Rechtsgrond
De twee “stam” koninklijke besluiten voor de regionale toetsing, het KB van 3 mei 2007 en het KB van 9 maart 2006, werden gewijzigd door het KB tot wijziging van diverse Koninklijke besluiten genomen in het kader van de herstructurering van bedrijven van 22 april 2009 (publicatie op 30 april in het BS)
Dit KB maakt de regionale toetsing verplicht voor alle bedrijven met meer dan 20 werknemers die een collectief ontslag aankondigen vanaf 7 april 2009. De wijzigingen in de “stam” koninklijke besluiten van 3 mei 2007 en van 9 maart 2006 door het KB van 22 april 2009 worden aangegeven met rechte haken ([]).
Koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het conventioneel brugpensioen in het kader van het generatiepact
“Art. 17.
§ 1. Ten einde een erkenning te bekomen als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering moet de werkgever een behoorlijk gemotiveerde aanvraag indienen bij de Minister van Werk.
§ 2. Deze aanvraag moet vergezeld zijn van :
- de nodige documenten die aantonen dat de onderneming voldoet aan één van de voorwaarden bedoeld in artikelen 14, 15 of 16;
- een collectieve arbeidsovereenkomst of, voor de instellingen bedoeld in artikel 16, een collectief akkoord houdende de invoering van brugpensioen;
-
een herstructureringsplan dat voor advies wordt voorgelegd aan :
- de ondernemingsraad of bij gebrek daaraan, aan;
- de syndicale afvaardiging, of bij gebrek daaraan, aan;
- het preventiecomité of bij gebrek daaraan, aan;
- de vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties.
§ 3. Het herstructureringsplan moet minstens bevatten :
- een positief actieplan voor de vrouwelijke werknemers;
- de nodige documenten die aantonen dat de onderneming zelf de waarborgen heeft voorzien om bij eventuele faling de kosten te dekken van de aanvullende vergoeding van de bruggepensioneerden tussen de leeftijd van 50 jaar of de leeftijd voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst die van toepassing is en 55 jaar. De begunstigde van deze waarborg is het Fonds tot vergoeding van de ingeval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers.
§ 4. Voor de ondernemingen bedoeld in artikelen 14 en 15, 2° die bovendien een mededeling hebben gedaan van de intentie om over te gaan tot collectief ontslag zoals bedoeld in artikel 6 van voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 24 van 2 oktober 1975 en voor de ondernemingen bedoeld in artikel 15, 1°, moet het herstructureringsplan bedoeld in § 2, 3°, bovendien minstens de volgende elementen bevatten :
- een overzicht van de pistes inzake arbeidsherverdeling, inzonderheid inzake deeltijds tijdskrediet en vrijwillig deeltijdse arbeid, die naar aanleiding van de herstructurering werden onderzocht als alternatief voor de ontslagen en het resultaat van dit onderzoek inzake daling van het volume aan arbeid, uitgedrukt in voltijdse equivalenten;
- de naar aanleiding van de herstructurering afgesproken regeling inzake afscheidspremies, vastgelegd in de in § 2, 2° bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst, voor de werknemers die het bedrijf vrijwillig verlaten, waarbij inzonderheid wordt vermeld wie daar voor in aanmerking komt en welke de toekenningsmodaliteiten ervan zijn;
-
[ de naar aanleiding van de herstructurering voorziene begeleidingsmaatregelen voor de met ontslag bedreigde werknemers, vastgelegd in de in § 2, 2°, bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst, waarbij voor de ontslagen werknemer, wat betreft de werkgevers bedoeld in artikel 5, eerste of derde lid van het koninklijk besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen en de werkgevers uitsluitend bedoeld in artikel 5, tweede of vijfde lid van het voornoemde koninklijk besluit van 9 maart 2006 die hebben besloten een tewerkstellingscel op te richten of mee te werken aan een overkoepelende tewerkstellingscel zoals bedoeld in Titel IV, hoofdstuk V, activerend beleid bij herstructureringen, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact en zijn uitvoeringsbesluiten, minstens voorzien is in :
- de oprichting van een tewerkstellingscel of de medewerking aan een overkoepelende tewerkstellingscel zoals bedoeld in Titel IV, hoofdstuk V, activerend beleid bij herstructureringen, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact en zijn uitvoeringsbesluiten;
- een aanbod van outplacementbegeleiding op kosten van de werkgever die minstens voldoet aan de normen bepaald in artikel 6 van het voormelde koninklijk besluit van 9 maart 2006; ».]
- de nominatieve lijst met de identiteitsgegevens en het rijksregisternummer van de kandidaat bruggepensioneerden, waarbij afzonderlijk vermeld worden de beschermde werknemers voor wie de erkenning van economische of technische redenen het voorwerp moet uitmaken van een beslissing door het paritair comité;
- het attest van de regionale Minister van Werk, bevoegd voor de zetel van de onderneming, waarin deze de in het herstructureringsplan voorziene begeleidende maatregelen naar wedertewerkstelling goedkeurt. Indien de bevoegde Gewestminister niet binnen de 14 kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van het versturen van de aangetekende brief, waarbij de werkgever hem de goedkeuring vraagt van het voorgelegd plan, antwoordt, voegt de werknemer bij zijn erkenningsaanvraag overeenkomstig de bepalingen van § 1, gericht aan de Minister van Werk, een afschrift van de aangetekende brief gericht aan de Gewestminister, evenals het bewijs van de ingeroepen aangetekende verzending bij. Indien de Gewestminister het plan afwees, moet de onderneming bij zijn aanvraag bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg bovendien motiveren waarom de in het herstructureringsplan voorziene inspanningen volgens haar oordeel wel volstaan.”
Koninklijk besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen
Artikel 5 bepaalt
« [De werkgever in herstructurering die meer dan 20 werknemers tewerkstelt in de zin van het voormeld koninklijk besluit van 24 mei 1976, moet een tewerkstellingscel oprichten.
De werkgever in herstructurering die maximum 20 werknemers tewerkstelt in de zin van het voormeld koninklijk besluit van 24 mei 1976, is evenwel niet verplicht maar heeft de mogelijkheid een tewerkstellingscel op te richten.
In afwijking van het vorige lid, moet de werkgever die, om te kunnen overgaan tot het ontslag van sommige werknemers in het kader van het brugpensioen op een leeftijd lager dan de normaal in de onderneming geldende brugpensioenleeftijd, bij de Minister van Werk de erkenning vraagt als onderneming in moeilijkheden of als onderneming in herstructurering voor toepassing van hoofdstuk 7 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het conventioneel brugpensioen in het kader van het generatiepact een tewerkstellingscel oprichten.
Voor de toepassing van het vorige lid wordt verstaan onder normaal in de onderneming geldende brugpensioenleeftijd, de leeftijd waarop alle of een deel van de werknemers in dezelfde onderneming op het ogenblik van de aankondiging van het collectief ontslag in aanmerking komen voor het conventioneel brugpensioen buiten het kader van hoofdstuk 7 van het voormelde koninklijk besluit van 3 mei 2007.
In afwijking van het eerste en derde lid is de werkgever in herstructurering die ressorteert onder het Paritair Comité voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen of onder één van de Paritaire Subcomités van dit paritair Comité, voor de gehandicapte werknemers evenwel niet verplicht maar heeft hij de mogelijkheid een tewerkstellingscel op te richten.] »
Voor toepassing van de wet en dit besluit wordt onder tewerkstellingscel verstaan het naar aanleiding van de herstructurering opgericht samenwerkingsverband, als feitelijke vereniging of als autonome rechtspersoon, waarbij minstens de werkgever in herstructurering, één van de representatieve vakorganisaties en, voorzover dit bestaat in de sector waartoe de werkgever behoort, het sectoraal opleidingsfonds, betrokken zijn.
De voor de vestigingsplaats van de werkgever in herstructurering bevoegde publieke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding maakt eveneens deel uit van de tewerkstellingscel, tenzij deze dienst uitdrukkelijk weigert er deel van uit te maken. De bovengenoemde publieke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding neemt de directie van de cel op zich, voorzover deze dienst deel uitmaakt van de tewerkstellingscel en niet weigert de directie ervan op zich te nemen.
Indien de bovengenoemde publieke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding weigert deel uit te maken van de tewerkstellingscel of er de directie van op zich te nemen, wordt de cel geleid door een sociaal bemiddelaar.
Artikel 6 bepaalt
« [Art. 6. De tewerkstellingscel heeft als taak toe te zien op de concrete uitvoering van de begeleidingsmaatregelen overeengekomen in het kader van herstructurering.
Wanneer bovendien artikel 17, § 4, van het voormelde koninklijk besluit van 3 mei 2007 toepasselijk is, moet de cel eveneens toezien op de uitvoering van de begeleidingsmaatregelen opgenomen in het herstructureringsplan bedoeld in artikel 17, § 4, 3°, van dat besluit. De tewerkstellingscel heeft eveneens als taak de inschrijvingsprocedure in te stellen voor de werknemer die ontslagen is in het kader van de herstructurering.
Voor de toepassing van dit besluit, moet de tewerkstellingscel minstens een outplacementaanbod doen aan elke werknemer ontslagen in het kader van de herstructurering en ingeschreven bij de tewerkstellingscel. Het outplacementaanbod moet worden goedgekeurd door de Minister van Werk na advies van de Gewestminister van werk bevoegd voor de zetel van de onderneming in herstructurering.
Ten laatste veertien kalenderdagen na de oprichting van de tewerkstellingscel conform artikel 7, eerste lid moet het outplacementaanbod bedoeld in de vorige leden voor advies bij aangetekend schrijven worden voorgelegd aan de Gewestminister van Werk bevoegd voor de zetel van de onderneming in herstructurering. Indien de bevoegde minister niet antwoordt binnen de veertien kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van het versturen van de aangetekende brief waarbij de werkgever hem het outplacementaanbod voor advies voorlegt, wordt het advies geacht te zijn uitgebracht.
De werkgever in herstructurering maakt onmiddellijk het outplacementaanbod en het advies bedoeld in het vorige lid of bij ontstentenis van advies een afschrift van de aangetekende brief gericht naar de Gewestminister aan wie het advies wordt gevraagd, over aan de Minister van Werk.
Binnen de veertien kalenderdagen na ontvangst van het outplacementaanbod en het advies bedoeld in het vorige lid deelt de Minister van Werk zijn beslissing met betrekking tot het outplacementaanbod mee aan de werkgever in herstructurering.
De Minister van Werk kan het advies inwinnen van de adviescommissie brugpensioen.
De procedure voorzien in het vijfde, zesde, zevende en achtste lid van dit artikel moet echter niet gevolgd worden indien het advies van de Gewestminister van Werk gevraagd is overeenkomstig artikel 17, § 4, 5° van het voormelde koninklijk besluit van 3 mei 2007.
Voor de werknemers bedoeld in dit artikel die nog geen vijfenveertig jaar zijn op de datum van de aankondiging van het collectief ontslag, moet het outplacement gedurende minstens de eerste drie maanden na de inschrijving bij de cel minstens voldoen aan de kwaliteitsvereisten voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 82 gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 10 juli 2002.
De tewerkstellingscel moet aan de werknemers bedoeld in het vorige lid evenwel minimum dertig uren outplacement aanbieden tijdens de periode van drie maanden gedurende dewelke deze werknemers, conform artikel 34 van de wet, ingeschreven moeten zijn bij de tewerkstellingscel.
Voor de werknemers bedoeld in dit artikel die minstens vijfenveertig jaar zijn op de datum van de aankondiging van het collectief ontslag, moet het outplacement gedurende minstens de eerste zes maanden na de inschrijving bij de tewerkstellingscel minstens voldoen aan de kwaliteitsvereisten voorzien in de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 82.
De tewerkstellingscel moet aan de werknemers bedoeld in het vorige lid evenwel minimum zestig uren outplacement aanbieden tijdens de periode van zes maanden gedurende dewelke deze werknemers, conform artikel 34 van de wet, ingeschreven moeten zijn bij de tewerkstellingscel.
Voor de toepassing van dit artikel kan het aantal uren outplacement vervangen worden door een gelijkwaardige begeleiding aangeboden door een bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling voor zover deze dienst het gelijkwaardig karakter kan aantonen.] »




