Federaal

Verdeling van de bevoegdheden

De bevoegdheden inzake werkgelegenheid en sociale economie zijn verdeeld over

  • de federale overheid,
  • de gemeenschappen,
  • de gewesten.

Bevoegdheden van de Federale overheid

De federale overheid is bevoegd voor het arbeidsrecht en het sociale zekerheidsrecht (met inbegrip van de werkloosheidreglementering). Het arbeidsrecht is zeer ruim en omvat ondermeer het individueel en collectief arbeidsrecht, de arbeidsreglementering, de reglementering inzake het welzijn op het werk.

Indien je hierover meer informatie wenst kan je terecht bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (http://www.werk.belgie.be) en de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid (http://www.socialsecurity.fgov.be ).

Om het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid vorm te geven, doet de Vlaamse overheid een beroep op haar gemeenschaps- en gewestbevoegdheden.

Gemeenschapsbevoegdheden

De gemeenschapsbevoegdheden zijn gerelateerd aan vorming, opleiding en bijstand aan personen, zoals:

  • de sociale promotie;
  • de beroepsomscholing, de beroepsbijscholing en de beroepsopleiding;
  • het beleid inzake mindervaliden, met inbegrip van de beroepsopleiding, de omscholing en de herscholing.

Gewestbevoegdheden

Onder de gewestbevoegdheden valt het eigenlijke tewerkstellingsbeleid. Het betreft hier meer bepaald :

  • de arbeidsbemiddeling (met inbegrip van de erkenning van de uitzendkantoren);
  • de tewerkstellingsprogramma’s (zowel de klassieke tewerkstellingsprogramma’s en werkervaringsprogramma’s als de maatregelen die gericht zijn op doelgroepen);
  • de toepassing van de normen inzake de tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten.

Haar bevoegdheden inzake sociale economie ontleent de Vlaamse overheid aan het samenwerkingsakkoord van 30 mei 2005[1] betreffende de meerwaardeneconomie.

De juridische basis voor de bevoegdheidsverdeling inzake werkgelegenheid en sociale economie is terug te vinden in:

  • de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994[2];
  • de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen[3];

[1] Het samenwerkingsakkoord van 30 mei 2005  tussen de federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de meerwaarde-economie

[2] De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1992, gewijzigd bij de wetten tot wijziging van de Grondwet van 25 maart 1996, 28 februari 1997, 11 maart 1997, 20 mei 1997, 12 juni 1998, 17 juni 1998, 20 november 1998, 11 december 1998, 12 maart 1999, 7 mei 1999, 23 maart 2000, 16 mei 2000, 20 maart 2001, 21 februari 2002 en 17 december 2002.

[3] De bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1988, de bijzondere wetten van 12 januari 1989, 16 januari 1989, 5 mei 1993, 16 juli 1993, 28 december 1994, 5 april 1995, 25 maart 1996, 4 december 1996, 8 februari 1999, 19 maart 1999, 4 mei 1999, 21 maart 2000, 13 juli 2001, 22 januari 2002, 29 april 2002, 5 mei 2003, 10 juli 2003 en 12 augustus 2003 en de bijzondere decreten van 24 juli 1996, 15 juli 1997, 14 juli 1998 en 18 mei 1999.