Werknemers buitenlandse nationaliteit - vrijstellingen

Je hebt als werkgever geen arbeidsvergunning nodig

  • als jouw werknemer beschikt over een arbeidskaart A;
  • als jouw werknemer beschikt over een arbeidskaart C;
  • als jouw werknemer vrijgesteld is van de verplichting tot het bekomen van een arbeidskaart.

In deze drie gevallen mag je de werknemer onmiddellijk in dienst nemen en tewerkstellen. In alle andere gevallen moet je als werkgever vooraf een arbeidsvergunning bekomen vooraleer de tewerkstelling mag beginnen.
 

Je hebt als buitenlandse werknemer geen arbeidskaart nodig

Belangrijk hierin: een vrijstelling geldt van rechtswege. Dit betekent concreet dat er voorafgaand noch door de werkgever, noch door de werknemer één of andere bijkomende administratieve formaliteit moet worden vervuld: het was immers juist de bedoeling van de wetgever om, door het invoeren van vrijgestelde categorieën, de administratieve verplichtingen tot een minimum te beperken.

In geval van vrijstelling moeten er dus door de betrokkenen geen aanvraagdossiers meer worden ingediend en er worden door de dienst Economische migratie geen attesten van vrijstelling afgeleverd.

Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de werkgever om na te gaan of de beoogde tewerkstelling voldoet aan de voorwaarden die gelden voor één van de vrijgestelde categorieën. Is dit het geval, dan kan hij de buitenlandse werknemer onmiddellijk in dienst nemen zoals om het even welke Belgische werknemer.
 

Wettig verblijf

Al de vrijstellingen gelden in principe slechts voor zover de betrokken werknemers beschikken over een wettig verblijf. In artikel 1,6° van KB van 9 juni 1999 stelt de wetgever wat voor de toepassing van dit besluit onder wettig verblijf moet worden verstaan:

“de verblijfssituatie van de vreemde­ling die toegelaten of gemachtigd werd te verblijven in het koninkrijk of die gemachtigd is er zich te vestigen krachtens de wet van 15 december 1980 of de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblij­vend op het grondgebied van het Rijk, met uitzonde­ring van de verblijfssituatie van de vreemdeling die ge­machtigd werd te verblijven in het koninkrijk voor een periode van maximum drie maanden.”

Gezien echter heel wat vrijgestelde categorieën per definitie onmogelijk aan deze vereiste van wettig verblijf konden voldoen, werd door de wetgever in 2003 aan artikel 2 (na de opsomming van alle vrijgestelde categorieën) een tweede en derde lid toegevoegd waarin gesteld wordt:

"Behalve in de gevallen bedoeld in het eerste lid, 1°, 2°, 19° en 22°, a) gelden de vrijstellingen van de verplichting tot het verkrijgen van een arbeidskaart vermeld onder dit artikel slechts als de begunstigden ervan voldoen aan het vereiste inzake wettig verblijf, zoals omschreven in artikel 1, 6°."

"In afwijking op het voorgaande lid wordt de verblijfstoestand van de buitenlandse onderdaan die gemachtigd werd te verblijven in het Koninkrijk voor een periode van maximum drie maanden als wettig verblijf beschouwd voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, 4°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°, 11°, 13°, 14°, 15°, 16°, 17° ,20°, 26°, 27°, 28°, 29°, 30°, 31°, 32° en 33°.”

Voor de meeste van de categorieën geldt dus een machtiging tot verblijf van maximum drie maanden evenzeer als wettig verblijf.

Werknemers Buitenlandse Nationaliteit

Terug naar startpagina Werknemers buitenlandse nationaliteit

Contact en openingsuren