Bescherming van de werkzoekende

Het belangrijkste streefdoel van deze regelgeving is de bescherming van de werkzoekende. Meer info hierover vind je op de volgende pagina's:

Bescherming van de werkzoekende

Om de bescherming van de werkzoekende te garanderen, moeten de private arbeidsbemiddelingsbureaus aan een aantal kwaliteitsvoorwaarden voldoen.
Zo moeten ze bijvoorbeeld elke werkzoekende op een objectieve, niet-discriminerende en respectvolle manier behandelen en zijn/haar persoonlijke levenssfeer eerbiedigen. Ook mogen ze slechts onder strikte voorwaarden medische gegevens aan de werkzoekende vragen en moeten ze de werkzoekende volledige informatie geven over de vacature.

Deze en andere fundamentele waarborgen gelden voor alle bureaus die arbeidsbemiddelingactiviteiten aanbieden:

  • publieke bemiddelaars (kosteloze arbeidsbemiddeling);
  • private bemiddelaars (kosteloze en betalende arbeidsbemiddeling);

Indien de bemiddelaars deze kwaliteitsvoorwaarden niet respecteren, kunnen ze gesanctioneerd worden. De mogelijke sancties zijn: administratieve of strafrechtelijke sancties.

Naast de naleving van deze waarborgen wordt de bescherming van de werkzoekende ook nog gegarandeerd door:

Bemiddelaars dienen daarenboven ook rekening te houden met het Vlaamse decreet houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt.

De Gedragscodes voor bemiddelaars

De private arbeidsbemiddelingsbureaus moeten de gedragscodes respecteren.

Er zijn 3 verschillende gedragscodes:

  • de algemene gedragscode private arbeidsbemiddeling, voor elke bureau van toepassing (behalve de uitzendbureaus en de outplacementbureaus);
  • de afzonderlijke gedragscode voor de outplacementbureaus, omwille van de specifieke activiteiten die zij uitoefenen;
  • de afzonderlijke gedragscode voor uitzendbureaus, omdat deze bureaus nog een erkenning nodig hebben en specifieke activiteiten uitoefenen;

Je vind de gedragscodes als bijlage bij het Besluit van de Vlaamse regering van 10 december 2010 tot uitvoering van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling

Deze gedragscodes zijn enkel van toepassing voor zover de betrokken sector niet zelf beschikt over een gelijkwaardige gedragscode. De overheid wil de sectoren stimuleren om eigen gedragscodes te ontwikkelen of te harmoniseren.

Om de kwaliteit van deze private gedragscodes te bewaken, moet de gelijkwaardigheid ervan (met de wettelijk opgelegde gedragscode) vastgesteld worden door de minister en de adviescommissie. De inhoud van deze gedragscodes is juridisch bindend.

Rechten en verplichtingen van de werknemers en het bureau

Eén van de kwaliteitsvoorwaarden voor het bureau heeft betrekking op de tekst met de rechten en verplichtingen van de werknemer en het bureau (tekst als bijlage bij het Besluit van de Vlaamse regering van 10 december 2010 tot uitvoering van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling).

Elk bureau is namelijk verplicht deze tekst ter beschikking te stellen aan de werkzoekende door die te overhandigen aan de gegadigden of door hem aan te plakken op de plaats waar hij het best kan worden gelezen in de voor het publiek toegankelijke lokalen van het bureau.

Bemiddelaars die als activiteiten hebben het bekendmaken van vacatures via de geschreven, auditieve of visuele media (bv.: tv, kranten, internet, radio) moeten deze tekst ook kenbaar maken aan de werkzoekende.
Zij moeten de tekst ofwel in extenso kenbaar maken via het gebruikte medium, ofwel uitdrukkelijk de locatie vermelden waar deze tekst ter beschikking wordt gesteld.

De tekst met de rechten en verplichtingen van de werkzoekende en het bureau omvat onder andere de volgende bepalingen:

  • kosteloosheid van de bemiddeling;
  • objectieve, respectvolle en niet-discriminerende behandeling van de werkzoekende;
  • eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de werkzoekende;
  • recht op inzage en recht op afschrift van de persoonsgegevens van de werkzoekende;
  • vertrouwelijkheid van de gegevens die door de werkzoekende werden gegeven;
  • psychologische testen dienen te gebeuren door een psycholoog;
  • juiste en volledige informatieverstrekking over de vacature;
  • naleving van de wetgeving inzake de tewerkstelling van vreemde arbeidskrachten;
  • klachtenorgaan;

Recht op inzage en afschrift

Het 'recht op inzage en afschrift' heeft als oogmerk dat de opdrachtgever en de werknemer inzage kunnen krijgen in de gegevens die het bureau over hen heeft opgeslagen. Zo zal de werkzoekende onder meer de resultaten van onderzoeken en tests kunnen inzien. Bovendien dient het bureau, op verzoek van de betrokkenen, na beëindiging van de opdracht een afschrift van hun dossier te bezorgen.

Vanuit de wezenlijke bekommernis van het beschermen van de rechten van de werkzoekenden moet op basis van artikel 5,13° van het Ontwerpdecreet in de eerste plaats een kwalitatief degelijk (begeleid) recht op inzage door de arbeidsbemiddelingsbureaus worden gewaarborgd. Dit recht op inzage moet betrekking hebben op de over de werkzoekenden opgeslagen persoonsgegevens. Onder dit laatste dient niet enkel te worden verstaan de documenten die de sollicitant zelf aan het bureau heeft verstrekt (cv, diploma’s, sollicitatieformulier) – ten aanzien waarvan er op basis van de privacywetgeving voor de sollicitant trouwens een recht op wijziging bestaat – maar ook de persoonlijke resultaten van interviews, testen en praktische proeven.

Het artikel 5,13e voorziet niet enkel inzagerecht maar ook recht op afschrift. Omwille van het belang van de professionele begeleiding bij de interpretatie van de testresultaten, dient het decretaal bepaalde recht op afschrift best gebonden te worden aan het recht op inzage, in de zin dat bureaus maar een afschrift moeten verstrekken indien de werkzoekende verzocht heeft om inzage van de over hem/haar opgeslagen persoonsgegevens. In dit laatste geval, is het bureau ertoe gehouden om – op verzoek van de werkzoekende – hem/haar een afschrift te geven van het sollicitatiedossier, inclusief (een samenvatting van) de persoonlijke resultaten van interviews, tests en praktische proeven en het bijhorende beoordelingsrapport, maar niet van de gehanteerde testmethode(s) noch van de wijze waarop de betrokken consulent deze methode(s) heeft toegepast, noch van andere elementen met een algemeen draagvlak.