Het sociaal begeleidingsplan is maximaal gericht op de (her)tewerkstelling van de ontslagen werknemers. Het pakket met maatregelen om hen aan een nieuwe job te helpen is het belangrijkste luik in dit begeleidingsplan. Het betreft het oprichten van een tewerkstellingscel, het outplacementaanbod en de inspanningen rond opleiding en herplaatsing.
Het generatiepact bepaalt dat ondernemingen met een collectief ontslag waarbij verlaging van de brugpensioenleeftijd wordt gevraagd, verplicht zijn om het sociaal begeleidingsplan voor advies voor te leggen aan de Regionale minister van Werk. Deze beoordeelt de begeleidende maatregelen op hun activerend karakter. Het federale KB van 22 april 2009 bepaalt dat de regionale toetsing voortaan verplicht wordt voor alle bedrijven met een collectief ontslag met meer dan 20 werknemers, dat aangekondigd wordt vanaf 7 april 2009.
De Minister van Werk heeft beslist om op basis van zijn discretionaire bevoegdheid voorzien in het generatiepact en hernomen in de federale herstelwet, de consensus van de sociale partners in de SERV van juni j.l. en de voorziene kwaliteitscertificering van outplacement, het aantal uren outplacement in het Vlaamse toetsingskader terug te brengen tot het niveau van de federale normen. Deze bedragen 30 uren gedurende 3 maand voor -45 jarigen en 60 uren gedurende 6 maand voor +45-jarigen. Deze normen worden toegepast op alle aanvragen regionale toetsing die binnenkomen op het departement Werk en Sociale Economie vanaf 27 juli 2009.