De werknemers, onderdanen van een Staat die geen deel uitmaakt van de Europese Economische Ruimte, die de verblijfsstatus van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie hebben verkregen op basis van de Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van de Europese Unie van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen.
Het betreft hier de zogenaamde “derde landers” (onderdanen die dus niet de nationaliteit hebben van één van de landen van de Europese Economische Ruimte) die omwille van hun langdurig verblijf in één bepaalde lidstaat, de specifieke status van langdurig ingezetene in die staat hebben verkregen.
Het feit dat een zogenaamde “derde lander” gedurende langere tijd in een andere lidstaat verblijft en/of werkt, en in dit land beschikt over een langdurig (of zelfs permanent) recht op verblijf of tewerkstelling, betekent niet noodzakelijk dat deze persoon ook het statuut van langdurig ingezetene heeft verkregen.
Het betreft hier immers een zeer specifieke status die in toepassing van de EG Richtlijn 2003/109/EG kan worden toegekend, en waarvoor in principe ook een specifiek verblijfsdocument (hier kan je een bestand consulteren met voorbeelden deze documenten(PDF) ) moet worden afgeleverd. (In België is dit bv de elektronische vreemdelingenkaart type D).
De begunstigde die deze status in een andere lidstaat heeft verworven, en die op grond hiervan in België wenst aanspraak te maken op een arbeidskaart en een arbeidsvergunning, zal dus het bewijs dienen te leveren dat hij of zij in het bezit is van dit specifieke verblijfsdocument.
Er dient wel te worden opgemerkt dat niet alle lidstaten deelnemen aan deze richtlijn: Het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken hebben deze richtlijn niet onderschreven en zij kunnen dan ook dit statuut niet toekennen.
Deze richtlijn is evenmin van toepassing op de EER-landen Noorwegen , IJsland en Liechtenstein.
Zolang de overgangsperiode loopt geldt in principe dezelfde procedure als deze die van toepassing is voor de tewerkstelling van nieuwe EU- burgers in knelpuntberoepen.
Het aanvraagdossier (dat uiteraard door de werkgever moet worden ingediend), kan je indienen bij de provinciale migratiedienst (via de post of door afgifte ter plaatse).
Wanneer het dossier volledig en conform is zal er door de migratiedienst binnen de 5 werkdagen een beslissing worden genomen.
Bij onvolledige of onjuiste informatie vraagt de gewestelijke administratie onverwijld de ontbrekende of juiste informatie op.
Het aanvraagdossier dient minimaal volgende documenten te bevatten:
Een kopie van het specifieke verblijfsdocument(PDF) van langdurig ingezetene afgeleverd door de lidstaat waar de betrokkene dit statuut heeft verkregen;
Van zodra de overgangsmaatregelen voor nieuwe EU-burgers worden opgeheven, vervalt voor de langdurig ingezetenen de beperking tot de tewerkstelling in een knelpuntberoep.
Zij zullen dan onmiddellijk voor om het even welk beroep in loondienst een arbeidsvergunning en arbeidskaart B kunnen bekomen wanneer er door een werkgever een aanvraag zal worden ingediend.
Na de overgangsperiode zal de gewone procedure voor het aanvragen van een arbeidsvergunning en arbeidskaart B van toepassing worden, en zal de werkgever een aanvraagdossier moeten indienen dat bestaat uit:
In het BS van 29 december 2008 verscheen het KB dat voorziet in een gedeeltelijke omzetting van de EG Richtlijn 2003/109/EG(PDF) met betrekking tot de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen.