VOP - Subsidie

De VOP is een percentage van het referteloon, en wordt normaal gezien gedurende twintig kwartalen toegekend vanaf het kwartaal van aanvraag. Bij verlengingen wordt de VOP in sommige gevallen voor een kortere duur toegekend.

In de rubriek Aanvraagprocedure wordt toegelicht hoe u na afloop van de termijn van 5 jaar een verlenging van van de VOP kan aanvragen, of een verhoging van het percentage van de VOP kan aanvragen.

Percentage

Het bedrag van de VOP is gelijk aan:

  • tijdens periode 1, die gelijk is aan het kwartaal van de eerste aanwerving en de vier daaropvolgende kwartalen van de tewerkstelling bij dezelfde werkgever: 40% van het geplafonneerde referteloon;
  • tijdens periode 2, die gelijk is aan het vijfde kwartaal na het kwartaal van de eerste aanwerving tot en met het achtste kwartaal na het kwartaal van de eerste aanwerving bij dezelfde werkgever: 30% van het geplafonneerde referteloon;
  • tijdens periode 3, die aanvangt in het negende kwartaal na het kwartaal van de eerste aanwerving bij dezelfde werkgever: 20% van het geplafonneerde referteloon.

Schematisch:

  • Kwartaal 1-5 : 40%
  • Kwartaal 6-9 : 30%
  • Kwartaal 10-20 : 20%

Het departement kan aan de werkgever die daarom gemotiveerd verzoekt, een hogere tegemoetkoming toekennen van maximaal 60%.

Dit is slechts in zeer uitzonderlijke gevallen mogelijk, wanneer de werkgever van oordeel is dat de premie van 40% onvoldoende is, gelet op de ernstige ziekteproblematiek van de werknemer. De werkgever dient daartoe een gemotiveerd verzoek in. In dit geval zal steeds een deskundige van VDAB ter plaatse nagaan aan de hand van objectieve meetinstrumenten of een verhoging van de premie aangewezen is.

Het bedrag van de VOP voor zelfstandigen is gelijk aan:

  • 40% gedurende het kwartaal van de aanvraag en de vier daaropvolgende kwartalen;
  • 20% vanaf het zesde kwartaal tot en met het twintigste kwartaal, op voorwaarde dat voldoende bedrijfsactiviteit kan worden aangetoond.

Er is voldoende bedrijfsactiviteit zolang het belastbare nettobedrijfsinkomen hoger is dan 15.000 euro (op jaarbasis). Dat wordt aangetoond met een fiscaal aanslagbiljet.

Referteloon

Het referteloon is samengesteld uit de volgende bestanddelen die daadwerkelijk door de werkgever worden betaald voor de bezoldiging van de persoon met een arbeidshandicap:

  • het loon, vermeld in artikel 14 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en zoals als dusdanig gekwalificeerd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
  • alle verplichte werkgeversbijdragen die verschuldigd zijn conform artikel 38, §3, § 3bis, §3quinquies en §3undecies, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers;
  • de verminderingen van socialezekerheidsbijdragen ten voordele van de werkgever, meer in het bijzonder de socialezekerheidsbijdragen, vermeld in titel IV, hoofdstuk 7, van de Programmawet (I) van 24 december 2002.

Schematisch:

Referteloon = brutoloon + gewone werkgeversbijdragen RSZ - RSZ-verminderingen

Bij voltijdse tewerkstelling wordt het referteloon geplafonneerd tot het dubbele van het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMMI).

Bij deeltijdse tewerkstelling wordt het plafond van het referteloon pro rata verrekend voor nieuwe aanvragen die worden ingediend vanaf de inwerkintreding van dit besluit. Voor de aanvragen die vóór de inwerkingtreding van dit besluit zijn goedgekeurd, wordt de tegemoetkoming bij een verlenging van de aanvraag of uiterlijk vanaf 1 januari 2019 toegekend op grond van een pro rata verrekening van het plafond van het referteloon.

De tegemoetkoming in de loonkost is beperkt tot tweemaal het gemiddeld gewaarborgd minimum maandinkomen bij voltijdse tewerkstelling. Nieuw is dat vanaf 1/7/2016 (voor nieuwe aanvragen) en vanaf 1/1/2019 (voor lopende dossiers die werden goedgekeurd voor 1/7/2016) ook bij deeltijdse tewerkstelling de tegemoetkoming in de loonkost verhoudingsgewijs wordt begrensd.

Voor de berekening van de premie vragen wij aan de RSZ(PPO) de nodige gegevens van de DMFA-aangifte. Gelieve ons te informeren wanneer uw ondernemingsnummer verandert of wanneer uw werknemer uit dienst gaat.

Bij zelfstandigen wordt voor de berekening van de VOP het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMMI) als basis genomen.
Voorbeeld: 40% = 1800 euro per kwartaal

GGMMI (gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen)

Het GGMMI bedraagt momenteel 1.531,93 euro (sinds 01.06.2016).

Het GGMMI wordt bepaald door de NAR (Nationale Arbeidsraad):

http://www.cnt-nar.be/Cao-bedragen.htm (klikken op TABELLEN)

Dit is een vast bedrag, ongeacht de sector of duur dat de werknemer werkt.

Voorbeeld: als de werkgever een referteloon van 5.000 euro opgeeft, gebeurt een afblokking op 3.003,64 euro. De premie kan maximum een bepaald percentage zijn van 3.003,64 euro of minder.

Kwartaal van aanvraag

Belangrijk om weten is dat de VOP wordt toegekend vanaf het kwartaal van aanvraag, maar wel wordt berekend vanaf het kwartaal van indiensttreding van de werknemer. Indien bijvoorbeeld de aanvraag pas gebeurt in het tiende kwartaal van tewerkstelling van de werknemer, zal de VOP gedurende vijf jaar worden toegekend aan 20%.

Onderbreking van tewerkstelling

Als aan een werkgever een doelgroepvermindering is toegekend voor een werknemer die hij opnieuw in dienst neemt binnen een periode van vier kwartalen na de beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst, worden die tewerkstellingen, voor de vaststelling van de forfaitaire doelgroepvermindering en voor de looptijd ervan, als één tewerkstelling beschouwd. De periode tussen de arbeidsovereenkomsten verlengt de periode niet waarin de doelgroepvermindering wordt toegekend.

Contact

Vlaamse ondersteuningspremie - VOP

Organisatie: 
Departement Werk en Sociale Economie
Dienst: 
Dienst Tewerkstelling
Gebouw: 
Ellipsgebouw
Straat + nr: 
Koning Albert II laan 35 bus 20
Postcode: 
1030
Gemeente: 
Brussel
Land: 
België
Telefoon: 
02 553 08 61