Leerovereenkomsten

Maatregel

Met als missie ‘Meer en beter ondernemerschap’ zet SYNTRA Vlaanderen – Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming in op de competentieontwikkeling van zelfstandigen en ondernemers in wording. Zo biedt SYNTRA Vlaanderen via de leertijd beroepsgerichte opleidingen aan jongeren aan. De leertijd combineert 4 werkdagen per week in een onderneming of zaak (tegen een vergoeding voor geleverde inspanningen) met één lesdag op de schoolbanken van de SYNTRA-campus (sommige 15-jarigen moeten om de 2 weken 1 extra lesdag volgen). Een leerovereenkomst wordt maximaal voor een periode van 3 jaar gesloten. De cursussen bestaan uit:

  • Algemene vorming: boeiende actuele thema's die helpen om zelfstandig door het leven te stappen. Vanaf het schooljaar 2010-2011 wordt er een vreemde taal aangeboden.
  • Beroepsgerichte vorming: praktische én theoretische lessen waarmee het gekozen beroep aangeleerd wordt.

De leertijd heeft de laatste jaren een belangrijke hervorming ondergaan door het decreet betreffende het stelsel leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap dat in werking trad op 1 september 2008. Naast de getuigschriften leertijd en certificaten worden sinds 2010 in de leertijd ook onderwijsstudiebewijzen (getuigschrift tweede graad secundair onderwijs, studiegetuigschrift van het 2e leerjaar van de derde graad secundair onderwijs en een diploma secundair onderwijs) uitgereikt. De onderwijsstudiebewijzen worden uitgereikt op basis van de cursus algemene vorming, de getuigschriften leertijd en de certificaten worden uitgereikt op basis van de cursus beroepsgerichte vorming.

Voorwaarde om in de leertijd onderwijsstudiebewijzen te mogen uitreiken is dat de cursus algemene vorming voldoet aan de eindtermen van het voltijds secundair onderwijs. Hiertoe werden in 2009 leerplannen voor de leertijd goedgekeurd en wordt de leertijd voortaan onderworpen aan de controle van de onderwijsinspectie.

Voor het behalen van een diploma secundair onderwijs, moet de leerling aan volgende voorwaarden voldoen:

  • in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen bereikt hebben en aldus voldaan hebben voor het geheel van de vorming;
  • minstens 5 schooljaren secundair onderwijs en/of leertijd hebben gevolgd na de eerste graad van het voltijds secundair onderwijs;
  • minstens een getuigschrift tweede graad secundair onderwijs hebben behaald;
  • minstens één certificaat van een opleiding hebben behaald.

De certificaten en getuigschriften leertijd worden uitgereikt op basis van het slagen voor de cursus beroepsgerichte vorming. Een certificaat wordt uitgereikt na het slagen voor een opleiding, een getuigschrift leertijd na het slagen voor een volledig opleidingstraject (een opleidingstraject bestaat uit 1 of meer opleidingen). Het nieuwe getuigschrift leertijd is echter, net zoals de vroegere getuigschriften leertijd, geen onderwijsstudiebewijs.

De vroeger uitgereikte getuigschriften leertijd kunnen niet gelijkgeschakeld worden met een diploma secundair onderwijs omdat ze niet werden uitgereikt op basis van goedgekeurde leerplannen.

Begunstigden en bestedingen

De leertijd is er de laatste jaren qua leerlingenaantallen op achteruitgegaan: van ca. 5.200 leerlingen in het cursusjaar 2005-2006 tot ca. 4.400 in 2008-2009.

Een voltijds engagement is vanzelfsprekend bij de leertijd: pas als de jongere een leerovereenkomst heeft wordt ook het opleidingsgedeelte geregeld. De leertijd vertrekt immers altijd van de praktijkopleiding (het werkplekleren). De theoretische vorming in de Syntra-vestigingsplaats is aanvullend.

Tabel 1: Aantal unieke cursisten in de leertijd per cursusjaar

Bron: Syntra Vlaanderen (Bewerking Departement WSE)

Ondanks het dalende leerlingenaantal, nam het deelnamepercentage aan het examen aanzienlijk toe in 2007, waarna het in 2008 en 2009 stabiel bleef.

Tabel 2: % van de leerlingen in de leertijd met deelname aan examen op het einde van een opleidingsjaar of -module

Bron: Syntra Vlaanderen (Bewerking Departement WSE)

De subsidie in 2009 voor de leertijd bedroeg 6.92 miljoen euro. Dit dient om de lesgeverskost, werking, betaling ander personeel,… te bekostigen. Hiervan is 7,08% van de bestedingskost een investeringssubsidie (489.770 euro).

Meer info
>> terug naar Maatregelen en programma's

>> printversie(PDF) (pdf)