Werkervaring
Het Werkervaringsprogramma zit sinds 2009 in een nieuw kleedje, maar aan de filosofie is niks gewijzigd. Het programma biedt langdurige werkzoekenden een begeleide competentieversterkende leerervaring op één of meerdere werkplekken aan gedurende maximaal 18 maanden. De competentieversterking is gericht op één of meerdere beroepsprofielen afhankelijk van de werkplek-context. Werkervaring bestaat uit een werkervaringsmodule en een inschakelingsmodule die gericht is op de duurzame uitstroom van de doelgroepwerknemer naar de reguliere arbeidsmarkt.
De maatregel is bij voorrang gericht naar laaggeschoolde werkzoekenden en is ingebed in de trajectwerking van de VDAB. Een Werkervaring duurt 12 maanden maar kan ook beperkt worden tot 6 maanden of verlengd tot 18 maanden, naar gelang de noden van de werkzoekende.
Het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie (VSA) is het aanspreekpunt voor promotoren, werkzoekenden worden door de VDAB toegeleid. Bij de oproep naar aanleiding van het nieuwe regelgevende kader dat sinds 2009 van kracht is, werden 2.597,6 voltijds equivalente werkervaringsplaatsen bij 324 promotoren toegekend. 16 leerwerkbedrijven voldeden aan de criteria om een subsidie als leerwerkbedrijf te krijgen. In het kader van het Werk- en Investeringsplan werden in totaal 187,9 voltijds equivalente arbeidsplaatsen bij bestaande promotoren voor werkzoekenden met een werkloosheidsduur vanaf 1 jaar goedgekeurd.
Werkzoekenden zijn bij de start van het werkervaringsproject 24 maanden uitkeringsgerechtigd werkloos of ingeschreven als niet-werkende werkzoekenden. Periodes van ziekte, beroepsongeschiktheid, ... kunnen gelijkgesteld worden. Ook gerechtigden van een leefloon of maatschappelijke hulp komen in aanmerking voor deze maatregel wanneer ze 1 jaar ingeschreven zijn als werkzoekende.
De financiering gebeurt gedeeltelijk door een activering van de werkloosheidsuitkering of het leefloon (federale middelen). De financiering van werkzoekenden die geen werkloosheidsuitkering of leefloon ontvangen, gebeurt via het gesco-stelsel (Vlaamse middelen). Daarnaast krijgen promotoren ook nog een financiering voor de omkadering en begeleiding.
In het voorjaar 2010 verscheen een VIONA-rapport rond de organisatie van de leerwerkbedrijven. Naar aanleiding van deze evaluatie en het advies van VDAB en VSA dat voorzien werd in de regelgeving formuleerden de sociale partners een advies over de maatregel.
Wil je een aanvraag indienen?
Voor een cijfermatige opvolging van de maatregel, verwijzen we naar de rubriek beleidsopvolging bij Cijfers en onderzoek.




