z. alle vereiste documenten zijn toegevoegd, de vereiste rubrieken zijn duidelijk leesbaar, volledig en correct ingevuld en zijn in overeenstemming met de terzake geldende wetten en reglementen), zal de migratiedienst de arbeidsvergunning binnen de vijf werkdagen toekennen.
De arbeidsvergunning zal naar de werkgever worden verzonden.
De arbeidskaart zal worden verstuurd naar
De aanvragen tot hernieuwing van een tewerkstelling in een knelpuntberoep dienen eveneens te gebeuren aan de hand van het specifieke aanvraagformulier.
Zij moeten door de werkgever worden ingediend bij de bevoegde migratiedienst uiterlijk één maand voor het verstrijken van de geldigheid van de lopende arbeidsvergunning en arbeidskaart B, conform de bepalingen van artikel 31 tweede lid van het KB van 9/6/99.
Het aanvraagdossier met betrekking tot de hernieuwing dient volgende stukken te bevatten:
Wanneer de arbeidsovereenkomst voortijdig wordt beëindigd, nog vóór de geldigheidsduur van de arbeidsvergunning en de arbeidskaart B zijn verstreken, dient de werkgever (ongeacht de redenen van deze beëindiging) de migratiedienst hiervan onmiddellijk in kennis te stellen.
De wet voorziet trouwens in strenge straffen voor hen die nalaten om dit te doen.
Artikel 12 van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers stelt dat
“onverminderd de artikelen 269 tot 274 van het Strafwetboek worden gestraft
…………
…………
2° met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met een geldboete van 1 700 tot 6 000 frank of met één van die straffen alleen :a) de werkgever, zijn aangestelden of lasthebbers die, buiten het onder 1°, a), bedoelde geval, in strijd met de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan, arbeid doen of laten verrichten door een buitenlandse onderdaan;
b) al wie het krachtens deze wet georganiseerde toezicht heeft verhinderd;
c) de werkgever, zijn aangestelden of lasthebbers die, in voorkomend geval, geweigerd hebben de arbeidskaart aan de buitenlandse werknemer te overhandigen of hem deze hebben bezorgd tegen betaling van een bedrag of vergoeding in welke vorm ook;
d) de werkgever die heeft nagelaten om de bevoegde overheid onmiddellijk op de hoogte te brengen van het beëindigen van de tewerkstelling van een buitenlandse werknemer vóór het einde voorzien in de arbeidsovereenkomst en, in ieder geval, bij de beëindiging van de tewerkstelling vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de arbeidskaart.”
De werknemer
moet zijn arbeidskaart inleveren bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats.
Artikel 7 van het koninklijk besluit van 30 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers stelt dat:
de buitenlandse onderdaan die het land voorgoed verlaat, moet vóór zijn vertrek de arbeidskaart teruggeven aan het gemeentebestuur van zijn hoofdverblijfplaats”.