Met welke andere inkomsten kan ik mijn Vlaams zorgkrediet wel en niet cumuleren?

  • Je  onderbrekingsuitkering kan je cumuleren met een bijkomende activiteit als loontrekkende op voorwaarde dat je deze activiteit bij de start van het zorgkrediet al minstens 3 maanden uitoefent.   Een bijkomende activiteit is een tewerkstelling die niet onder het toepassingsgebied van het Vlaams zorgkrediet valt (bv. horeca).
  • Je kan je uitkering maximaal 12 maanden cumuleren met een zelfstandige activiteit op voorwaarde dat je de zelfstandige activiteit bij de start van het zorgkrediet minstens 3 maanden uitoefent en je voltijds onderbreekt.
  • Je kan je uitkering cumuleren met een overlevingspensioen gedurende een periode van maximaal twaalf al dan niet opeenvolgende kalendermaanden.
  • De onderbrekingsuitkering ikv een thematisch verlof kan niet gecumuleerd worden met het Vlaams zorgkrediet. Met andere woorden, deze kunnen niet gelijktijdig opgenomen worden.

Wanneer je een bijkomende activiteit als loontrekkende of als zelfstandige uitoefent of een werkloosheidsuitkering ontvangt of een uitkering voor loopbaanonderbreking ontvangt of een pensioen geniet, doe je daarvan aangifte op het ogenblik van je aanvraag.  Wanneer je dit niet of laattijdig aangeeft, worden de ten onrechte uitbetaalde onderbrekingsuitkeringen teruggevorderd .

Cumulatie met inkomsten uit flexi-jobs wordt als volgt bepaald:

- De flexijobs vormen een 'klassieke' nevenactiviteit in loondienst

Dat houdt in dat een flexijobarbeidsovereenkomst wordt afgesloten voor een bepaalde duur (bv. 6 maanden) of dat meerdere flexijobarbeidsovereenkomsten opeenvolgend worden afgesloten, van datum tot datum (bv. een eerste flexijobarbeidsovereenkomst van 01.01.2017 tot 31.01.2017, nadien een tweede van 01.02.2017 tot 29.02.2017, gevolgd door een derde flexijobarbeidsovereenkomst van 01.03.2017 tot 31.03.2017).
In dat geval zijn de klassieke regels van cumulatie met een nevenactiviteit in loondienst van toepassing en wordt nagegaan of die nevenactiviteit in loondienst bestaande uit flexi-job(s) wel degelijk vooraf werd uitgeoefend op hetzelfde ogenblik als de hoofdactiviteit gedurende ten minste 3 maanden voor de start van de onderbreking.

- De flexijobs vormen een niet-continu uitgeoefende nevenactiviteit in loondienst

In de praktijk houdt dat in dat meerdere flexijobarbeidsovereenkomsten worden afgesloten, niet opeenvolgend, van datum tot datum, maar punctueel.
Bv. een flexijobarbeidsovereenkomst afgesloten voor de dag van 08.01.2017; een andere flexijobarbeidsovereenkomst afgesloten voor een duur van 2 dagen, van 28 tot 29.01.2017; een derde flexijobarbeidsovereenkomst afgesloten voor de dag van 06.02.2017; een vierde flexijobarbeidsovereenkomst die 26 en 27.03.2017 dekt.
In dat geval kan de onderbreker de onderbrekingsuitkeringen cumuleren met die flexijobs die een niet continue nevenactiviteit in loondienst vormen voor zover die activiteit wel degelijk regelmatig werd uitgeoefend tijdens de 3 maanden voorafgaand aan de start van de onderbreking. Onder regelmatig verstaan wij minstens 1 dag per maand in deze 3 maanden voorafgaand aan de start van de onderbreking.

Wat betreft de ‘uitbreiding’ van de nevenactiviteit gaan wij kijken naar de gemiddelde tewerkstelling in de 3 maanden voorafgaand aan de onderbreking. Indien men hier van afwijkt tijdens de onderbreking, verliest men het recht op het Vlaams zorgkrediet.

Contact

Vlaams zorgkrediet

Organisatie: 
Departement Werk & Sociale Economie
Dienst: 
Vlaams zorgkrediet
Straat + nr: 
Koning Albert II laan 35 bus 20
Postcode: 
1030
Gemeente: 
Brussel
Telefoon: 
1700 (gratis telefoonnummer, elke werkdag van 9 tot 19 uur)
GSM: 
Vanuit het buitenland (betalend): +32 2 553 1700