Werknemers buitenlandse nationaliteit - vrijstellingen
Je hebt als werkgever geen arbeidsvergunning nodig voor de tewerkstelling van een (buitenlandse) kandidaat-werknemer:
- indien jouw kandidaat-werknemer beschikt over een arbeidskaart A
- indien jouw kandidaat-werknemer beschikt over een arbeidskaart C
- indien jouw kandidaat-werknemer vrijgesteld is van de verplichting tot het bekomen van een arbeidskaart;
In deze drie gevallen mag je de kandidaat-werknemer onmiddellijk in dienst nemen en tewerkstellen. In alle andere gevallen moet je als werkgever vooraf een arbeidsvergunning bekomen vooraleer de tewerkstelling mag beginnen.
Je hebt als buitenlandse werknemer geen arbeidskaart nodig:
- wanneer je behoort tot één van de categorieën van buitenlandse onderdanen - opgesomd in artikel 2 van het KB van 9/6/99 – die vrijgesteld zijn van de verplichting tot het verkrijgen van een arbeidskaart
EN
- voor zover je wettig in België verblijft (tenzij uitdrukkelijk anders bepaald).
De vrijstelling geldt van rechtswege:
Dit betekent concreet dat er voorafgaand noch door de werkgever, noch door de werknemer één of andere bijkomende administratieve formaliteit moet worden vervuld: het was immers juist de bedoeling van de wetgever om, door het invoeren van vrijgestelde categorieën, de administratieve verplichtingen tot een minimum te beperken.
In geval van vrijstelling moeten er dus door de betrokkenen geen aanvraagdossiers meer worden ingediend en er worden door de dienst arbeidsmigratie geen attesten van vrijstelling afgeleverd.
Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de werkgever om na te gaan of de beoogde tewerkstelling voldoet aan de voorwaarden die gelden voor één van de vrijgestelde categorieën. Is dit het geval, dan kan hij de buitenlandse werknemer onmiddellijk in dienst nemen zoals om het even welke Belgische werknemer.




