Werknemers buitenlandse nationaliteit - algemene principes

Om als buitenlandse werknemer in België arbeid in loondienst te kunnen verrichten moet je vooraf een arbeidskaart bekomen

Er bestaan drie types van arbeidskaarten:

  • De arbeidskaart A geeft je de toelating om gelijk welk beroep in loondienst uit te oefenen bij om het even welke werkgever en dit voor een onbeperkte duur. De aflevering van een arbeidskaart A is aan zeer strikte voorwaarden gebonden. Zij kan slechts worden toegekend aan sommige categorieën van buitenlandse werknemers die reeds meerdere jaren in België hebben gewerkt met een arbeidskaart B.
     
  • De arbeidskaart B verleent je de toestemming om één welbepaalde betrekking uit te oefenen bij één welbepaalde werkgever die hiertoe vooraf een arbeidsvergunning heeft bekomen. De arbeidsvergunning en de arbeidskaart B worden in principe toegekend voor een periode van maximum 12 maanden (of minder). Ze kunnen eventueel onder bepaalde voorwaarden worden verlengd.
     
  • De arbeidskaart C geeft je de toelating om gelijk welk beroep in loondienst uit te oefenen bij om het even welke werkgever. De arbeidskaart C kan je in principe enkel krijgen wanneer je naar België bent gekomen en er mag verblijven, niet omwille van werk, maar wel om een andere reden zoals bv. in het kader van een:
    • gezinshereniging
    • een statuut als student
    • een statuut slachtoffer mensenhandel
    • een statuut subsidiaire bescherming
    • enz.

    De arbeidskaart C wordt eveneens toegekend voor een bepaalde duur en kan onder bepaalde voorwaarden worden hernieuwd.

Wie vraagt de arbeidskaarten aan?

  • De arbeidskaarten A en C vraag je als kandidaat-werknemer zelf aan. Dien het aanvraagdossier in bij de dienst arbeidsmigratie in uw provincie.
  • De arbeidsvergunning en de arbeidskaart B worden door een werkgever aangevraagd. De arbeidsmigratiedienst levert de arbeidsvergunning af aan de werkgever en de arbeidskaart aan de werknemer.

 

Om als werkgever een buitenlandse werknemer op Belgisch grondgebied tewerk te stellen moet je vooraf een arbeidsvergunning bekomen

De arbeidsvergunning is het document waarbij aan de werkgever de toelating wordt gegeven om een bepaalde buitenlandse werknemer tewerk te stellen, in een bepaalde hoedanigheid en voor een bepaalde periode.

Als werkgever zal je hiertoe een aanvraagdossier moeten indienen bij de dienst arbeidsmigratie in uw provincie.
Je kan een arbeidsvergunning bekomen voor een periode van maximum twaalf maanden. Deze vergunning is in de meeste gevallen wel verlengbaar.
Je kan van de diensten van je werknemer enkel gebruik maken binnen de perken en onder de voorwaarden waaronder de vergunning werd toegestaan.

Je kandidaat-werknemer mag pas naar België komen nadat je de arbeidsvergunning hebt bekomen. Mocht bij indiening van je aanvraag blijken dat je kandidaat werknemer toch al in België aanwezig was, dan zal de aanvraag worden geweigerd (art. 4 § 2 van de wet van 30 april 1999).

Een voorbeeld:
Je dient een aanvraag in voor de tewerkstelling van een Russische onderdaan als bouwvakker, als seizoenarbeider in de fruitsector, als lasser in een metaalbedrijf, … De betrokken Rus was naar België gekomen op zoek naar werk.
Dergelijke aanvraag zal worden geweigerd vermits je kandidaat-werknemer al in België aanwezig is op het ogenblik dat je je aanvraag indient.
Dit is mede een gevolg van het feit dat als algemeen principe nog steeds de migratiestop voor buitenlandse werknemers van toepassing is.
Op dit principe werden er door de wetgever de laatste decennia dusdanig veel uitzonderingen toegestaan dat er in feite van die algemene migratiestop nog weinig overblijft: