Ondersteuningsinstrumenten

Duurzame tewerkstelling in de sociale economie realiseer je niet alleen door loon- en omkaderingspremies toe te kennen of een rugzak mee te geven met de werknemer. Het vraagt ook engagementen en expertise naar methodiek, management, doelgroepenbeleid, innovatie, enz van ondernemingen. Verwerving en behoud van die expertise is niet vanzelfsprekend in een steeds sneller evoluerende samenleving en economie. Ondersteuning is noodzakelijk om te komen tot een socialere economie.

We onderscheiden, met het Meerwaardenbesluit (pdf / 68.36 KB) als referentiepunt, volgende ondersteuningsstructuren of -instrumenten:

  • de startcentra;
  • de adviesbureaus;
  • het doorlichtingsteam;
  • Vosec;
  • het Vlaams Participatiefonds voor Sociale Economie, Trividend;

De instrumenten en maatregelen werden meestal opgebouwd met een zeer specifieke focus (doelgroep, maatregel of groep maatregelen), maar hielden geen gelijke tred met het beleid. Een recente evaluatie van de administratie wees uit dat de:

  • efficiëntie en effectiviteit van de maatregelen niet altijd even optimaal is;
  • de afstemming tussen de maatregelen onderling en met vergelijkbare maatregelen vanuit Economie vaak zoek is;
  • een aantal maatregelen niet conform zijn aan de Europese staatssteunregels.

Het ondersteuningsaanbod wordt omgevormd op basis van de noden van sociale ondernemers en met het oog op de ondersteuning van innovatie in de sociale economie. Hierbij zullen de woorden complementariteit en maatschappelijke meerwaarde centraal staan. Deze hervorming sluit aan op de vereenvoudiging van de werkvormen binnen de sociale economie tot twee pijlers (maatwerk en lokale diensten) en de bepalingen binnen het Vlaamse Regeerakkoord. 

Alle huidige instrumenten en maatregelen worden meegenomen in deze oefening: de adviesbureaus, de startcentra, Trividend, het sociaal investeringsfonds, het fonds ter bevordering van de sociale economie, het Vlaams Overleg Meerwaardeneconomie, de ondersteuning van de verschillende koepelorganisaties, de VIPA-regelgeving, de activiteitencoöperaties, de verschillende bedrijfsconsulenten (op vlak van economische ondersteuning, tewerkstellingsmaatregelen, diversiteit, …), ondersteuners van lokale besturen en de ondersteuning op vlak van kwaliteit en maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO).

Op 8 februari 2012 heeft het Vlaams Parlement het decreet betreffende de ondersteuning van het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie en stimulering van het maatschappelijk verantwoord ondernemen goedgekeurd. Hiermee wordt een belangrijke stap op het vlak van de hervorming van de ondersteuningsstructuur van de sociale economie en het maatschappelijk verantwoord ondernemen gerealiseerd. Het decreet stroomlijnt de ondersteuningsstructuur binnen de sociale economie, zorgt voor een afstemming met de Europese regelgeving inzake de staatssteun, en beantwoordt aan behoeften tot vereenvoudiging, meer efficiëntie en effectiviteit bij de ondersteuning en versterking van het ondernemerschap van organisaties en ondernemingen die binnen de sociale economie werkzaam zijn.

Het decreet (pdf / 414.03 KB) voorziet in de volgende ondersteuningsinstrumenten:

  1. de oprichting van een commissie sociale economie in de schoot van de SERV.  De opdracht van deze commissie bestaat uit het organiseren van overleg tussen de sociale partners, de sociale-economieondernemingen en technisch deskundigen over bestaande of toekomstige beleidsmaatregelen op het vlak van de sociale economie.
    De vertegenwoordigers van de sociale economieondernemingen kunnen evenzeer onder impuls van de voorzitter een afzonderlijk en intern overleg organiseren.  Het doel is om die vertegenwoordigers samen te brengen op voet van gelijkheid en te stimuleren tot uitwisseling en afstemming.
  2. de inrichting van een collectieve dienstverlening voor de sociale–economieondernemingen. Onder collectieve dienstverlening wordt ondermeer begrepen het verstrekken van eerstelijnsinformatie over de sociale economie, het organiseren van opleidings- en uitwisselingstrajecten, kennisopbouw inzake de sociale economie, etc.
  3. de mogelijkheid tot het toekennen van financiële ondersteuning op maat; waaronder wordt begrepen (1) het tegemoetkomen in de kosten van investeringen en kredieten (2)  het verschaffen van risicokapitaal.
  4. het toekennen van een subsidie voor managementadvies: de sociale- economieondernemingen kunnen steun krijgen voor het inwinnen van specifiek managementadvies, bijvoorbeeld ondermeer inzake het strategisch bedrijfsmanagement, humanresourcesmanagement.
  5. de mogelijkheid voor steun voor innovatie voor de ontwikkeling van producten, processen en diensten ten behoeve van welbepaalde begunstigden.
  6. de mogelijkheid tot steun voor het bevorderen van de sociale economie en het maatschappelijk verantwoord ondernemen ten behoeve van welbepaalde begunstigden. Die initiatieven hebben betrekking op sensibiliseren, het uitbouwen, en het tijdelijk en experimenteel ontwikkelen van het ondernemerschap op het vlak van de sociale economie en het maatschappelijk verantwoord ondernemen.
  7. de mogelijkheid tot steun voor die gemeenten die een regierol op het vlak van de lokale sociale economie opnemen. Die regierol bestaat uit de ontwikkeling van een beleidsvisie op sociale economie, en het faciliteren van de samenwerking met en tussen de sociale economie.
  8. de wetenschappelijke onderbouwde managementopleidingen inzake de sociale economie en het maatschappelijk verantwoord ondernemen kunnen gerechtigd zijn op steun.

Het decreet moet nu bekrachtigd worden door de Vlaamse Regering, die op haar beurt de uitvoering ervan zal regelen.  Dit implementatie zal gefaseerd verlopen vanaf midden 2012.

Tot dan blijven de huidige maatregelen bestaan. We lichten ze hieronder kort toe.

Startcentra

Regionale Incubatiecentra, ook startcentra genoemd, werden opgericht met als doel bedrijfsinitiatieven binnen de sociale economie te stimuleren. Ze helpen toekomstige ondernemers hun bedrijfsideeën vorm te geven, moedigen hen aan kansengroepen duurzaam werk te verschaffen en begeleiden hen om stap voor stap de ideeën van het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen te implementeren in de bedrijfsvoering.

De startcentra in de sociale economie worden gesubsidieerd door de Vlaamse overheid vanuit het Werkgelegenheidsbudget.

De namen en contactgegevens van de 13 erkende startcentra vind je terug in de lijst erkende incubatiecentra sociale economie.

Adviesbureaus

Sociale economiebedrijven kunnen beroep doen op adviesbureaus in de sociale economie voor het uitvoeren van:

  • een haalbaarheidsstudie;
  • een ad hoc adviesverlening;
  • een sterkte zwakte analyse;
  • het verplichte managementadvies bij verlieslatendheid.

De Vlaamse overheid betaalt een deel van de kosten in geval van adviesverlening door een erkend bureau. De adviespremie bedraagt:

  • 50% met een maximum van 7.500 euro voor een ad hoc adviesverlening;
  • 75% met een maximum van 7.500 euro voor een haalbaarheidstudie die leidt tot de oprichting van een sociaal economiebedrijf;
  • 100% met een maximum van 10.000 of 15.000 euro naargelang de grootte van de onderneming voor de uitvoering van de verplichte managementondersteuning bij verlieslatendheid;
  • een volledige tussenkomst rechtstreeks betaald aan het adviesbureau voor de uitvoering van een sterkte zwakte analyse.

Vlaams Overlegplatform

Het Vlaams Overlegplatform voor de Sociale Economie en Meerwaardeneconomie (Vosec) overkoepelt op dit ogenblik een 100-tal ondernemingen, organisaties en deskundigen. Deze leden onderschrijven de visie op sociale economie. Vosec wil de sociale economie een plaats geven binnen het economische gebeuren en het overleg en de netwerkvorming tussen deze verschillende initiatieven bevorderen.

Vosec
Vooruitgangstraat 333 bus 11
1030 Brussel
Tel: 02-274 14 50
Fax: 02-205 17 39
E-mail: info@vosec.be
www.vosec.be
www.socialeeconomie.be

Trividend

Het Vlaams Participatiefonds voor de Sociale Economie, Trividend, werd als risicokapitaalfonds opgericht via een unieke samenwerking tussen actoren in de sociale economie en privé-bedrijven. Met dit fonds kan Trividend bedrijven ondersteunen door tijdelijke participaties te nemen of achtergestelde leningen te verstrekken.

Trividend
Vooruitgangstraat 333 bus 12
1030 Brussel
Tel: 02-274 14 51
Fax: 02-205 17 39
E-mail: info@trividend.be
www.trividend.be

Sociaal Investeringsfonds (SIFO)

De Vlaamse regering keurde op 12 december 2008 de oprichting goed van een Vlaamse Sociaal Investeringsfonds (SIFO). Dit heeft tot doel tegemoet te komen aan de vraag van de sector van de sociale economie naar financiële middelen aan voordelige tarieven onder de vorm van kredieten.

Het Sociaal Investeringsfonds is een cofinancieringsfonds. Het levert trekkingsrechten aan instellingen die door het SIFO erkend zijn. Aanvragen tot erkenning kunnen doorlopend ingediend worden. Trekkingsrechten geven erkende instellingen het recht om financiële middelen te verkrijgen van het SIFO met het oog op de financiering, in combinatie met eigen middelen, van dossiers die aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Het SIFO draagt maximum 100.000 euro bij in een dossier.

Het Sociaal Investeringsfonds komt tussen bij volgende financieringen:

  • Investeringskredieten
  • Bedrijfskapitaalkredieten
  • Achtergestelde leningen
  • Overbruggingskredieten

Organisaties met een project en financieringsaanvraag wenden zich rechtstreeks tot één van de erkende financiers:

Vlaamse Investeringen voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA)

De investeringsmogelijkheden (VIPA) voor beschutte werkplaatsen lopen voorlopig verder.

Het is de bedoeling om op termijn de investeringssubsidies via aangepaste procedures, budgetten en criteria nauwer te laten aansluiten aan de huidige economische vereisten van de bedrijfsvoering van de beschutte werkplaatsen.

Dit nieuw regelgevend kader zal ingepast worden binnen de principes van het maatwerken en de maatwerkbedrijven.

Activiteitencoöperaties

Het doel is het bevorderen van ondernemerschap bij werkzoekenden uit kansengroepen binnen de principes van de sociale economie en maatschappelijk verantwoord ondernemen. De activiteitencoöperaties bieden individuele en collectieve begeleiding aan.

Ze richten zich tot:

  • uitkeringsgerechtigde volledig werklozen;
  • niet-werkende werkzoekenden;
  • leefloners en gerechtigden maatschappelijke hulp;
  • schoolverlaters;
  • herintreders;
  • nieuwkomers;
  • outplacementgerechtigden.

Specifieke aandacht binnen deze groepen gaat naar:

  • langdurig werklozen;
  • alleenstaanden;
  • allochtonen;
  • kortgeschoolden;
  • arbeidsgehandicapten.

Begeleiding binnen een activiteitencoöperatie kan gedurende maximaal 18 maanden en vertrekt van volgende uitgangspunten:

  • individuele begeleiding en coaching van de kandidaat ondernemer;
  • gebruik maken van groepsdynamiek (leergroepen) voor ontwikkeling specifieke vaardigheden;
  • ervaringsuitwisseling, motivatie en veiligheidsgevoel;
  • ervaringsgericht leren door mogelijkheid te bieden te experimenteren in een reële context maar zonder risico;
  • professionele begeleiding en ondersteuning op juridisch, boekhoudkundig en financieel vlak.

Het Samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de Gewesten en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de sociale economie heeft als doelstelling de uitbouw van een activiteitencoöperatie in elke provincie. Deze doelstelling is gerealiseerd. In Vlaanderen zijn er momenteel 5 activiteitencoöperaties actief.

De wet van 1 maart 2007 regelt het werkingskader voor de activiteitencoöperaties. Het KB dat de wet moet uitvoeren werd op 24 april 2009 bekrachtigd door de ministerraad. Hierin wordt onder meer het statuut van de werk-ondernemer geregeld.

In 2008 werd de experimentele werking van de activiteitencoöperaties geëvalueerd. De evaluatie toonde aan dat voor een specifieke doelgroep extra coaching en ondersteuning kan zorgen voor een duurzaam ondernemerschap. Dit vraagt om continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening van de activiteitencoöperaties. In de legislatuur 2009-2014 zullen we dan ook werk maken van de verankering van deze initiatieven, rekening houdende met de relevante Europese en federale wetgeving. Vanaf eind 2008 werden met SYNTRA Vlaanderen, VDAB en de partners van het project ‘Ondernemen Werkt!’ op het veld afspraken gemaakt inzake toeleiding, opleiding en samenwerking.

Kwaliteit van de dienstverlening staat voorop

De Vlaamse Regering zet veel in op de inschakeling van kansengroepen en het leveren van maatschappelijke diensten. Kwaliteitsvolle en duurzame jobs in ondernemingen verdienen een goede strategische managementvisie en -aanpak Het is dan ook logisch om garanties te vragen op het vlak van de kwaliteit van de ondersteuning en begeleiding, waarbij aspecten van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen worden geïntegreerd.

In de voorbereiding naar het decreet maatwerken hebben de betrokken stakeholders (de beschutte en sociale werkplaatsen en het beleidsdomein WSE) het kwaliteitsmodel ‘de kwaliteitswijzer’ uitgewerkt. Dat bevat een eenduidige visie voor de verschillende werkvormen. Proces en resultaat staan hierbij voorop. De kwaliteitswijzer zal tevens het vertrekpunt zijn voor de oefening van integratie in de verschillende nieuwe regelgevingen en beleidskaders.

Op basis van het ontwikkelde model en de verworven expertise zal in afstemming met de betrokken administraties en het middenveld onderzocht worden hoe de kwaliteitsborging, het toezicht, de administratieve opvolging en de ondersteuning voor de ontwikkeling en implementatie van de kwaliteitswijzer concreet vertaald kan worden.

Veeleer dan bestraffend op te treden, zal de focus liggen op stimuli om kwaliteitsverbetering te ondersteunen. Werken rond kwaliteit van de dienstverlening zal een belangrijke meetfactor worden waarop de Vlaamse overheid zich zal baseren voor nieuwe beleidsontwikkelingen.

Mits verdere uitwerking, kan de kwaliteitswijzer een voorbeeld worden voor de op stapel staande oefening van het beleidsdomein WSE, namelijk het vastleggen van een eenduidig kader van bepalingen en afspraken over kwaliteit en minimale kwaliteitsverwachtingen van de Vlaamse overheid, ten aanzien van alle organisaties die binnen het domein Werk en Sociale Economie (financieel) worden ondersteund.