Uitzendactiviteit

Federgon-index (België)

Bron: Federgon (Bewerking Departement WSE)

 

Bespreking:

De evolutie van de uitzendactiviteit volgt sterk de conjunctuurbewegingen en geeft ons, net zoals de evolutie van de tijdelijke werkloosheid, een goed idee over de toekomstige evolutie van de werkgelegenheid. Beiden fungeren immers als buffer bij vraagschommelingen. Wanneer de vraag naar goederen en diensten stijgt, zullen ondernemingen in de eerste plaats uitzendkrachten inzetten en de tijdelijke werkloosheid afbouwen. Als de vraagstijging blijft duren, kan dit bijkomende vaste aanwervingen tot gevolg hebben. Omgekeerd geldt, in geval van een dalende vraag naar goederen en diensten, dat bedrijven eerst minder beroep zullen doen op uitzendkrachten, alvorens ook, bij een aanhoudende daling van de vraag, minder geneigd te zijn om werknemers vast in dienst te nemen/houden.

De conjuncturele heropleving weerspiegelt zich in de stijgende uitzendactviteit vanaf oktober 2009. In oktober 2011 daalde het aantal gepresteerde uren uitzendarbeid echter opnieuw. Ook in november daalt de uitzendactiviteit (-0,15%) ten opzichte van de vorige maand (op basis van voor seizoens- en kalenderinvloeden gecorrigeerde cijfers). Deze daling is volledig toe te schrijven aan het bediendensegment (-0,85%). In het arbeiderssegment nam het aantal gepresteerde uren uitzendarbeid toe met 0,33%. De federgon-index bereikt 227,23 punten (perscommuniqué Federgon (pdf / )). 

Definities:

De Federgon-index geeft het seizoensgezuiverde activiteitenniveau, op basis van het aantal gepresteerde uren uitzendarbeid, weer van de betreffende maand ten opzichte van de activiteit in de maand januari 1995 (januari 1995 = 100).

De gegevens komen voort uit een enquête bij de leden. Het gaat om een index waarbij januari 1995 gelijk is aan 100. Het gaat om een seizoensgezuiverde indicator, hetgeen wil zeggen dat er geen rekening wordt gehouden met bewegingen als gevolg van het moment van de meting. De cijferreeks geeft dus de ‘pure’ evolutie van de indicator weer. Vanaf januari 2007 omvatten de groeipercentages niet langer de activiteit ‘dienstencheques’ van de uitzendbureaus. De cijferreeksen werden uitgezuiverd vanaf 2004.