Vragen over deze cijfers?
Contacteer het team Monitoring & Ondersteuning via monitoring@wse.vlaanderen.be.
Bespreking:
In het vierde kwartaal van 2010 daalt het trendniveau van de Vlaamse werkloosheidsgraad voor het eerst weer, tot 5,2%. De werkloosheidsgraad was in het Waalse en Brusselse Gewest reeds voor de aanvang van de economische crisis erg hoog, en bedraagt in het vierde kwartaal van 2010 respectievelijk 11,5% en 17,4%.
Het effect van de crisis is in België minder sterk dan in de rest van de Europese Unie. De Europese werkloosheid begon reeds in het vierde kwartaal van 2008 toe te nemen, en in het vierde kwartaal van 2010 klom de Europese werkloosheidsgraad tot 9,7%. Daarmee is de Europese werkloosheidsgraad al meer dan een procentpunt hoger dan de Belgische (8,4%).
Definities:
De ILO-werkloosheidsgraad toont de mate waarin de actieve bevolking werkloos is. Het aantal werklozen wordt gedeeld door de som van het aantal werklozen en het aantal werkenden.
Volgens de definitie van de ILO (International Labour Organisation) is iemand werkloos indien hij/zij geen werk heeft, de afgelopen vier weken actief gezocht heeft naar werk en onmiddellijk beschikbaar is voor de arbeidsmarkt (binnen de twee weken aan een nieuwe job kunnen beginnen). Daarbij worden ook de niet-werkenden gerekend die een job gevonden hebben die pas binnen drie maanden begint.
De ILO-werkenden zijn personen die in de referentieweek minstens één uur betaalde arbeid hebben verricht.
Deze werkloosheidsgraad wordt berekend aan de hand van de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK), en verschilt dus van de administratieve werkloosheidsgraden die berekend worden door de VDAB en in de Vlaamse Arbeidsrekeningen. De ILO-werkloosheidsgraad heeft het voordeel van vergelijkbaar te zijn tussen verschillende Europese landen en regio's.
Vragen over deze cijfers?
Contacteer het team Monitoring & Ondersteuning via monitoring@wse.vlaanderen.be.