Beleidskader
Het decreet houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt van 8 mei 2002(PDF) (pdf / 63.84 KB)gaf een nieuwe dynamiek aan het impulsbeleid evenredige arbeidsdeelname en diversiteit. Met dit decreet startte een structurele en inclusieve benadering en werd niet langer een éénzijdig doelgroepenbeleid gevoerd.
- In 1998 werd, gebaseerd op een brede consensus tussen Vlaamse overheid en Vlaamse sociale partners over het belang van het wegwerken van de achterstanden van allochtonen op de arbeidsmarkt en het bestrijden van discriminatie op die arbeidsmarkt, het Vesoc-actieplan voor de bevordering van de werkgelegenheid van allochtonen opgesteld. Evenredige arbeidsdeelname werd nagestreefd en gestimuleerd via de ondersteuning van 'positieve actieplannen allochtonen'
- In 2001 worden specifieke Vesoc-actieplannen voor de bevordering van de werkgelegenheid van personen met een arbeidshandicap en ouderen opgesteld ter ontwikkeling van nieuwe inzichten en methodieken met het oog op het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van die groepen.
- Vanaf het Vesoc-actieplan 2002 zien we een meer geïntegreerde en inclusieve benadering met aandacht voor de kansengroepen allochtonen, ouderen en personen met een arbeidshandicap en met horizontale aandacht voor de gelijke kansen van man en vrouw in het bedrijf. Positieve actieplannen werden diversiteitsplannen.
- Het pact van Vilvoorde ambieert een verhoging van de werkzaamheidsgraad (doelstellingen 3) en een evenredige arbeidsparticipatie (doelstelling 5). Tegen die achtergrond werd in Vlaanderen een duidelijke groeiscenario's voor de kansengroepen allochtonen en personen met een arbeidshandicap afgesproken. Die groeiscenario's zijn vastgelegd in de gemeenschappelijke platformteksten van 3/12/02 en 2/12/03, met concrete engagementen van alle betrokken partijen.
- Dit is de start van een geïntegreerd beleid met samenhangende maatregelen op alle niveaus. Op macroniveau met de structurele projecten van de sociale partners en eigen organisaties van kansengroepen, op mesoniveau met het diversiteitsluik binnen de sectorconvenants, en op microniveau met de diversiteitsplannen en beste praktijken in ondernemingen, organisaties en lokale besturen.
- Vertegenwoordigers van de georganiseerde kansengroepen (allochtonen en personen met een handicap) worden structureel betrokken bij het beleid van evenredige arbeidsdeelname en diversiteit via de Commissie Diversiteit van de SERV .
- De structurele beleidspartners waaronder de sociale partners en vertegenwoordigende organisaties van kansengroepen worden vanaf 2003 ook betrokken bij de uitvoering via eigen structurele EAD projecten .die het streven naar evenredige participatie van kansengroepen verder moeten ondersteunen en uitbouwen
- Stap voor stap evolueren we naar een mainstreaming van het diversiteitsbeleid. Er ontstaan meer dwarsverbanden tussen het beleid van evenredige arbeidsdeelname en diversiteit enerzijds en het opleidingsbeleid, het Levenslang Leren beleid, competentiemanagement, loopbaandienstverlening en kwaliteit van de arbeid anderzijds.
- Binnen de ontwikkeling naar een meer inclusief beleid blijft de nodige specifieke, categoriale aandacht gaan naar de verschillende kansengroepen en de categorieën daarbinnen. De gemeenschappelijke platformteksten van 3/12/02 en 2/12/03 zijn daar een duidelijk voorbeeld van.
-
Het beleid focust zowel aandacht aan de vraag- als aan de aanbodzijde van de arbeidsmarkt. Er worden immers acties op drie domeinen ondernomen:
- het verbeteren van de tewerkstellingskansen van personen uit de kansengroepen,
- (indirecte) discriminatie tegengaan en
-
achterstanden of beperkingen helpen wegwerken.
Daardoor ligt de nadruk zowel bij ondernemingen en instellingen (de ondersteuning van een HRM-beleid voor kansengroepen) als bij de kansengroepen zelf (empowerment en ondersteuning van de trajectwerking, opleiding en LLL).
- Het beleid speelt in 2006 in op de vergrijzing en ontgroening van de Vlaamse arbeidsmarkt aangegaan door de ontwikkeling van het Expertisecentrum Leeftijd en Werk en de uitbreiding van de projectontwikkeling EAD met 13 projectontwikkelaars Leeftijd en Werk. Het Expertisecentrum Leeftijd en Werk streeft naar een omslag in het denken over ouderen en werk op de Vlaamse arbeidsmarkt en streeft naar een brede invoering van leeftijdsbewust personeelsbeleid. Het Expertisecentrum richt zich op de actoren en intermediairen op de arbeidsmarkt die zich bezig houden met ouder wordende werknemers en werkzoekenden, en met loopbaanbeleid in profit en non-profit.
In het kort samengevat: het beleid van evenredige arbeidsdeelname en diversiteit kenmerkt zich door:
- een stevige juridische basis,
- een breed draagvlak (Vlaamse regering, Vlaamse sociale partners en vertegenwoordigers van de kansengroepen),
- een duidelijke doelstelling (evenredige participatie tegen 2010),
- een helder groeiscenario om die doelstelling te bereiken (wat tevens een adequate monitoring toelaat),
- een evenwichtige mix van instrumenten op de verschillende niveaus om een actief impulsbeleid te voeren, en
- veel aandacht voor mainstreaming en verankering.
Een uitdaging voor een geïntegreerd en inclusief beleid bestaat erin om het streven naar de algemene verhoging van de arbeidsdeelname te verzoenen met de specifieke verhoging van de arbeidsdeelname van kansengroepen. Daarbij moet vermeden worden dat de verschillende kansengroepen elkaar verdringen op de arbeidsmarkt.




