Onderzoeksoproepen

Via bijgevoegd standaardformulier (doc / 36 KB) kunnen alle relevante actoren binnen het brede werkveld van het werkgelegenheidsbeleid ideeën en suggesties voor topics voor onderzoeks*- en studieopdrachten** bij het VIONA-secretariaat indienen: viona@vlaanderen.be.
De eerstvolgende lichting van de ideeënbus zal op 14 september 2012 gebeuren.

 

Lancering en publicatie VIONA-oproepen 2012

De Vlaamse minister bevoegd voor Werk heeft een VIONA-projectoproep voor een studieopdracht (pdf / 63.92 KB) rond de volgende topic goedgekeurd:
“Effect- en impactmeting van het inspectieoptreden op het werkgelegenheidsbeleid en van aangepast normconform handelen bij de geïnspecteerden”.

In de oproep zelf zijn de volgende twee bijlagen geïntegreerd:

  • Bijlage 1: Situering en gunningprocedure
  • Bijlage 2: Financieel plan en rapportering

Belangrijk! Omdat de VIONA-projecten niet meer door ESF worden gecofinancierd, gelden andere regels voor de opmaak van budgetvoorstellen, financiële rapporteringen en afhandeling van VIONA-dossiers. Daarbij werd zo veel als mogelijk gestreefd naar administratieve vereenvoudiging. We raden kandidaat-opdrachtnemers aan om de richtlijnen in de bijlagen te bekijken.  

De projectvoorstellen dienen het departement Werk en Sociale Economie elektronisch via mail (Word) gericht aan: ann.vandencruyce@wse.vlaanderen.be, jan.boeykens@wse.vlaanderen.be en johan.troch@wse.vlaanderen.be uiterlijk op woensdag 16 mei 2012 om 12u te bereiken.

Wanneer er, na het lezen van de oproep, nog onduidelijkheden bestaan, kan u steeds met ons contact opnemen:

 

Context VIONA-programma

De Vlaamse overheid hecht groot belang aan de wetenschappelijke onderbouwing van het gevoerde arbeidsmarktbeleid.
Via de uitbesteding van wetenschappelijk onderzoek wordt verholpen aan de lacunes in de kennis over de werking van de Vlaamse arbeidsmarkt en het gevoerde beleid.
Binnen een nieuw model voor strategisch arbeidsmarktonderzoek in Vlaanderen (“Vlaams Programma Strategisch Arbeidsmarktonderzoek”) zullen de VIONA-middelen doorheen het jaar worden ingezet voor het uitbesteden van studieopdrachten of onderzoeks- en ontwikkelingsopdrachten met het oog op wetenschappelijke ondersteuning van het werkgelegenheidsbeleid. Die opdrachten zijn complementair aan de opdrachten die het Steunpunt WSE opneemt.
De uitbesteding van dit beleidsgerichte arbeidsmarktonderzoek verloopt via regelmatige onderzoeksoproepen in het kader van het ‘Vlaams Interuniversitair Onderzoeksprogramma Arbeidsmarktrapportering’, kortweg VIONA.

Vanaf 2007 schrijven we niet langer één algemene oproep per jaar uit, maar, voor zover de middelen reiken, meerdere specifieke oproepen doorheen het jaar.
De voorstellen van topics voor onderzoeks*- en studieopdrachten** worden binnen het VIONA-programma ingediend en goedgekeurd door de leden van de Stuurgroep VIONA. Deze Stuurgroep bestaat uit afgevaardigden van de Vlaamse ministers bevoegd voor Werk en voor Sociale Economie, de sociale partners (ABVV, ACV, ACLVB, VOKA, UNIZO en BB) en het Vlaamse departement Werk en Sociale Economie.
Om ook andere relevante actoren binnen het brede werkveld van het werkgelegenheidsbeleid de mogelijkheid te bieden ideeën aan te brengen en lacunes in het beleidsgerichte arbeidsmarktonderzoek in Vlaanderen te signaleren, openen we met deze ideeënbus (doc / 36 KB) ook voor hen de mogelijkheid om suggesties voor topics bij het VIONA-secretariaat (departement WSE) in te dienen. We denken hierbij o.m. aan de onderzoekswereld, derden, koepelorganisaties, enz.

Via dit standaardformulier (doc / 36 KB) kunnen ideeën en suggesties voor topics worden ingediend. Het VIONA-secretariaat zal deze ideeënbus een tweetal keren per jaar, op vaste tijdstippen, leegmaken en zal de ingediende suggesties daarna als inspriratiebron aan de leden van de Stuurgroep voorleggen. Uiteraard blijft het het voorrecht van de Stuurgroep om de meest kwalitatieve, relevante en prioritaire topics te selecteren, verder uit te werken en voor goedkeuring aan de minister voor te dragen.

Telkens wanneer de minister op advies van de Stuurgroep een topic heeft aanvaard, zal het VIONA-secretariaat de indiener hiervan persoonlijk via mail op de hoogte brengen.

Alvast van harte bedankt voor uw input! 
U kan het ingevulde standaardformulier (suggestie voor topic) hier indienen: viona@vlaanderen.be

 

* Onderzoeks- en Ontwikkelings (O&O)-opdracht = opdracht waarbij binnen een lange of middellange termijn een eerder algemeen geformuleerd probleem of domein wordt geanalyseerd met het oog op het verhogen van innovatieve kennis in dat onderzoeksveld; bij dergelijke opdracht is niet altijd nauwkeurig omschreven aan welke eisen de studieresultaten moeten voldoen, welke concrete knelpunten, vragen of probleemgevallen een oplossing moeten krijgen. Binnen het kader van het VIONA-programma geldt de afspraak dat O&O-opdrachten minder dan 200.000 euro moeten bedragen.

** Studieopdracht = opdracht waarbij binnen een relatief korte termijn een analyse van en een oplossing voor een specifiek en afgebakend probleem wordt gevraagd met behulp van bestaande en beschikbare kennis; het voorstel en de analyse moet praktisch bruikbaar zijn voor het beleid. Binnen het kader van het VIONA-programma geldt de afspraak dat studieopdrachten maximum 8 onderzoeksmaanden in beslag kunnen nemen en dat de kostprijs ervan minder dan 65.000 euro moet bedragen.

 

Technische informatie voor VIONA-onderzoekers

VIONA - Vormvereisten voor publicaties

Verplicht op te nemen logo op de kaft van een VIONA-rapport:   

Logo VIONA (printversie 150dpi). Om het logo te downloaden, klik op 'download logo' met rechtermuisknop en kies 'doel opslaan als' om het logo in een map op uw PC op te slaan.

Verplicht op te nemen tekst op de kaft en/of het eerste blad van een VIONA-rapport:    

Een onderzoek in opdracht van de Vlaamse minister bevoegd voor Werk, in het kader van het VIONA-onderzoeksprogramma.

Wij rekenen op uw begrip voor deze richtlijnen die een noodzakelijke vormvoorwaarde vormen voor het vrijgeven van de goedgekeurde rapporten en de uitbetaling van de facturen.

 

Financiële opvolging en rapportering

Hieronder worden de richtlijnen voor de budgetplanning van projectvoorstellen en de inhoudelijke en financiële rapportering door de promotoren toegelicht.

Kwalificatie van de opdracht     

Binnen het VIONA-onderzoeksprogramma maken we een onderscheid tussen twee soorten dienstenopdrachten, nl. studieopdrachten en O&O-opdrachten.

Bij studieopdrachten in antwoord op beleidsvraagstukken verwachten we dat de opdrachtnemer een voorstel van analyse en oplossing van een specifiek probleem formuleert met behulp van bestaande kennis binnen een korte termijn. Het voorstel en de analyse moet praktisch bruikbaar zijn voor het beleid. Studieopdrachten kunnen maximum 8 onderzoekersmaanden in beslag nemen en de financiering door VIONA bedraagt altijd minder dan 65.000 euro.

Bij O&O-opdrachten in antwoord op arbeidsmarktvraagstukken verwachten we van de opdrachtnemer een analyse van een algemeen geformuleerd probleem of domein binnen een lange of middellange termijn met het oog op het verhogen van innovatieve kennis in dat onderzoeks- en beleidsveld. De financiering van O&O-opdrachten door VIONA bedraagt altijd minder dan 200.000 euro.

Financiële planning en rapportering    

In het financieel plan en de financiële rapportering van VIONA-projecten maken we een onderscheid tussen drie soorten kosten.

  • Loonkosten wetenschappelijk personeel: raming in het financieel plan op basis van geschatte onderzoekersmaanden en bij afrekening op basis van bewijsstukken van de personeelskost voor wetenschappelijk personeel dat daadwerkelijk werd ingezet op het project.
  • Persoonsgebonden werkingskosten: werkingsmiddelen, administratieve ondersteuning en universitaire overhead. De persoonsgebonden werkingskosten worden forfaitair begroot en afgerekend op maximaal 33% van respectievelijk de begrote en de reële personeelskosten wetenschappelijk personeel en omvat de overhead van maximum 10% die de universiteiten gewoonlijk aanrekenen.
  • Projectspecifieke werkingskosten: exceptionele en projectspecifieke werkingsmiddelen (bv. kosten voor een grootschalige survey (postenquête, webbevraging, …), kosten buitenlandse studiereis,…). Het betreft uitzonderlijke kosten waarvoor een specifiek budget moet worden uitgewerkt. Die kosten zijn inherent aan de opdracht en zijn altijd te bewijzen. Ze worden in detail begroot in het voorstel en afgerekend op basis van bijhorende bewijsstukken.

Bij de afrekening wordt de mogelijkheid voorzien van een transfer van de persoonsgebonden werkingskosten naar de loonkosten wetenschappelijke personeel ten bedrage van maximum 10 % van de oorspronkelijk voorziene werkingsmiddelen en dit op voorwaarde dat het globaal aanvaarde projectbudget behouden blijft.

Bv.: voor een VIONA-project met een aanvaarde projectbegroting van 99.750 euro bestaande uit 75.000 euro aan personeelskosten en 24.750 euro (33% van 75.000 euro) aan werkingskosten, mag maximaal 2.475 euro worden getransfereerd van de werkingsmiddelen naar de personeelskosten. Op die manier kunnen hogere personeelskosten dan begroot worden opgevangen, bijvoorbeeld na aanwerving van een meer gekwalificeerde en ervaren onderzoeker dan aanvankelijk verhoopt.

De opdrachtnemer zal aan de opdrachtgever na afloop van het project (dit is de einddatum in het contract) een financiële eindrapportering (schuldvordering met kopie van de gevraagde bewijsstukken) bezorgen (model schuldvordering (doc / 30.5 KB)).

Tussentijdse uitbetaling is enkel mogelijk voor projecten die meer dan 12 maanden doorlooptijd in beslag nemen en gebeurt op basis van een tussentijdse financiële en inhoudelijke rapportering. De tussentijdse financiële rapportering (schuldvordering met kopie van de gevraagde bewijsstukken) moet na afloop van de eerste fase aan de opdrachtgever worden bezorgd.

Tussentijdse uitbetaling is niet mogelijk voor studieopdrachten.

Indien het onderzoek door meerdere instanties wordt uitgevoerd, treedt één instantie op als opdrachtnemer. De opdrachtnemer moet alle facturen en interne verrekeningen bundelen en bij de opdrachtgever indienen.

Voor de loonkosten wetenschappelijk personeel moeten bij de betalingsaanvraag de namen worden vermeld en worden gestaafd d.m.v. loonfiches (indien intern personeel) of facturen én betalingsbewijzen (indien extern personeel).

Uitsluitend kosten gemaakt binnen de uitvoeringsperiode, die is bepaald in de overeenkomst, worden aanvaard.

Inhoudelijke rapportering     

De opdrachtnemer zal aan de opdrachtgever na afloop van het project (dit is de einddatum in het contract) een inhoudelijke eindrapportering bezorgen, samen met een Nederlandse én Engelstalige samenvatting.

Het concept van eindrapport wordt besproken op en goedgekeurd door de werkgroep die belast is met de opvolging van het VIONA-project.

De Nederlandse en de Engelstalige samenvattingen tellen elk 3 tot 5 bladzijden. Van het eindrapport en van de samenvattingen wordt ook een elektronische versie geleverd met het oog op de mogelijke verspreiding via de VIONA-website. Van dit inhoudelijke eindrapport worden vijftig gedrukte exemplaren aan het Departement WSE bezorgd. De opdrachtnemer verbindt er zich toe, tegelijkertijd met de indiening van het eindrapport, de voorgeschreven samenvattingen van het onderzoeksproject volgens onderstaande format (in WORD) te bezorgen.

In het geval van tussentijdse uitbetaling moet een tussentijdse inhoudelijke rapportering samen met een financieel rapport ten laatste één maand na afloop van de eerste fase van het project aan de opdrachtgever worden bezorgd. In die tussentijdse inhoudelijke rapportering dienen ook eventuele bijsturingen in het project te worden weergegeven. Deze rapportering wordt verspreid aan al de leden van de werkgroep die belast is met de opvolging van het VIONA-project. De verspreiding gebeurt via het VIONA-secretariaat.

 

Contactpersonen

Financiële en inhoudelijke rapporten moeten worden ingediend op het volgende adres, op de wijze zoals hierboven beschreven:

Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie
Departement Werk en Sociale Economie – Afdeling Werkgelegenheidsbeleid
t.a.v. mevrouw Ann Van den Cruyce (afdelingshoofd)
Koning Albert II-laan 35, bus 20 - 16de verdieping
1030 Brussel

Contactpersoon m.b.t. de inhoudelijke en de de financiële rapportering:

Departement Werk en Sociale Economie
Koning Albert II-laan 35, bus 20 - 16de verdieping
1030 Brussel

Johan Troch, tel. 02-553 44 18