Maatwerken
Maatwerken
Het Vlaamse Regeerakkoord 2009-2014 voorziet de hervorming van de Sociale Economie in twee pijlers. Maatwerken is hier één van. Het beoogde beleidskader wordt hier voorgesteld. In afwachting van de nieuwe regelgeving blijft echter de bestaande regelgeving van kracht. Deze wordt vervolgens voorgesteld voor Beschutte Werkplaatsen, Sociale Werkplaatsen, Arbeidszorg, Invoegbedrijven en Inschakeling door Werkvloerbegeleiding.
Beleidskader
De visie achter de hervorming is dat zoveel mogelijk mensen evenveel kansen op werk bieden, enkel kan slagen indien zoveel mogelijk werkgevers bereid zijn om met deze mensen op een passende manier en op maat aan de slag te gaan. Daartoe werden al verschillende tewerkstellingsmaatregelen ontwikkeld. Maar het is evenzeer noodzakelijk dat het beleid sociale economie alert is en gelijke tred houdt met maatschappelijke en economische evoluties, met bewegingen op de arbeidsmarkt en evoluties van het beleid in Vlaanderen, België en Europa. Met oog op de toekomst moeten beleidsmaatregelen beter op deze evoluties en op elkaar afgestemd worden.
Een belangrijke stap binnen de hervorming werd al genomen in de vorige legislatuur met de ondertekening van het principeakkoord maatwerken. Dit akkoord voorziet de uitwerking van een eenduidig beleidskader om maatwerk mogelijk te maken voor de meest kwetsbare werknemers, personen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en daarbij optimale ondersteuning te bieden. Dit principeakkoord werd op 13 januari 2009 tussen de sociale partners en de Vlaamse Regering ondertekend om op termijn te komen tot een structurele verankering van het principe maatwerken en maatwerkbedrijven. Dit betekent:
- een gelijke financiering van de doelgroepwerknemer met een even verre afstand tot de arbeidsmarkt, ongeacht de aard van de belemmering tot die arbeidsmarkt. Het welslagen van deze oefening zal afhankelijk zijn van een optimale afstemming van de federale tussenkomsten naar de huidige werkvormen beschutte en sociale werkplaatsen op het nieuwe kader van gelijke financiering;
- een screening- en inschalinginstrument om los van huidige doelgroepafbakeningen te komen tot een duidelijke inschatting van het nodige ondersteuning- en begeleidingspakket;
- een kwaliteitsvolle doorstroom binnen de sociale economie en instroom in het reguliere circuit met de nodige tijdelijke of permanente werkvloerbegeleiding;
- een regelgevend kader dat de toets kan doorstaan van de Europese verordening inzake staatssteun;
- professioneel bedrijfsmatige maatwerkbedrijven die op basis van hun groeiritme en visie, waarden en objectieven kunnen gelabeld worden.
Deze principes zullen conform het Vlaams Regeerakkoord in de pijler maatwerken vertaald worden.
Binnen deze pijler moet echter wel een onderscheid gemaakt worden tussen:
- Maatwerkbedrijven zijn organisaties/ondernemingen die hun kerntaak leggen bij de inschakeling van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en economische activiteiten ontwikkelen om deze doelstelling te realiseren. Een belangrijk criterium om dit te toetsen, zal het aandeel werknemers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt binnen de organisatie zijn. De beschutte en sociale werkplaatsen zijn hiervan goede voorbeelden. Maatwerkbedrijven met een hoge populatie personen met een arbeidshandicap kunnen, in functie van de noden van deze werknemers, ondersteuning krijgen om de nodige infrastructuuraanpassingen te doen.
- Daarnaast is er een groep ondernemingen die haar kerntaak legt bij haar activiteit, maar wel bereid is om ook de weg naar een socialere economie in te slaan en een kwaliteitsvolle inschakeling te realiseren. De invoegbedrijven zijn hiervan een mooi voorbeeld. Het kan hierbij gaan over één werknemer of meer waarbij iedere kwaliteitsvolle inschakeling een stap vooruit is. Deze ondernemingen hebben een maatwerkafdeling.
Zowel de maatwerkbedrijven als de maatwerkafdelingen zullen gebruik kunnen maken van de modules binnen het nieuwe kader in functie van de noden tijdens de loopbaan van de werknemers.
De hervorming van de maatregelen tot de pijler maatwerken wordt van bij de start gekaderd en afgestemd met het bredere Vlaams werkgelegenheidsbeleid. Samen met de minister van Werk wordt een transparant Vlaams kader voor tewerkstellingsmaatregelen voor alle werkgevers, inclusief de sociale economie gecreëerd dat afgestemd is op de Europese Groepsvrijstellingsverordening staatssteun. Vertrekkende van de Europese krijtlijnen wordt een matrix van 4 modules tot ondersteuning van de beoogde (potentiële) werknemers en/of werkgevers vooropgesteld. Deze modules zijn:
- opleiding op de werkvloer;
- begeleiding op de werkvloer (omkadering);
- een loonpremie (op basis van de afstand tot de arbeidsmarkt);
- aanpassing van de werkplek/arbeidsomgeving.
De modules zijn onderling combineerbaar naargelang de noden van de betrokken werknemer en hangt samen met de afstand tot arbeidsmarkt. Dat betekent concreet dat ze niet altijd allemaal ingezet worden om een geslaagde inschakeling te realiseren. Deze matrix zal van toepassing zijn op alle werkgevers met activiteiten binnen een economische context, ongeacht hun rechtspersoon.
Met de minister bevoegd voor Werk werd een principekader afgesproken dat duidelijkheid schept over de politieke en financiële verantwoordelijkheden bij de uitvoering van de tewerkstellingsmatrix. Het beleid Sociale Economie is verantwoordelijk voor:
- de uitwerking van de modules van collectieve inschakeling (minstens 5 VTE op dezelfde werkvloer);
- de eventuele modules loonpremie, de begeleiding en immateriële arbeidspostaanpassing bij doorstroom vanuit de sociale economie gedurende de periode van terugkeergarantie
Mensen kunnen dus op basis van hun inschaling een persoonlijk werkondersteuningspakket (WOP) en dus een maatpak krijgen. Deze WOP gaat samen met een competentieprofiel in de rugzak. De aanvraag loopt via de trajectbegeleider. Om in aanmerking te komen voor een toeleiding naar de sociale economie moet er naast een rendementsverlies, minstens ook een nood zijn aan begeleiding op de werkvoer.
Het WOP zou per definitie tijdelijk maar wel verlengbaar zijn. Hierdoor kunnen mensen voor het einde van de termijn een nieuwe aanvraag indienen op basis van hun noden. Voor personen met een arbeidshandicap is, als de aard van de handicap geen evolutie naar mindere ondersteuning toelaat, hierop een uitzondering mogelijk. Indien nodig kan uiteraard bijkomende ondersteuning gevraagd worden. Het inbouwen van een tijdelijk krediet moet de effectiviteit en efficiëntie van ondersteuning op lange termijn ten goede komen. De koppeling naar POP en de opvolging hiervan liggen in het verlengde van dit voorstel.
De Europese kaders beperken gedeeltelijk de vrijheidsgraden van het maatwerkdecreet. Hierdoor dreigen personen met een psychosociale problematiek uit de boot te vallen. Zij vallen immers niet onder de Vlaamse definitie van personen met een arbeidshandicap, maar hebben wel nood aan ondersteuning op lange termijn met het oog op een succesvolle inschakeling. Het beleidsdomein WSE en de koepel van de sociale werkplaatsen (SST) werkten een argumentatie uit waardoor de doelgroep van de sociale werkplaatsen binnen het maatwerkverhaal een correcte inschaling kan krijgen, rekening houdend met de Europese groepsvrijstellingsverordening. Op basis van het R-pasonderzoek*, een ontrafeling van de problematiek in relatie tot de stoorniscodelijst en een toelichting over de screeningsmethodiek werd in september 2010 op een informeel overleg met de Europese Commissie groen licht gegeven voor deze aanpak. Voor deze groep is dus een hogere ondersteuning op lange termijn mogelijk binnen het maatwerkverhaal.
*Bron : H. Moenaert (2009) R-pas 2008. Onderzoek naar arbeidscompetenties, randvoor-waarden en begeleidingsnood in Arbeidszorg en Maatwerk. Eindrapport. Federatie van Consultatiebureaus.
Tijdspad
Op 21 oktober 2011 werd de conceptnota Maatwerk (pdf / 911.11 KB) bij collectieve inschakeling goedgekeurd door de Vlaamse Regering. De vertaling naar een voorontwerp van decreet is voorzien tegen maart 2012. De regelgevend procedure en de uitwerking van de uitvoeringsbesluiten kunnen dus in 2012 starten.
Huidige regelgeving
Zoals hierboven aangegeven, zal de regelgeving in de toekomst grondig wijzigen. Dit vraagt tijd en in afwachting blijft de bestaande regelgeving van kracht.
Beschutte Werkplaatsen
Een beschutte werkplaats is een tewerkstellingsplaats voor werkwillige personen met een arbeidshandicap (en met specifieke aandacht voor de zwakke(re) werknemers) die tijdelijk of definitief niet in het normaal economisch circuit terecht kunnen. De arbeid staat hier centraal. Het doel van de beschutte werkplaats is tewerkstelling met het oog op een verbeterde integratie in de maatschappij. Doorstroom naar het reguliere circuit is geen prioriteit.
Het gaat om personen die zeer ver staan van de arbeidsmarkt en doorgaans de minste tewerkstellingskansen hebben. Zij hebben nood aan een bijna permanente ondersteuning op de werkvloer. Het ondersteund werken en de werkplaats op maat laat hen toe een beroepsactiviteit uit te oefenen in overeenstemming met hun capaciteiten. Zij kunnen zich ook vervolmaken op professioneel vlak. Belangrijk hierbij is dat de werknemers met een arbeidshandicap in een aangepaste omgeving begeleiding en ondersteuning op maat krijgen op de werkvloer.
In Vlaanderen zijn er 68 werkplaatsen erkend. Hiervan zijn er een aantal die behoren tot één en dezelfde juridische entiteit: de Beschutte Werkplaatsen van Limburg (8), de Leuvense Beschutte Werkplaatsen (3), de Wase Werkplaatsen (3) en de werkplaatsen in de Westhoek (2).
In het kader van de Vlaamse Interprofessionele Akkoorden zijn middelen voorzien om een verdere uitbreiding van de beschutte werkplaatsen te realiseren. Dit werd in 2008 gerealiseerd door een verhoging van de programmanormen.
De beschutte werkplaatsen stellen bij voorrang personen met een arbeidshandicap tewerk:
- voor wie de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) sinds 1 oktober 2008 voorwaardelijke of een onvoorwaardelijk de toeleiding voorziet;
- ook personen met een arbeidshandicap met een voorwaardelijke (in de tijd) toeleiding vanuit de VDAB naar het Normaal Economisch Circuit (NEC) kunnen, zij het tijdelijk (is de voorwaardelijke toeleiding) voor productietaken onder bepaalde voorwaarden tewerkgesteld worden in een beschutte werkplaats.
Beschutte werkplaatsen moeten nuttig en lonend werk aanbieden aan hun werknemers (met een arbeidshandicap). De werknemers (met een arbeidshandicap) moeten minstens het gewaarborgde minimum maandinkomen krijgen.
De werknemers met een arbeidshandicap worden in de beschutte werkplaats begeleid en ondersteund door omkaderingspersoneel. Ook deze werknemers, al dan niet personen met een arbeidshandicap, worden binnen de grenzen van de regelgeving gesubsidieerd. Personen met een arbeidshandicap met een toeleidingsticket NEC kunnen als omkaderingslid zonder beperking in tijd ook tewerkgesteld worden in een beschutte werkplaats.
De overheid steunt deze werkplaatsen en de tewerkgestelde werknemers met een arbeidshandicap via opgelegde criteria en kwaliteitsgaranties.
Sociale Werkplaatsen
Sociale werkplaatsen hebben als doel permanente gesubsidieerde tewerkstelling voor de meest achtergestelde werkzoekenden. Het gaat om mensen die zeer moeilijk bemiddelbaar zijn naar de reguliere arbeidsmarkt omdat ze door een cumulatie van persoons- en omgevingsgebonden factoren geen arbeidsplaats in het reguliere arbeidscircuit kunnen verwerven of behouden.
De doelgroep zijn werkzoekenden die:
- minimum 5 jaar inactief zijn;
- laaggeschoold zijn;
- fysieke, psychische of sociale beperkingen hebben (armoede, daklozen, schulden, ex-gedetineerden).
Deze mensen hebben een hoge nood aan werkvloergerichte begeleiding en ondersteuning. Ook hier is het uiteindelijke doel van de tewerkstelling een verbeterde integratie in de maatschappij en is doorstroom naar de reguliere economie beperkt.
Het beleid van de sociale werkplaatsen is gebaseerd op bedrijfseconomische elementen en een visie over de begeleidingsaanpak en maatschappelijke meerwaarde zowel voor de doelgroepen, de organisatie, de overheid als de maatschappij zelf.
Indien sociale werkplaatsen voldoen aan de gereglementeerde vereisten, kunnen zij subsidies krijgen voor de nodige omkadering en een premie voor de tewerkstelling van de doelgroepwerknemers.
Sinds 1999 werden een honderdtal vzw's erkend als sociale werkplaats. De sectoren die het meest vertegenwoordigd zijn binnen de sociale werkplaatsen zijn de kringloopcentra (ongeveer 1/3 van de erkenningen en arbeidsplaatsen) en degene met als activiteit natuur- en groenonderhoud (ongeveer 30% van de erkenningen en 20% van de arbeidsplaatsen).
In het kader van de Vlaamse Interprofessionele Akkoorden zijn middelen voorzien om een verdere uitbreiding van de sociale werkplaatsen te realiseren. Daarnaast wordt er ook vanuit het budgettaire groeipad voor de sociale werkplaatsen uitbreidingsmogelijkheden voorzien.
Invoegbedrijven
Invoegbedrijven zijn ondernemingen die bereid zijn:
- kansengroepen een duurzame tewerkstelling te garanderen;
- met aandacht voor opleiding en begeleiding;
- in een arbeidsomgeving waar Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen centraal staat.
De Vlaamse overheid ondersteunt invoegbedrijven met een loonsubsidie voor de tewerkgestelde personen.
Inschakeling door werkvloerbegeleiding
In de zoektocht naar nieuwe methodieken om personen met een afstand tot de arbeidsmarkt duurzaam in te schakelen in het reguliere bedrijfsleven, experimenteert de Vlaamse overheid in samenwerking met het ESF-Agentschap supported employment en inschakelingscoaching.
Concreet wil men door een intensieve begeleiding op de reguliere werkvloer op maat van de doelgroepwerknemer en een ondersteuning van de werkgever tot een duurzame tewerkstelling in het normaal economisch circuit komen. De intensiteit en duur van de ondersteuning verschillen naar gelang de afstand van de personen tot de arbeidsmarkt en hun individuele noden.
Een evaluatie van deze experimenten zal onder meer als basis dienen op welke manier we een structurele inbedding van de maatregel in zijn diverse verschijningsvormen kunnen realiseren binnen de module begeleiding op werkvloer (zie hoger).
In tussentijd wordt er in het kader van prioriteit 2 van het Europees Sociaal Fonds een oproep gelanceerd tot projecten werkvloerbegeleiding met experimentele ruimte tot concretisering van diverse werkvloerbegeleidingsmethodieken en –instrumenten. De aandacht gaat hierbij uit naar zowel de doorstromingskansen van de werknemers vanuit de sociale economie als de werkzoekenden die met expertise begeleid en ondersteund worden in reguliere economische bedrijven.
In het kader van het werkgelegenheids- en investeringsplan 2009 worden de nodige middelen voorzien om de werkvloerbegeleiding als beleidskader uit te bouwen en experimenteel via projecten te concretiseren.




