Wie

Welke bedrijven

Alle ondernemingen die de vorm van een handelsvennootschap hebben, komen in aanmerking voor een erkenning als invoegbedrijf -met uitzondering van de steenkoolsector, de scheepsbouwsector, de vervoersector en bedrijven erkend in het kader van de dienstencheques - indien zij voldoen aan volgende voorwaarden:

  • de plaats van tewerkstelling waar de invoegwerknemers doorlopend en recurrent activiteiten uitvoeren, is gevestigd op het grondgebied van het Vlaamse Gewest;
  • de onderneming voldoet aan de criteria inzake financiële rentabiliteit;
  • de onderneming besteedt de nodige tijd en middelen aan de begeleiding en opleiding van de invoegwerknemers;
  • de onderneming incorporeert in haar bedrijfsvoering de principes inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen, op basis van een door haarzelf uitgetekend en bij de erkenning gevaloriseerd groeipad;
  • de onderneming is bereid het medezeggenschap van de werknemers te bevorderen in de onderneming door de bestaande overlegorganen te respecteren en - bij ontstentenis - de nodige initiatieven te nemen om de medezeggenschap van werknemers te bevorderen;
  • de tewerkstelling van invoegwerknemers moet bijkomend zijn in verhouding tot het aantal eigen personeelsleden

Naast de voorwaarden waaraan voor de erkenning moet voldaan zijn, zijn er ook de verbintenissen waaraan men zich moet houden gedurende de erkenning:

  • de invoegwerknemers met arbeidsovereenkomsten van onbepaalde duur in dienst nemen;
  • de invoegwerknemers de in de sector vigerende lonen uitbetalen; als er twijfel bestaat over de toepassing van het correcte paritair comité moet dadelijk het advies van de bevoegde instantie worden ingewonnen;
  • de wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende de uitoefening van haar activiteit niet overtreden;
  • in geen geval middelen hanteren die marktverstorend zijn op het vlak van prijszetting;
  • gedurende minstens twee jaar na de laatste uitbetaling van de loonpremie voor een invoegwerknemer het aantal voltijds equivalente invoegwerknemers handhaven;
  • als het aantal tewerkgestelde invoegwerknemers verminderd wordt, de administratie en de trajectbegeleider van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding hiervan op de hoogte brengen en aan de ontslagen invoegwerknemers het recht bieden om een beroep te doen op een erkend outplacementbureau;
  • jaarlijks de jaarrekening en werkgelegenheidscijfers bezorgen aan de administratie, evenals een inhoudelijke rapportering waaruit blijkt dat de onderneming: 
    • de erkenningscriteria nakomt;
    • de beginselen van het maatschappelijk verantwoord ondernemen incorporeert en het betreffende actieplan naleeft.


Duur van de erkenning

De erkenning als invoegbedrijf wordt verleend voor een periode van acht jaar vanaf de indiensttreding van de eerste invoegwerknemer.
De aanwerving van de eerste invoegwerknemer moet plaatsvinden binnen een periode van zes maanden vanaf de betekening van de erkenningsbeslissing.
De indienstneming van het totale aantal toegekende voltijds equivalente invoegwerknemers, moet plaatsvinden binnen een periode van vier jaar vanaf de indiensttreding van de eerste invoegwerknemer.


De erkende invoegbedrijven

lijst met in Vlaanderen erkende invoegbedrijven(MS Excel) (versie d.d. 3 juni 2010)

Welke werkzoekenden

De toeleiding van invoegwerknemers gebeurt via de VDAB. De diensten van VDAB gaan na of een bepaalde werkzoekende in aanmerking komt om als invoegwerknemer tewerk gesteld te worden. Indien dit zo is, levert zij hiertoe een attest af. Pas wanneer dit attest in het bezit is van de werkgever, kan de persoon worden aangeworven als invoegwerknemer. Het gaat om personen die voldoen aan volgende criteria:

  • een persoon met hoogstens een diploma hoger secundair onderwijs bij wie de trajectmatige begeleidingsactie uitwijst dat hij niet dadelijk te plaatsen is op de reguliere arbeidsmarkt. Bovendien beantwoordt deze persoon op de dag voor zijn aanwerving aan een van volgende kenmerken:
    1. hij is jonger dan 50 jaar en minstens twaalf maanden inactief, of
    2. hij is 50 jaar of ouder en minstens zes maanden inactief, of
    3. hij is minstens zes maanden gerechtigd op leefloon of op financiële maatschappelijke hulp;
  • een persoon die minstens zes maanden inactief is en behoort tot de doelgroep van de arbeidsgehandicapten;

    Onder arbeidsgehandicapten wordt begrepen:
    1. de werkzoekenden met een erkenning als persoon met een handicap bij het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap die recht hebben op bijstand inzake tewerkstelling;
    2. de werkzoekende ex-leerlingen van het buitengewoon secundair onderwijs;
    3. de werkzoekenden die, na attestering door een arts, bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding geregistreerd zijn met een gedeeltelijke of een zeer beperkte geschiktheid;
  • de deeltijds werkzoekende leerling van het deeltijds beroepssecundair onderwijs (zoals geregeld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, zoals laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004).

    Onder inactiviteit wordt begrepen: niet in loondienst of op zelfstandige basis hebben gewerkt en geen individuele beroepsopleiding hebben gevolgd.

    Voor de bepaling van deze periode van inactiviteit zijn er een aantal gelijkstellingen:
    1. de periode van tewerkstelling van een doelgroepwerknemer in een sociale werkplaats, zoals bepaald in het decreet van 14juli 1998 inzake de sociale werkplaatsen;
    2. de periode van tewerkstelling in een beschutte werkplaats;
    3. de periode van tewerkstelling als gesubsidieerde contractueel op grond van de artikelen 6bis, 7 en 7bis van het Besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen;
    4. de periode van tewerkstelling als gesubsidieerde contractueel op grond van de artikelen 6bis, 7 en 7bis van het Besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr.474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen;
    5. de periode van tewerkstelling op grond van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 houdende harmonisering van diverse stelsels werkervaringsprojecten;
    6. de periode van tewerkstelling krachtens artikel 60, § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn;
    7. de periode van tewerkstelling als invoegwerknemer voor zover deze periode in totaal niet meer dan 12 maanden bedraagt;
    8. de onderbrekende gebeurtenissen, inzonderheid die tijdens dewelke de werknemer verbonden is door een arbeidsovereenkomst, met een samengevoegde duur van ten hoogste vier maanden.

Samenvattende tabel:

 

 

-50 jaar

+50 jaar

6 maanden leefloon-gerechtigd

Arbeids-
gehandicapt

Deeltijds lerende

Trajectbegeleiding

Ja

Ja

ja

/

/

Max HSO

Ja

Ja

ja

neen

/

Inactief

12 maanden

6 maanden

1 dag

6 maand

1 dag