Lerende Vlaming

Financiële opleidingsinvestering (in % van de loonmassa) in het Vlaams Gewest (2009)

Bron: WSE-raming Sociale Balansen op basis van NBB & RSZ (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE)
 

Bespreking:

In 2009 investeerden Vlaamse bedrijven 1,27% van hun totale personeelskost in opleidingen. Dit is een lichte daling ten opzichte van de 1,30% van 2008, wellicht een gevolg van de economische crisis. De participatiegraad is wel gestegen, van 30% voor formele opleidingen naar 31,5%, en van 15,4% voor informele opleidingen naar 18,1%. Er bestaan grote verschillen tussen grote en kleine bedrijven. Bedrijven met minder dan 10 werknemers investeren minder in opleidingen dan grote ondernemingen, en er neemt ook een geringer deel van de werknemers deel aan opleidingen. De overgrote meerderheid van de grote bedrijven met meer dan 200 werknemers verstrekken opleidingen voor hun werknemers. In de industrie, de financiële sector en de gezondheidszorg wordt meer en/of vaker geïnvesteerd in opleidingen dan gemiddeld in het Vlaams Gewest, terwijl sectoren als de bouw en de horeca onder het Vlaams gemiddelde blijven.

Definitie:

De financiële opleidingsindicator geeft een indicatie van de opleidingskosten die een bedrijf maakt in verhouding tot de totale loonmassa in dat bedrijf. Voor de berekening van het gemiddelde opleidingsinvesteringsniveau worden alle opleidingskosten van de bedrijven gesommeerd en vervolgens gedeeld door de som van alle bruto loonkosten van de betreffende bedrijven, en vervolgens vermenigvuldigd met  honderd. Dit levert voor alle bedrijven – of althans voor die bedrijven die erin slaageden om deze kostenposten correct weer te geven – een gemiddeld opleidingsinvesteringsniveau op.

De participatiegraad geeft het aandeel werknemers weer dat gedurende het boekjaar één of meer (formele) opleidingen heeft gevolgd en berekenen we als de som van het aantal werknemers in opleiding gedeeld door het totaal aantal  werknemers over de bedrijven heen.  Voor de berekening van de participatiegraad op basis van de sociale balans maken we een onderscheid tussen de participatiegraad berekend voor alle bedrijven dan wel voor enkel de vormingsbedrijven.